Pater Piet Commandeur

60 JAAR GEPROFEST

Pater Piet Commandeur

Vroeger, tijdens de oorlog, bouwden mijn vriend Wim en ik op “het stalletje”, (een met planken geïmproviseerde keuken uit twee koestallen voor de zomer), met lucifersdoosjes een wegennet met zoveel mogelijk bochten er in. Ik wist niet, dat dit  spelletje een voorbode was voor de werkelijkheid van mijn leven. Dat was namelijk ook vol bochten, klimmen en dalen  zoals hier in Oostenrijk. Ben Verberne kan er van mee praten! „Piet, laat me als `je belieft uitstappen. Ik ga liever lopen!“

Het verschil met het spelletje was wel, dat je daar ook kon terugrijden,- in het leven niet!

In een lied van de Oostenrijkse zanger Hubert von Goisern heet het: “Hoor je niet, hoe de tijd voorbijgaat?” Dit bewuste “horen” vind ik mooi, niet in stres slordig ermee omgaan, niet “ueberhudeln” zeggen ze hier. En vooral bij een jubileum kun je de tijd horen!

Hubert zingt: “Gisteren is vandaag geworden,- en vandaag is al gauw morgen! De jongen zijn oud geworden en de ouden gestorven.”

En in het boek Prediker lees ik: “Alles heeft zijn uur; voor al wat er onder de hemel gebeurt, is er een vaste tijd! (3,1).” Onder andere: “Een tijd van zoeken…” Ik was eigenlijk altijd op zoek. In mijn leven een heen en weer. “Een wanorde”, had een keer mijn biechtvader (p.van de Vrande?) gezegd, “net zoals je haar.” Toen nog een wild struikgewas, niet om door te kammen!

Van leraar worden naar priester en dan nog missionaris. Dat bracht een verandering van klein seminarie met zich mee. Van drie mooie jaren op het klein seminarie Hageveld naar Driehuis, waar ik me door omstandigheden helemaal niet thuis voelde en heimwee had. De keuze Driehuis omdat het het dichste bij thuis was. Daar leerde ik ook de MSC kennen. Van te voren had ik er nog nooit van gehoord. Om verder mijn biechtvader, die niet bepaald de gave had iemand moed in te spreken, te citeren: “Het zal wel niks met je worden, je bent te laat gekomen!” “Gisteren  is vandaag geworden, en vandaag is al weer morgen!” En nu ben ik zestig jaar bij de MSC.

Ja, “ons leven is een vluchtige schaduw! (Weish.2,5).” Ik ben opgegoeid in de onrustige 68-er jaren en dat is typerend voor je hele leven. Ik heb eer geen spijt van en doe me moeite met de tegenwoordige priestergeneratie. Geen kritiek, geen vragen, geen twijfel! We waren een heel bijzondere klas met een paar geleerde koppen, die de professoren nogal moeilijkheden maakten. We dansten met Dingeman met zijn gitaar voorop door de huizen. Dat was nog nooit gebeurd. We waren overal gevreesd als we nieuw ergens naar toe kwamen. Maar bij de MSC, en dat geldt ook voor mij, was dat mogelijk. Je mocht als klas zijn zoals je was en ook persoonlijk je eigen weg gaan, de weg, die voor jou was weggelegd tot in de Salzburger Pinzgau. Daar ben ik heel dankbaar voor, anders had ik het denk ik niet uitgehouden. Pater van de Vrande zal ik een mailtje sturen: “Je hoeft je, wat mij betreft geen zorgen meer te maken. Ik was misschien geen echte, goede MSC’er als congregatie gedacht. Misschien wel: Piet heeft geprobeerd door HARTelijkheid naar zijn aard en wezen als priester en missionaris van het Heilig Hart te leven.”                   Dat was iets voor het 60 jaar jubileum. Ik ben blij de mogelijkheid te hebben het persoonlijk met de andere jubilarissen, zusters en MSC’ers in Tilburg mee te kunnen vieren.