Taalselectie

imageimageimageimageimage
 
 
Wij, missionarisssen van het Heilig Hart,
zijn leden van een actieve congregatie die als bijzondere opdracht hebben
in het contact met de wereld, de dingen, de dieren en de mensen
de goedheid van God zichtbaar te maken en misschien zelfs te vermeerderen.
Ons wordt gevraagd de weg van het hart te gaan.
S. van Tilborg msc

Spiritualiteit

Naarmate we ouder worden besteden we meer aandacht aan het opmaken van de balans van ons leven. Het is een zoeken naar de balans kan ons helpen vreugde en verdriet met mildheid te aanvaarden. Voor ons die een religieuze gemeenschap vormen is het belangrijk dat er zowel in vieringen als in communiteitsgesprekken ruimte wordt gemaakt voor stilte, troost, genade en voor dank.

Ad van Hest

Ad van HestWanneer ik vijftig jaar terug probeer te kijken, voel ik me voor een ogenblik thuis bij het verhaal van Gabriël en Maria. Gabriël die tegen Maria zegt: "God wil je 'ja' horen. Hij wil weten of je je kunt inzetten voor zijn plannen voor de mensheid, voor zijn nieuwe wereld."
En wat mij dan steeds opnieuw opvalt, is dat Maria inderdaad een hartgrondig JA uitspreekt, maar er tegelijkertijd ook wel haar vragen bij heeft.

Vijftig jaar geleden was ons kerkelijk leven, in elk geval voor mij, toch wel een tijd van vragen. En met links en rechts priesters die het ambt verlieten leek het vragen om priester gewijd te worden wel een beetje op vragen om moeilijkheden.
Maar ik heb altijd gevoeld – en dat is in een 50-jarig jubileum ook wel bevestigd - dat vragen stellen bij wat je doet, best samen gaat met een serieus engagement aan wat je doet; en zelfs kan helpen om dat engagement levend en fris te houden.
Maar ik geef ook wel toe dat we in die tijd vaak beter 'wisten' hoe het niet, dan hoe het wel moest.

Ik heb wel geluk gehad met de 'pastoors' met wie ik mijn eerste jaren in de Filippijnen heb mogen werken. Het waren stuk voor stuk priesters die de kerk ook buiten de sacristie waar probeerden te maken, die oog en zorg hadden voor de hele mens die ze in hun pastoraat tegen kwamen. In de Filippijnen betekende dat natuurlijk vooral zorg voor de economisch arme en sociaal onderdrukte mens.
Ik heb nooit in een parochie hoeven werken waar het alleen om sacramenten ging – en ofschoon die natuurlijk in parochies van 40.000 mensen en meer wel veel van je tijd vergden, bleven de parochianen toch altijd meer dan 'zielen', wat in het pastoraat van die tijd niet zo vanzelfsprekend was.

Ik heb ook geluk gehad met die eerste pastoors vanwege de ruimte die ze me gaven, en het vertrouwen. Een beeld van dat laatste dat me steeds is bijgebleven is hoe bij mijn aankomst in mijn eerste parochie mijn pastoor-confrater me de brandkast liet openen en zei: “Daar ligt wat we hebben aan geld, als je wat nodig hebt, pak je het maar, maar zorg wel dat je het opschrijft en op het eind van de maand er rekenschap van aflegt.”
Aan de andere kant was het ook zo dat ieder van mijn eerste drie pastoors uiteindelijk het ambt verliet; het is in elk geval goed om ook de vragen rond priesterschap en kerk levendig te houden.

HestAdvanEucharistie

Zelf voel ik nog altijd dat mijn 'beste tijd' als pastor, of in elk geval mijn meeste bevredigende tijd, in Munoz geweest is, waar we een team konden opbouwen van plaatselijke medewerkers en ons voornamelijk op werk in de armste barrios konden richten. Mensen die ons bezig zagen, zagen vaak voornamelijk de projecten die ons team opzette rond de karbouwmelk productie en geiten, rond blote-voeten vee-'artsen', de ambachtscoöperaties, de vanuit de gemeenschap uitgaande gezondheidszorg en klassen om te leren lezen en schrijven.
Voor ons waren het wegen om met mensen te kunnen werken aan grotere mondigheid en het doorbreken van het feodale stempel dat het leven op het platteland toen nog sterk bepaalde.
Er was veel kritiek in die tijd. Voor sommigen moest het allemaal veel radicaler en voor anderen veel kerkelijker. En we zaten natuurlijk wel in een 'martial law' (politiek gezien in een staat van beleg) situatie, waarin de bewustmaking van de bevolking vaak al verdacht was. Maar tegelijk werd er ook veel ruimte gegeven, zowel door parochianen als door confraters, ook als ze het er allemaal niet mee eens waren. Of zoals ik me herinner van een oudere confrater, die me op een gegeven moment vertelde: "Ik heb nooit erg in jullie 'gedaas' geloofd, maar ik heb wel jullie inzet gezien door al die jaren heen en daarom denk ik nu dat jullie toch wel op het goede pad zitten."
Dat soort steun is belangrijk en bemoedigend, al wordt het werk uiteindelijk meer gedragen doordat mensen beginnen te geloven in zichzelf.

In de negentiger jaren kwamen er grote veranderingen voor mij. Tot dan toe was ik mager maar goed gezond, kon ik 20 werkuren in een dag stoppen, maar de tijd brak aan waarin dat niet meer mogelijk was. Ik voelde me een beetje voor de keus staan om me ofwel in kerk en sacristie terug te trekken voor dopen, trouwen en begraven - wat ik allemaal niet zo zag zitten - of om maar terug te gaan naar Nederland.
Juist in die tijd kwam het verzoek om het secretariaat van de Filippijnse provincie over te nemen. Heel ander werk, een heel nieuwe uitdaging, die ik wel voor een paar jaar aandurfde. Die paar jaar zijn er ondertussen meer dan 25 geworden. Daarmee werd ik ook lid van het bestuur, een privilege dat uiteindelijk door de ene provinciaal na de andere verlengd werd (maar geen zorg, bij de laatste bestuurswisseling zijn we overeengekomen dat het nu echt voor het laatste jaar zou zijn).
Dat brengt ons tot de wat absurde historische voetnoot, dat ik als bestuurslid met alle zeven Filippijnse provinciaals tot-nu-toe heb mogen samenwerken. Belangrijker voor de invulling van mijn vijftig jaar priester-zijn is natuurlijk dat ik een groot deel van die jaren een steentje bij heb mogen dragen aan de opbouw van een MSC-provincie. Uiteraard, slechts een klein steentje, maar kleine steentjes tellen ook. Het was goed om te ervaren wat Chevalier bedoeld moet hebben toen hij ergens zei dat in onze congregatie niemand een vreemdeling is.

Ik ben nog steeds blij met de goede filosofische en theologische opleiding die we meer dan 50 jaar geleden kregen.
Ik ben nog blijer dat het pastoraal bezig zijn me meer een Jezus van Nazareth heeft helpen ontdekken als een gedreven mens die oog en hart had voor mensen, die dicht bij mensen durfde staan en door hun noden heen naar hun mogelijkheden kon kijken, die mensen kon samen brengen in Gods liefde. Iemand die blijft inspireren, ook al blijft het navolgen van Jezus uiteraard gebrekkig. Mensen te helpen om hem - of tenminste zijn visie - telkens opnieuw te ontdekken, om wegen te vinden om meer vanuit het hart te leven en om dat samen te vieren, wil ik blijven proberen.