Pasen 3c – 2025. Door Ton Zwart
Paulus en Barnabas zijn de twee grote missionarissen in de Handelingen van de Apostelen. We mogen zien hoe ze te werk gaan in de eerste lezing van vandaag. Ze zijn in Antiochië in Klein-Azië en ze hebben aanvankelijk veel succes. Ze werken vanuit de synagoge en het zijn dan ook allereerst de bezoekers van de synagoge die geïnteresseerd zijn in hun boodschap. Die zijn zelfs bereid om Jezus als de gids en herder van hun leven te erkennen. Daardoor kwamen de traditionele leiders van de synagoge aan de kant te staan en dat namen ze niet. Ze gebruikten dan wel geen fysiek geweld, maar vielen de twee missionarissen verbaal aan, met beschimpingen staat er. Zeg maar dat Paulus en Barnabas scheldwoorden naar hun hoofd geslingerd kregen.
De reactie van Paulus en Barnabas is tekenend. Ze schelden niet terug. Ze zien ook geen heil in een tweede poging, daarvoor is de sfeer blijkbaar te zeer verziekt. Wat ze wel doen is, dat ze hun handen aftrekken van de synagoge en een andere doelgroep kiezen, niet meer de Joodse gemeenschap, maar de heidenen, de niet-Joden. Ze zeggen er ook bij waarom ze dat doen: de Joodse gemeenschap moet, als eerste het Woord van God verkondigd worden – ze zijn tenslotte het uitverkoren volk van God – maar als ze niet willen luisteren, dan hebben ze, zogezegd, hun kans gemist. De twee missionarissen schudden dan het stof van hun voeten en gaan voortaan hun blijde boodschap aan de niet-Joden, de heidenen, brengen.
De missionaire werkwijze van Paulus en Barnabas is duidelijk. Ze weten van ophouden. Als blijkt dat ze op een doodlopende weg zijn beland, wijken ze van die weg af en gaan ze een heel andere richting uit. Ze blijven niet doen wat niet werkt, maar gaan iets nieuws proberen.
We hebben de afgelopen weken het pontificaat van paus Franciscus herdacht: wat hij allemaal gedaan heeft voor kerk en wereld. Misschien is het goed om nog even terug te gaan naar het begin van zijn pontificaat. Een van de eerste documenten die hij het licht liet zien was getiteld Evangelium Gaudium, oftewel De Vreugde van het Evangelie. Daarin riep hij alle christenen op om de Blijde Boodschap te beleven en blijde mensen te zijn. Door blijheid uit te stralen, zou het evangelie weer aantrekkelijk worden voor de wereld vandaag. Dat was de manier om missionaris te zijn in de huidige tijd.
Missionaris zijn, alle christenen worden ertoe geroepen, maar we moeten steeds blijven nadenken hoe dit het beste kan gebeuren gezien de tijd en de omstandigheden, waarmee wij te maken hebben. Hoe om te gaan met de kerkverlating en godsverduistering van onze tijd? Een negatieve houding heeft geen zin. Cultuurkritiek mag dan waar zijn: veel mensen leven inderdaad in een platte wereld waar geen plaats meer is voor het transcendente, voor wat de mens overstijgt. Maar dat brengt ons niet veel verder. Wat wel kan helpen is de moderne mens te respecteren, serieus te nemen en in zijn waarde te laten.
Twee menselijke, misschien wel oermenselijke, behoeften kunnen een aanknopingspunt zijn. De eerste is de behoefte aan zin. Iedere mens, wordt wel gezegd, heeft een aantal vragen voor zichzelf te beantwoorden, zinsvragen. Waarom loop ik hier eigenlijk op de aarde rond? Waarom is er zoveel lijden en zoveel onrecht in deze wereld? Is er wel een God, die de wereld geschapen heeft en in stand houdt? En als die God werkelijk bestaat, waarom doet Hij dan niets om het lijden weg te nemen? Allemaal vragen, die zowel gelovigen als niet-gelovigen zich kunnen stellen en waarop wij samen naar antwoorden kunnen zoeken en dat zullen vaak maar voorlopige antwoorden zijn.
De tweede menselijke behoefte is misschien nog wel wezenlijker: elke mens heeft behoefte aan liefde en, mogen we er aan toevoegen, aan vergeving. Zonder liefde, zonder aandacht te krijgen, zonder zorg te ontvangen, zonder mensen om je heen die om je geven wordt het leven koud en eenzaam. En liefde wordt misschien nooit duidelijker getoond dan door tekorten voor lief te nemen en fouten te vergeven. Liefde is niet alleen gevoelig, maar kan ook tegen een stootje. En dat is waar wij mensen behoefte aan hebben, want we doen allemaal wel iets fouts, niet één keer maar vele keren.
De kerk is bedoeld als liefdesgemeenschap. Jezus heeft dit uitdrukkelijk gezegd: hebt elkander lief, zoals ik jullie heb liefgehad. En: hieraan zullen allen herkennen dat jullie mijn leerlingen zijn, als jullie elkander liefhebben. De kerk als liefdesgemeenschap is een missionaire kerk. Zo’n kerk verkondigt haar boodschap meer in daden dan in woorden en is zo in staat om mensen naar zich toe te trekken.
Succes is overigens niet verzekerd. In de eerste lezing hebben Paulus en Barnabas zowel succes als weerstand ontmoet. En ook in de tweede en de derde lezing wordt er rekening gehouden met moeilijkheden en onderdrukking. Eigenlijk zijn die lezingen vooral bedoeld om de belaagde en vervolgde christenen een hart onder de riem te steken. Zij die komen uit de grote verdrukking krijgen te horen: God zal alle tranen van jullie ogen wissen. Ja, zegt ook het evangelie: rovers liggen op de loer maar ze zullen er niet in slagen om de leerlingen van Jezus – zij die luisteren naar zijn stem – blijvend kwaad te doen. De eenheid van Jezus met zijn Vader staat daar borg voor: niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven, want Jezus en de Vader zijn één.
Het einde is algoed. Trouwe christenen wordt een mooi einde beloofd. Maar zover is het nog lang niet. Ondertussen is het onze roeping naar Jezus te blijven luisteren, aan zijn liefdesgemeenschap te blijven werken en zo zijn leerlingen, dus missionarissen, te zijn.
Amen