Taalselectie

imageimageimageimageimage
 
 
Wij, missionarissen van het Heilig Hart,
zijn leden van een actieve congregatie die als bijzondere opdracht hebben
in het contact met de wereld, de dingen, de dieren en de mensen
de goedheid van God zichtbaar te maken en misschien zelfs te vermeerderen.
Ons wordt gevraagd de weg van het hart te gaan.
S. van Tilborg msc

Spiritualiteit

De drie religieuze beloften van gehoorzaamheid, armoede en zuiverheid staan niet los van onze zending. Zo kan de belofte van gehoorzaamheid worden beleefd als een gezamenlijk zoeken naar een wereld volgens Gods hart. Deze belofte kan uitgroeien tot een gezamenlijke inzet voor liefde, gerechtigheid, vrede, solidariteit en harmonie.

Ben Bergen

Ben Bergen60 jaar geprofest

Waarom ik MSC’er werd en wat maakte in mijn leven de meeste indruk op mij?

Mijn eerste liefde was niet de Congregatie van de Missionarissen van het heilig Hart. Toen ik vanuit de middelbare school (HBS-B) eens op bezoek ging bij de Cisterciënzer monniken in de Achelse Kluis, op de grens van Nederland en België, was ik direct verliefd. Dáár wilde ik intreden en mijn verdere leven blijven doorbrengen, Gods lof zingend. Vandaar dat ik Latijn en Grieks ging studeren op de Schola Carolina in Den Haag. De Louteringsberg van Thomas Merton (dat bij ons thuis in de boekenkast stond) en Zwerver Christi dat ik van de schoolbibliotheek leende waren voor mij heel belangrijk in die dagen.

Aan het einde van die studie werd ik gekeurd voor het Cisterciënzer monnikenleven. Maar tot mijn grote ontgoocheling en teleurstelling ontving ik een brief waarin de abt mij meedeelde, dat hij me niet kon aannemen op grond van mijn tenger-gebouwde gestel en een langdurige astmaperiode in mijn jeugd. Het was alsof mijn wereld in elkaar stortte.

Wat nu? Leo, een oudere broer van me koos er voor om Missionaris van het heilig Hart te worden. Zo ging hij naar het Noviciaat in Berg en Dal. Bij de tijdelijke professie van mijn broer werd mijn familie (waaronder ik) uitgenodigd om die gebeurtenis mee te vieren. Daar leerde ik ook de Congregatie kennen. Toen de weg naar het Cisterciënzer monnikenleven voor mij afgesloten bleek, heb ik me maar aangemeld bij de Congregatie. Iets van die eerste roeping wilde ik toch graag in vervulling zien gaan. En omdat de theologische opleiding in die dagen toch een vrij monastieke inslag kende, voelde ik me er best thuis. De verandering echter van een vrij gesloten opleiding naar actief pastoraat was voor mij een hele omslag.

Toch ben ik achteraf gezien blij met deze keuze. Het traktaat over de ‘genade’ van onze dogmaprofessor pater van Rijen, waarin hij heel sterk de nadruk legde op de onvoorwaardelijke en onbaatzuchtige liefde van God heeft een diepe indruk op mij gemaakt.

Later in mijn pastorale werk heb ik mensen proberen vrij te maken van angsten, van scrupules en neurosen. Het beeld van het gebogen vrouwtje in de Bijbel dat door Jezus genezen wordt is voor mij altijd heel veel betekenend geweest. Daarnaast heb ik in mijn pastoraat geprobeerd mensen te begeleiden in persoonlijke beslissingen, wel of niet in overeenstemming met de leer van de kerk, in het vertrouwen dat God een mens niet laat vallen en niet alleen de afhankelijke liefheeft, maar ook de opstandige of degenen die niet precies de voorgeschreven gebaande wegen gaan.

Daarin waardeer ik juist onze Congregatie als een gemeenschap waar ruimte is voor de persoon en voor de persoonlijke mogelijkheden die iemand met zich meebrengt, om op een eigen en aangepaste wijze zijn leven te kunnen inrichten. Ook daarin herken ik het Hart van de Heer, die meer zorg had voor mensen dan voor de regel.

Nu ik ouder ben geworden, merk ik, dat ik meer groei naar innerlijkheid. Het breviergebed, het Jezusgebed en Zen-meditatie maken me wat meer tot de monnik, waar ik dacht dat mijn roeping lag.