Taalselectie

imageimageimageimageimage
 
 
Wij, missionarisssen van het Heilig Hart,
zijn leden van een actieve congregatie die als bijzondere opdracht hebben
in het contact met de wereld, de dingen, de dieren en de mensen
de goedheid van God zichtbaar te maken en misschien zelfs te vermeerderen.
Ons wordt gevraagd de weg van het hart te gaan.
S. van Tilborg msc

Spiritualiteit

Een eenvoudig, sober en solidair leven is een aanklacht tegen een levenshouding van ‘steeds meer willen hebben’ en van ‘steeds meer willen consumeren’; een aanklacht ook tegen het gebruik van privé bezit voor eigen doeleinden zonder rekening te houden met andermans belangen.

Jan Helder, 65 jaar geprofest, 60 jaar priester, geboren 1930

Jan HelderJan Helder was wat we noemen een late roeping. Hij ging rechtstreeks van het gymnasium in Maastricht naar het noviciaat in Berg en Dal.

Op vijftienjarige leeftijd werd hij al getroffen door de ellende van mensen die terug kwamen uit de concentratiekampen van de oorlog. Hij wilde iets doen wat de moeite waard was voor de lijdende medemens. Hij studeerde gymnasium alfa. Dokter worden ging daarom niet. Als priester zou hij echter ook iets kunnen doen voor de medemens, iets wat er toe doet. Geboren en wonende in Maastricht kwam hij in contact met pater Henri Vermin en zo kwam hij tot de keuze voor de MSC. In 1951 begon hij het postulaat en noviciaat in Berg en Dal.

Jan had als ideaal een steentje bijdragen aan een betere wereld. Waar dat zou zijn was niet belangrijk. Mensen helpen gelukkig te zijn, daarom ging het.
Hij werd gevraagd naar Brazilië te gaan omdat in die tijd Braziliaanse paters naar Indonesië werden uitgezonden. Dat was prima want hij was tot elk goed werk bereid. Jan begon in São Paulo stad en daarna in vele plaatsen in Zuid Brazilië.

Het was de tijd van het tweede Vaticaans Concilie: keuze voor de armen en een nieuwe aanpak vanuit de bijbel. Dit was een degelijke motivatie voor Jan om zijn oude ideaal waar te maken: nuttig zijn voor de medemens.
In die tijd begon ook de opbouw van de basisgemeenschappen waarbij een gemeenschap, die gevoed werd vanuit het geloof, werkte aan de een betere wereld. De kern is: goed zijn voor elkaar, elkaar bijstaan, iets doen wat er toedoet voor elkaar.
In Zuid Brazilië heeft Jan zich hier 20 jaar volledig voor ingezet.

In de Braziliaanse provincie werd toen het beleid: we geven het werk in Zuid Brazilië over aan anderen (o.a. Belgische MSC?)  en gaan ons meer richten op missie in het buitenland.

Jan Helder in de Dominikanenkerk in AlcântaraJan Helder in de Dominikanenkerk in AlcântaraEen Braziliaanse MSC’er die bisschop werd in Noord Brazilië vroeg Jan of hij in zijn bisdom wilde komen werken. En Jan tufte in vijf dagen met zijn oude volkswagen zo’n 3000 km naar het noorden en kwam aan in Alcântara, in de deelstaat Maranhão.
Hij vond een kerkgemeenschap waar al heel hard gewerkt was aan de opbouw van basisgemeenschappen. In een diocesaan centrum werden cursussen van drie tot vier maanden gegeven om leiders van deze gemeenschappen te vormen.

Alcântara ligt aan de zee. Het is een soort schiereiland van 1300 km2 en de bevolking bestaat voor het merendeel uit vroegere slaven uit Afrika. De rijke grootgrondbezitters, de bewoners van de rijke herenhuizen in Alcântara, waren al lang weggetrokken uit de stad toen de katoenprijs instortte. De mensen leefden van de landbouw en de visserij. Het binnenland was vaak moeilijk te bereiken.
De voorganger van Jan (een Canadese priester) ondersteunde de arme boertjes met zijn tractor, waarmee hij ook de wegen naar het binnenland begaanbaar probeerde te houden. Jan is in dezelfde lijn doorgegaan, zowel sociaal als wat de vorming van de mensen betreft: de mensen moeten het zoveel mogelijk zelf doen.

In 1981-1982 kwamen er grote problemen voor de arme landbouwers van Alcântara.
De regering wilde een lanceerbasis voor satellieten aanleggen en de grond in beslag nemen. Niemand had immers eigendomspapieren. Dankzij de weerbaarheid via de basisgemeenschappen en een sterke landbouwersorganisatie die er al jaren actief was, die 100% op kwam voor de mensen en waarvan de bestuurders zich niet lieten beïnvloeden of omkopen door officieren van de luchtmacht en regeringsambtenaren, kon het onheil voorkomen worden. De pastoor stond hier midden tussen in en probeerde de mensen te motiveren en moed in te spreken om in opstand te komen. De bewustwording van de mensen werd goed ondersteund door een huis-aan-huisactie waarin werd gesproken over wat de mensen wilden en wat zij in de basis wilden: ander land, een huis, school, kapel, vismogelijkheid en blijven wonen in Alcântara.

In een nieuwe parochie werd Jan weer leider van de pastorale basisgemeenschap en kwam hij weer in het centrum van een ander conflict waarbij rijke mensen zonder grond buffels kochten en los lieten lopen op de gronden van arme boeren. Die arme boeren besloten de buffels te doden. Verschillende boeren belandden in de gevangenis.
Vanuit de basisgemeenschap werden de mensen gesteund met advies (zorg nooit buffelvlees in huis te hebben) en een advocaat. Jan zat er helemaal tussen in. Hij bezocht ook de mensen in de gevangenis. Het conflict werd uiteindelijk opgelost.

In 2005, 75 jaar oud, trok Jan zich terug uit het basispastoraat. Zijn gehoor werd te slecht. Hij kon vergaderingen niet meer volgen. Hij ging met emeritaat en vertrok naar Fortaleza, maar bleef nog actief in het ziekenhuis en in de eerste jaren als helper in de parochie.

Jan had tot dan toe nooit het idee om terug te komen naar Nederland, want hij had nog steeds als basis: nuttig zijn voor medemensen en iets doen dat er toe doet.
Bij zijn laatste verlof zag hij echter dat ook in Notre Dame oudere mensen nog nuttig kunnen zijn. Mantelzorg is iets wat er toe doet. Jans conclusie was: “Wie weet, maar nu nog niet.”