Taalselectie

imageimageimageimage
 
 
Wij, missionarisssen van het Heilig Hart,
zijn leden van een actieve congregatie die als bijzondere opdracht hebben
in het contact met de wereld, de dingen, de dieren en de mensen
de goedheid van God zichtbaar te maken en misschien zelfs te vermeerderen.
Ons wordt gevraagd de weg van het hart te gaan.
S. van Tilborg msc

Spiritualiteit

Tot het einde toe is God trouw aan zijn verbond met Israël. Hij hoort het wanneer zijn volk om bevrijding schreeuwt. Hij zendt zijn enige zoon naar onze wereld, niet om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door hem zou worden gered.

Johannes 3, 16-17

Uitspraken van MSC'ers

Ik heb herinneringen aan mijn vader. Hij leefde vanuit zijn geloof en heeft mij gestimuleerd.
Ik ben altijd heel blij geweest met MSC en voel me er thuis.
Zelfs als ik met vakantie ben, zit ik dagelijks aan de computer. Een missionaris is nooit 100% met pensioen.

Gijs de Roij msc (Teresópolis, Brazilië)

Moved by the World

kaft boek kengels

nederlands

Geschiedenis van de Nederlandse MSC provincie

Wie zich verdiept in de Nederlandse MSC Provincie staat verwonderd over de ontwikkeling die zich in 125 jaar heeft voltrokken. Tussen 1880, toen de Congregatie naar Nederland vluchtte, tot het jubileumjaar 2004 zien we achtereenvolgens een snelle start, een periode van missionaire bloei, een tijd van consolidatie, omslag en heroriëntatie en vragen naar de toekomst.

 

Vliegende start

MSC naar Nederland
De tweede helft van de 19e eeuw is een belangrijke tijd voor katholieken in Nederland. Na jaren van maatschappelijke achterstelling beginnen zij hun identiteit te hervinden en claimen zij hun plaats binnen de samenleving. Ofschoon niet alle beperkende wetten worden opgeheven, stemt de overheid in met de benoeming van landeigen bisschoppen.
Religieuzen die in Frankrijk en Duitsland hun eigendommen zien opgeëist door de staat, zoeken een heenkomen in Nederland; zo ook de Missionarissen van het heilig Hart (MSC).

Missiehuis
missiehuisDe komst van al deze vreemdelingen brengt echter onverwacht een toestroom van kandidaten voor het priesterschap en het religieuze leven op gang. Na een tijdelijke huisvesting achtereenvolgens in Haaren en in een van de wolfabrieken in Tilburg, wordt er in 1889 een blijvende oplossing gevonden: het Missiehuis. Gebouwd met de enthousiaste medewerking van de overwegend katholieke bevolking van Tilburg, draagt het de uiterlijke kenmerken van het reveil van die dagen.

Oprichting Nederlandse MSC provincie
Zodra het constructielawaai is stilgevallen, dient het missiehuis als apostolische school en als bestuurscentrum voor de Noordelijke MSC provincie en wanneer de missieactiviteiten eenmaal op gang komen, vindt ook de procuur hier een plek.
Vanuit Nederlands perspectief mag de oprichting van de Noordelijke MSC provincie (1894) gezien worden als een stap voorwaarts naar een missionaire kerk.
In 1897 wordt de Duitse MSC een zelfstandige provincie, in 1919 volgt de oprichting van de Nederlandse provincie en twee jaar later is ook de Belgische provincie een feit.

Uitzending
Pentekening van pater Henricus Nollen, eerste nederzetting in MeraukeVrijwel vanaf het begin van de 20e eeuw worden er missionarissen uitgezonden: naar de Molukken (1902), en snel daarop naar Oceanië en Nieuw Guinea (1905), de Filippijnen (1908) en Brazilië (1911). Onder de missionarissen van het eerste uur bevindt zich een groot aantal broeders. Hun pionierswerk wordt de basis waarop generaties van Nederlandse en landeigen confraters later zullen voortbouwen.

Bloei

Het groote Missieuur
Jan Verschueren - Piet Hoeboer - Kees MeuweseDe periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog wordt wel 'het groote Missieuur van de Nederlandsche kerk' genoemd. In 1919 trekken Nederlandse missionarissen naar Celebes en twee jaar later naar Midden-Java. Onze oriëntatie op de missies in het buitenland drukt een stempel op het leven en het werk van de Nederlandse provincie: onze missies groeien dankzij ons en wij groeien dankzij onze missies.

Huisvesting
We presenteren onszelf als een missionaire congregatie en dat heeft gevolgen voor onze beeldvorming en voor het grote aantal jonge mensen dat we aantrekken. We openen een tweede apostolische school in Driehuis-Velsen (1924). De filosofie en theologie-opleiding, sinds 1914 samen in één huis gevestigd, vragen ieder om ruimere huisvesting: de filosofie blijft in Arnhem, de theologie verhuist in 1922 naar Stein. Bovendien wordt in 1927 het noviciaat voor de paters gevestigd in Berg en Dal; dat van de broeders blijft in Tilburg.

Broeders
smedenAan roepingen ontbreekt het ons niet: in de jaren '30 halen we een gemiddelde van 16 priesterwijdingen per jaar en ook het aantal broeders neemt gestaag toe. De groei van onze opleidingshuizen legt echter een zware claim met name op de broeders. Door hun inzet in keuken, boerderij (voedselvoorziening!), kleermakerij, schoenmakerij en door hun zorg voor het onderhoud en schoonhouden van gebouwen is het mogelijk de huizen - vooral de vormingshuizen - materieel draaiend te houden. Hun bijdrage is zo essentieel, dat het nu - tachtig jaar later - nauwelijks te begrijpen is dat zij zozeer op een tweede plaats kwamen. Die tijd ligt gelukkig ver achter ons. Terwijl ze in onze missies in Brazilië en Indonesië en in mindere mate in de Filippijnen niet ontbreken, blijft het overgrote deel van de broeders toch werkzaam in Nederland.

Oorlog

Bezetting
De Tweede Wereldoorlog (1939-1945) heeft gevolgen zowel voor MSC in Nederland als voor de missies overzee. De apostolische scholen van Driehuis en Tilburg worden opgeëist door de bezetter. Paters, broeders en leerlingen vinden onderdak in Hilvarenbeek, Westervoort en Driel. Aan de theologie-opleiding die plaats vindt in Stein, wordt in augustus 1940 een jaar van pastorale vorming in Arnhem toegevoegd. De filosofie-opleiding verhuist van Arnhem naar Heino (1942). Vandaar zou tien jaar later weer een eigen huis worden betrokken in Brummen.

Una Sancta
De oorlogsjaren laten niet toe dat er missionarissen worden uitgezonden naar de missies. Er komt daardoor ruimte voor een nieuw pastoraat binnen de Nederlandse provincie: het werk onder doopleerlingen. Al vóór de oorlog zijn er initiatieven op dat terrein (Arnhem 1924), maar van nu af worden bestaande activiteiten gebundeld en uitgebreid onder de naam 'Una Sancta'. Speciale MSC-huizen worden opgericht voor dit pastoraat in Rotterdam (1942), Den Haag en Eindhoven (1943), en na de oorlog in Hilversum en Apeldoorn. Wanneer de oorlog ten einde is, ontwikkelt het Una Sancta werk tot een inzet voor de oecumene.

Missie
Gedachtenis missionarissen Klein KeiEn wat de missies betreft, we halen onze schade in: in 1946 zenden we zestig missionarissen uit! Onze oorlogsverliezen liggen echter vooral in het buitenland. De Japanse bezetting van Nederlands Oost-Indië kost 27 MSC-ers het leven. Dieptepunt is de executie van 15 medebroeders op Klein-Kei in 1942. In Indonesië worden alle Nederlandse missionarissen geïnterneerd. Het zijn vooral Indonesiërs zelf, die de missie in stand houden. Onder hen bevinden zich lekenvoorgangers, catechisten, seculiere priesters, jezuïeten en MSC-ers. Ook op de Filippijnen worden de meeste missionarissen in kampen geïnterneerd. Dankzij de zorg van Filippijnse vrienden en vaak met gevaar voor eigen leven houden enkelen zich schuil, terwijl vier in Nederland opgeleide Filippijnse medebroeders het werk voortzetten.

Na-oorlogse ontwikkeling

Autonome provincies
Uitzending naar de missie in 1948Na de oorlog komt er in onze missies van Brazilië, Indonesië en de Filippijnen een nieuwe ontwikkeling op gang: welbewust werken naar zelfstandige provincies. Vooral onder dit opzicht is Mgr. Verhoeven een stimulerende kracht, eerst als overste van de Nederlandse provincie, later als bisschop van Manado, Indonesië. De ontwikkeling tot autonome provincies is niet meer te stuiten. Ze verloopt het snelst in Brazilië dat in 1946 provincie wordt. In 1950 wordt het vicariaat van Nederlands Nieuw-Guinea opgesplitst in de vicariaten Ambon en Merauke. Al doende bedient MSC in het onafhankelijk geworden Indonesië (1946) vier grote gebieden. In 1956 krijgt de Filippijnse missie de status van vice-provincie.

Oprichting van parochies
In Nederland tonen de jaren vijftig een onverminderd Una Sancta-pastoraat en een uitbreiding van het parochiewerk. Het rectoraat in Berg en Dal wordt parochie (1949). In 1929 nam MSC de pastorale zorg op zich van de arbeiderswijk Tivoli in Eindhoven. In 1952 blijkt het aantal parochianen daar vertienvoudigd. Dat leidt tot de oprichting van een tweede MSC-parochie in die wijk. Eenzelfde ontwikkeling doet zich voor in Sittard: het rectoraat Overhoven-Stadbroek, opgericht in 1922, wordt opgesplitst (1950).

Onderwijs
Op onderwijsgebied treedt een belangrijke verandering op: de apostolische school in Driehuis wordt door de overheid als gymnasium erkend. De zorg voor het onderwijs wordt voortaan gedeeld met niet-MSCers.

1959 in cijfers
In 1959 telt de Nederlandse MSC 6 missiebisschoppen, 429 paters, 72 scholastieken en 143 broeders. Het zijn de dagen van groei, van grote aantallen, zichtbare resultaten en van spectaculair missiewerk, ondersteund door een netwerk van zelateurs en zelatricen.
Grote aantallen

Omslag

Nieuwe verwoording van het oude geloven
Spaarpotjes voor het eeuwfeestHet eeuwfeest van de Congregatie (1954) wordt uitbundig gevierd, onder meer met een heilig Hart-congres in Tilburg. Dan reeds zijn er duidelijke signalen van kentering: de traditionele Heilig Hartdevotie verplaatst zich van het centrum van het geloofsleven naar de periferie. Het leven van gewone mensen vindt steeds minder voeding in de traditionele devoties. Er wordt gezocht naar een nieuwe verwoording van het oude geloven. Zowel individueel als gemeenschappelijk komt er een zoektocht op gang die het geloofsleven in de parochies radicaal gaat veranderen.

Tweede Vaticaans Concilie
Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) wordt in Nederland met veel belangstelling gevolgd. Paus Joannes XXIII en het Concilie geven een krachtige impuls om de kerk bij de tijd te brengen. Voor Nederlandse katholieken blijkt dit echter niet het beginpunt van de vernieuwingsbeweging, maar eerder een bevestiging en versteviging van een ontwikkeling die al op gang gekomen is. Toch leeft er ook spanning en verwarring; ook in onze eigen gelederen. Mensen hopen op een kerk met een nieuw en menselijker gezicht; het is een hoop die echter maar ten dele wordt verwerkelijkt.

Nieuwe accenten in het religieuze leven
In de jaren '70 loopt in het hele land - dus ook bij ons - het aantal aanmeldingen voor het seminarie en het juvenaat terug. Bovendien verlaat een betrekkelijk groot aantal medebroeders de congregatie. Binnen het religieuze leven worden er nieuwe accenten gelegd, waaronder het maken van eigen, persoonlijke keuzen en het creatief omgaan met opdrachten die jarenlang volgens een vast stramien verliepen. Een van ons, impliciet verwijzend naar de koortraditie in onze opleidingshuizen, beschreef zijn eigen ontwikkeling: "Het was niet meer voldoende mee te zingen in het koor, van nu af moest ik ook solo zingen."

Secularisatie
In het maatschappelijke, kerkelijke en religieuze leven voltrekken zich tal van veranderingen en tegelijkertijd komt er een secularisatie op gang die op dat moment nog moeilijk in kaart te brengen is, laat staan dat daarop geanticipeerd kan worden. Het is een voorrecht dat we uitgerekend in deze periode beschikken over een bestuur dat weet in te spelen op de behoefte en vragen van individuele confraters en van communiteiten.

Van missies naar autonome provincies
Chevalier Memory Wall op de FillipijnenTerwijl MSC in Nederland steeds meer grond onder de voeten verliest, houden we ons in de missies in toenemende mate bezig met het afbouwen en overdragen van ons werk aan de groeiende kerk ter plaatse. In Brazilië en de Filippijnen en later ook in Indonesië krijgen maatschappelijke bewustwording en diakonie een meer prominente plek binnen ons pastoraat. In 1971 wordt Indonesië een autonome MSC-provincie en de Filippijnen in 1980.

Nieuwe vormen van gemeenschapsleven
De jaren '80 brengen een zekere stabilisering. Er komen nieuwe vormen van gemeenschapsleven tot stand: het pastorale team van de MSC-parochie in de Hoefstraat (Tilburg) maakt een bewust beleefd gemeenschapsleven tot basis van haar parochiële zending; de Effeta-gemeenschap (Tilburg), bestaande uit zowel MSCers als niet-MSCers zet haar deuren open voor mensen die voor kortere of langere tijd willen deelnemen aan ons leven, en de Chesed-gemeenschap (Nijmegen) tracht het MSC-charisma opnieuw te vertalen en te beleven door een bijbelse en maatschappij-gerichte "barmhartigheid en trouw" met jonge mensen die in problemen zijn geraakt. Deze gemeenschappen hebben een stimulerend effect allereerst naar de deelnemers, maar ook naar de provincie als geheel.

Heroriëntatie

2003
Begin 2003 zijn er 173 Nederlandse MSCers. Van hen zijn er 129 lid van de Nederlandse provincie, 19 van de pro-provincie Rio de Janeiro, 15 van de Indonesische, 9 van de Filippijnse en 1 van de provincie Sao Paolo; 1 medebroeder werkt in Slowakije en 1 in Oostenrijk. Ruim tweederde van de Nederlandse MSCers woont in Nederland en verwacht mag worden dat van degenen die in het buitenland verblijven, nog slechts een minderheid naar Nederland zal terugkeren. Het jongste lid van de Nederlandse provincie is nu 52 jaar en het is niet aannemelijk dat er nog nieuwe leden bij komen. Onze huizen in Stein en Arnhem zijn verkocht en het is onzeker hoelang we het centrale Missiehuis in Tilburg kunnen blijven bewonen.

Toekomst?
Tegen een achtergrond van vergrijzing, vragen we welke toekomst we hebben als provincie: een van afbouwen en afsluiten, of tekenen zich ook nieuwe wegen af? Tot welke missie acht MSC zich in staat binnen de multiculturele en multireligieuze samenleving van de 21e eeuw?
We noemen drie aspecten die tekenend zijn voor onze situatie anno 2004:

  1. De BrugDe Nederlandse provincie mag trots zijn op een traditie van goede samenwerking met de FDNSC-zusters. In de voorbije jaren hebben tal van ontwikkelingen vorm gekregen. De belangrijkste daarvan zijn de gezamenlijke zorg voor zusters, paters en broeders die als senioren speciale verzorging nodig hebben; het Missionair Servicecentrum Tilburg (MST); een gezamenlijke redactie voor De Brug, ons contactblad voor familie en vrienden; een kleinschalige opvang van ex-psychiatrische patiënten in Tilburg; de commissie voor Spiritualiteit; de Werkgroep voor Gerechtigheid en Vrede; de Financiële Commissie; de Stuurgroep voor de Chevalier-familie; de regelmatige bijeenkomst van basispastores MSC en FDNSC en de driemaandelijkse vergadering van beide provinciale besturen.
  2. Rond enkele kringen of communiteiten hebben niet-religieuzen zich aangesloten tot de Chevalierfamilie. Hun aantal telt weliswaar niet meer dan 30, ze kennen verschillende wijzen van betrokkenheid. Ze groeperen zich rond MSC-communiteiten in Tilburg, Arnhem en Sittard. Een van de zusters samen met een MSC neemt deel aan hun stuurgroep.
  3. MSTHet Missionair Servicecentrum Tilburg staat in de missionaire traditie van FDNSC en MSC. Het initiatief daartoe werd genomen ongeveer 12 jaar geleden door beide congregaties. Enkele professionele krachten verlenen samen met een grote groep vrijwilligers diensten aan kansarmen in onze samenleving. Onder hen bevinden zich vluchtelingen en uitkeringsgerechtigden.
    Naast cursussen en taallessen, biedt het MST ook geestelijke verdieping. Steeds gaat het erom de deelnemers aan te spreken op wat ze kunnen, te luisteren naar hun verhalen en samen met hen te zoeken naar mogelijke perspectieven.

    De weg van het hart
    In een tijd dat in veel delen van onze samenleving kerkelijke tradities niet meer vanzelfsprekend zijn, beseffen wij de rijkdom van een spiritualiteit die ons de weg van het hart wijst. Dank zij deze levensstijl hebben wij meer te bieden dan activiteiten en programma's. Vandaar de aanhoudende poging onze eigen gemeenschappen te vitaliseren en te zoeken naar mogelijkheden eigen spiritualiteit te delen met anderen. Wie we werkelijk zijn en wat ons inspireert kunnen we nauwelijks duidelijker weergeven dan met een ritueel uit een van onze vroegere missiegebieden, de Filippijnen. Bij de Manobo-stam op het eiland Mindanao bestaat de traditie dat tijdens hun initiatie jonge mensen een kring vormen rond hun stamoudsten om te luisteren naar hun verhalen. De stamoudsten vertellen wat zij als het meest waardevolle van hun stamverband willen doorgeven aan de generatie die na hen komt. Terwijl een oudste zijn verhaal vertelt, houdt hij een kleine hoeveelheid rijst in beide handen gesloten. Vervolgens geeft hij de rijst door aan degene naast hem, die dan samen met het ritueel ook het verhaal van hem overneemt. Dat precies houdt ook de Nederlandse provincie gaande tot op vandaag: vanuit de kring die wij samen vormen, geven wij het grote verhaal van God door aan mensen om ons heen; het verhaal van God die hart heeft voor onze wereld.