Taalselectie

imageimageimageimage
 
 
Wij, missionarisssen van het Heilig Hart,
zijn leden van een actieve congregatie die als bijzondere opdracht hebben
in het contact met de wereld, de dingen, de dieren en de mensen
de goedheid van God zichtbaar te maken en misschien zelfs te vermeerderen.
Ons wordt gevraagd de weg van het hart te gaan.
S. van Tilborg msc

Spiritualiteit

Ook wanneer onze religieuze gemeenschappen vergrijzen, blijft het van belang de blik ook naar buiten te blijven richten. Dit vraagt een houding van welwillendheid, van gastvrijheid en openheid.

Goed voor je hart

Overlijden

Het is voorjaar, tijd voor een nieuw begin. Toch moet ik steeds terugdenken aan een vriend van mij die ruim twee jaar geleden overleed.

Ooit vertelde hij over vroeger. Vroeger, dat was toen hij – de tijd van de catechismus was al voorbij - mondjesmaat zèlf zijn geloven op het spoor kwam. Een tijd van lezen en van gretige gesprekken. Vol betovering baande hij zich samen met vrienden en vriendinnen een weg naar de overtuigingen van toen. Hij moest er nu zelf om lachen, want terwijl ze elkaar beaamden, riepen ze een steeds grotere tevredenheid op over zichzelf en elkaar, totdat de hele ruimte herschapen was in een grote bromtol die langzaam begon te zingen van zelfgenoegen. Vandaag was dat anders. Vandaag had hij daar geen behoefte meer aan: “Ik heb nu mijn eigen pannetje godsdienst bij elkaar gelepeld.”

Nooit heb ik iemand meegemaakt die zo categorisch weigerde om dood te gaan als hij. Sterker nog, het leek erop dat na zes weken op bed de geuren van bouillon en van de eerste herfst hem opnieuw leven inbliezen. Hij ging weer rechtop zitten en begon weer te eten. En toen de dokter hem voorzichtig waarschuwde dat hij toch wel in de trein naar het einde zat, fluisterde hij: “Maar dan wel in de restauratiewagen.”

HerfstTerwijl hij rustte, hadden zijn vrouw en ik op een middag de stoelen naar de open tuindeuren geschoven. We zaten te praten in de oktoberzon. Ineens stond hij achter ons, mager. Zijn pyjama zat veel te ruim. “Nog een keer naar de wolken kijken”, zei hij en hij genoot zichtbaar. Twee dagen daarna is hij weggeslapen. Ik heb toen wel een uur lang zitten kijken naar zijn handen. Ze waren gevlekt, geaderd als een landschap, met vreemde plekken en wondjes. Doorleefd, sterfelijk en nabij tegelijk. Toen ik opkeek, besefte ik dat de kamer uitzag op het kleine winkelcentrum tegenover de ingang van de flat. De dood binnenshuis had de werkelijkheid daarbuiten tijdelijk verdrongen. Door het raam zag ik de Edah-supermarkt, de Brunawinkel, de drogist die ook in telefoonkaarten doet en de slagerij. Op weg hierheen was het me opgevallen dat er bij de slager een meisje werkt met rood haar. En – nu weet ik het weer! – er lagen slavinken in de aanbieding.