Pater Fons Meijers

2016

50 jaar priester

Samen met mijn broer werd ik op 21 april 1940 in Stein geboren; ik doorliep er de lagere school; in september 1952 trok ik naar het missiehuis in Tilburg. Ik deed mijn professie op 21 september 1960 en werd priester gewijd te Stein op 16 juli 1966.
In november 1967 vertrok ik naar de Filippijnen, waar ik samen met een pastoraal team van MSC’ers bijna negen jaar lang actief was rond de kathedraal van Butuan City op het eiland Mindanao. In deze reuzenparochie (meer dan 100.000 mensen) was naast het reguliere parochiewerk mijn speciaal aandachtsveld de sociale activiteiten van het bisdom: medische coöperatie en familieplanning-programma, credit-unions, boerenbeweging, vakbonden in de houtverwerking, Chiros-studentenbeweging: ik beschouwde mezelf als een soort aalmoezenier van het sociaal werk.
In 1975 verhuisde ik samen met Ben Verberne naar het binnenland van het eiland. In dit uitgestrekte, prachtige, maar ook verraderlijke gebied, trokken we als pastor bijna tien jaar lang rond langs wat we noemden: ‘Small Christian Communities’. Daarbij hadden we het geluk samen te mogen werken met Filippijnse zusters en een groep Filippijnse lekenmissionarissen. We vormden een uniek pastoraal team en konden een veelzijdig pastoraal programma aanbieden. In vele opzichten was dit een rijke en enerverende tijd in een zeer onstabiele politieke omgeving.

In april 1985 ben ik op verzoek van de Nederlandse provincie teruggekeerd om het roepingen-pastoraat ter hand te nemen. Daarvoor richtte ik samen met enkele medebroeders in 1986 de Chesed-gemeenschap op in Nijmegen. Het roepingenpastoraat bleek echter geen succes. Het doel van de Chesed-gemeenschap wel: gastvrijheid en bezinning bieden aan idealistische zowel als aan kansarme jongeren. Praktisch vanaf zijn ontstaan is ons huis inderdaad een veilige toevlucht geweest en gebleven, aanvankelijk voor jongeren, later (tot nu toe) voor vluchtelingen. Ondertussen heb ik vijf jaar gewerkt voor Stichting Missie en Jongeren; daarna meer dan 10 jaar als straatpastor met dak- en thuislozen, verslaafden en mensen die verloren liepen.

Binnen de MSC was ik een paar periodes lid van het bestuur en heb samen met Jacqueline van Marion drie jaar lang het gezamenlijk MSC en FDNSC project ‘spiritualiteit’ geleid, totdat het plotseling werd gestopt. Nu ben ik nog wat actief in bezinnings- en begeleidingswerk; ook help ik links en rechts in het pastoraat te Nijmegen. 

Als ik na al die jaren terugkijk op mijn leven, stemt me dat alleen maar tot grote dankbaarheid. Wat een rijk leven is me toch geschonken! Met hulp van medebroeders en veel mensen van goede wil heb ik geleidelijk de rijkdom en diepte van het MSC-charisma mogen ontdekken en proberen te vertalen in een levenshouding van Chesed (het Bijbelse woord voor: Trouw en Barmhartigheid). Want ik heb het gevoel dat deze Bijbelse levenshouding in een woord weergeeft, waar het de MSC in wezen om te doen is.

De HEER! De HEER! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat en voor de schuld van de ouders de kinderen en kleinkinderen laat boeten, en ook het derde geslacht en het vierde. (Exodus 34, 6-7)

‘Verdiep je steeds meer in de wijze waarop God een Verbond met Zijn volk aangaat, telkens weer’, hoorde ik soms tegen mezelf zeggen. En: ‘Durf dan ook een verbond aan te gaan met mensen, zoals God dat doet; ga een band aan juist met mensen met een gebroken hart, om trouw, standvastig en voor altijd elkaar te helpen, voor elkaar op te komen, de zwakste in het verbond bij te staan. Zo gaat God met mensen om, zo gaat God met jou om!’

Een levenshouding van Chesed is niet denkbaar zonder liefde, barmhartigheid, mededogen, medelijden en trouw. Barmhartigheid zonder trouw is onbetrouwbaar; trouw zonder barmhartigheid is hardvochtig. Door deze levenshouding van Chesed steeds maar weer in mijzelf te hernemen, probeer ik juist als MSC’er de weg van het Hart te gaan: in het Hart van het Verbond, aan de basis van de Kerk, vanuit het perspectief van de mens die zwak staat, en uit de greep van machten en heerschappijen, zo hoop ik en bid ik.