Taalselectie

imageimageimageimageimage
 
 
Wij, missionarissen van het Heilig Hart,
zijn leden van een actieve congregatie die als bijzondere opdracht hebben
in het contact met de wereld, de dingen, de dieren en de mensen
de goedheid van God zichtbaar te maken en misschien zelfs te vermeerderen.
Ons wordt gevraagd de weg van het hart te gaan.
S. van Tilborg msc

Spiritualiteit

Wij hebben geen andere missie dan het naderbij brengen van Gods Koninkrijk. Het is een visionair beeld, een droom over een wereld met rechtvaardige verhoudingen, zonder onrecht en discriminatie. Kortom het is Gods wereld.

Jacques Alkemade

Jacques Alkemade60 jaar geprofest

We denken gemakkelijk dat we zelf onze levenskeuze hebben gemaakt. Maar pas achteraf ga je inzien hoezeer je een product bent geweest van de gangbare opvattingen van de tijd waarin je leefde.

De eerste helft van de 20e eeuw wordt in de geschiedenis van de Nederlandse katholieken wel "Het Grote Missieuur" genoemd. Sinds het begin van de 20e eeuw raakten de Nederlandse katholieken steeds meer in de ban van romantische voorstellingen omtrent het heldendom van de missionarissen die in verre landen streden om de wereld voor Christus te winnen. De heldendaden van mensen zoals pater Damiaan en Peerke Donders waren een levendig onderdeel geworden van het katholieke bewustzijn en de katholieke jeugd werd aangespoord dat na te volgen.

Onbewust heb ik daar natuurlijk ook de invloed van ondergaan. En in 1948 kreeg ik een exemplaar in handen van de Annalen van O.L. Vrouw van het Heilig Hart waar spannende verhalen in stonden over twee paters, Meeuwesen en Verschuren die in Nieuw-Guinea nieuwe, onbekende stammen hadden ontdekt. Die verhalen vond ik veel spannender dan de gebruikelijke jongensboeken. En achter in die Annalen stond: “Jongens die ook missionaris willen worden kunnen zich aanmelden”. Dat heb ik dus gedaan. En zo ben ik dus bij de MSC gekomen. Niet om kloosterling te worden, maar missionaris.

Daarvoor moest ik eerst 6 jaar Apostolische school, een jaar noviciaat, 2 jaar filosofie en 5 jaar theologie volgen. En gedurende al die jaren kreeg ik natuurlijk ook praktisch, bijna spelenderwijs een opleiding tot kloosterling. Omdat ik vooral missionaris wilde worden werd ik zo dus a.h.w. kloosterling, tegen wil en dank.

Heb ik daar dan achteraf spijt van? Integendeel.
Ik zie het als een belangrijke aanwinst, een verrijking van mijn leven. Dat ik nu mijn 60-jarig professiefeest kan vieren is voor mij dan ook reden tot dankbaarheid.

De ontwikkeling die ik heb doorgemaakt van eenvoudige dorpsjongen tot wat ik nu ben heb ik helemaal aan de congregatie te danken.

En het pastorale werk dat ik heb mogen doen vond plaats binnen het kader van de congregatie. In dat verband noem ik enkele belangrijke werken die ik heb mogen verrichten.

13 Jaar in de krottenwijk Kampong Duri in Jakarta, 19 jaar in de Martinusparochie in Arnhem, 6 jaar parochiewerk in het stadsdeel Stratum in Eindhoven en 10 jaar als overste in Sittard.

En nu dus de laatste termijn. Een tijd om rustig af te ronden.