In memoriam pater Eugène van Vught

Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals de Vader mij kent en ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen.

(Johannes 10, 14-15)

Geboren

18 mei 1930 te Tilburg

Professie

1952

Priesterwijding

1957

Overleden
te Tilburg op 30 mei 2017

Zijn missie lag bij de doven

Eugène van Vught werd in Tilburg geboren op 18 mei 1930 en is 87 jaar oud geworden. Als twaalfjarige jongen ging hij met zijn vriendjes mee naar het Missiehuis van de Missionarissen van het heilig Hart in Tilburg aan de Bredaseweg. Hij doorliep heel de opleiding van de MSC, totdat hij in 1955 priester werd gewijd in Stein.
Het was de bedoeling dat hij naar Indonesië zou vertrekken, naar Wonosobo op Java waar een opleidingsinstituut was gevestigd voor doven. Eugène bereidde zich daarop voor. Maar het mocht niet zo zijn: vanwege de politieke spanningen destijds tussen Indonesië en Nederland kreeg hij geen visum en hij belandde niet in Indonesië maar in de Filippijnen. Daar heeft hij 25 jaar gewerkt in verschillende parochies op het eiland Mindanao en in de Visaya’s.

In 1983 kwam Eugène voorgoed terug naar Nederland, nog in de kracht van zijn leven. Het ging goed met de MSC in de Filippijnen en Filipino’s stonden klaar om zijn werkzaamheden over te nemen.

Eugène is ook bouwpastoor geweest in Cebu City, de tweede grootste stad van de Filippijnen. Hij heeft daar een stijlvolle kerk neergezet, die in 1966 plechtig door de aartsbisschop van Cebu werd ingewijd. De patroonheilige was Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart. Eugène heeft maar kort van zijn mooie kerk kunnen genieten, want na een paar jaar werd hij overgeplaatst.

Terug in Nederland werd Eugène gevraagd om het dovenpastoraat in te gaan, waar hij zich als jonge priester al op voorbereid had. Dat bleek een activiteit die hem bijzonder goed lag. Hij heeft dit werk met hart en ziel gedaan, dertig jaar lang, rondtrekkend in Nederland, om overal doofgeborenen als persoon of als groep te bezoeken en te bevestigen in hun leven en geloof.

Hij organiseerde ook verschillende bedevaarten voor zijn dove mensen: o.a. naar Lourdes en Banneux. Het waren hele ondernemingen, die veel eisten van het praktische en organisatorische vermogen van Eugène. Hij werd er in 2010 voor beloond met een onderscheiding: de “van Eijndhovenpenning”, genoemd naar de overleden directeur van het doveninstituut in St Michielsgestel, die Eugène in 1985 als pastor had aangenomen.

Eugène droeg niet alleen zorg voor zijn mensen in het pastoraat. Hij droeg ook zorg voor zijn eigen spiritualiteit. Hij had intussen de Focolarebeweging ontdekt die hem zeer aansprak. Op zijn kamer lagen verschillende boeken van Chiara Lubich, de stichteres van de Focolarebeweging, die hij duidelijk gelezen had. Graag woonde hij de bijeenkomsten van de beweging bij in Nieuwkuijk. Vanwege de Focolare is Eugène ook verschillende malen op bezoek geweest in IJsland ter ondersteuning van groepen daar. Die bestonden voornamelijk uit Filippijnse mensen. Zo droeg zijn Filippijnse tijd nog vrucht op een onverwachte manier.

Eugène had zijn eigen kijk op het levenseinde. In 2013 geleden schreef hij: 

Wanneer zal de Heer mij roepen? Daar denk ik dikwijs aan. Och, ik ben zeer tevreden over al het werk wat ik voor de Heer heb mogen doen, als priester en als missionaris van het heilig Hart: 25 jaar in de Filippijnen en ruim dertig jaar in Nederland als pastorale werker voor doof geboren mannen, vrouwen en kinderen. Een heel bijzondere, prachtige dienst die me erg goed heeft gedaan. Als de Heer mij NU zou roepen, zou ik ook heel tevreden zijn. Ik denk daar dikwijls aan. Ik denk en praat liever niet over sterven of doodgaan, maar over een nieuw leven beginnen bij God in de hemel. Wat wil je nog meer?