LEZINGEN
Samuel 3,3b-10. 19
1 Korintiërs 6, 13c – 15a. 17-20
Johannes 1, 35-42
OVERWEGING door Ben Verberne msc
Jezus hield ervan vragen te stellen. Zijn eerste woorden in dit evangelie zijn al meteen een vraag: Wat zoek je? – vragen brengen meestal een gesprek op gàng. Wanneer hij 12 jaar is, dan zijn z’n ouders hem kwijt, maar – zo vertelt het evangelie volgens Lukas – zo klein als hij is, gaat hij naar ze toe met een vraag: Waarom zijn jullie naar mij op zoek? Ook aan kruis horen we hem vragen: Mijn God, waarom hebt ú mij verlaten? Zelfs na de verrijzenis houden zijn vragen niet op. Hij vraagt aan Maria van Magdala: Waarom ween je? En even later: Naar wie ben je op zoek?
Jezus hield ervan de mensen vragen te stellen. Hij wilde met ze in gesprek gaan.
Hij zocht toegang tot het hoofd en het hart van al die mannen en vrouwen die om hem heen drongen, terwijl hij ze vertelde over het Koninkrijk. Nu eens vergeleek hij dat Koninkrijk een zaad dat ontkiemt, dan weer met een schat die verborgen ligt in de akker, of met een feestmaal waar iedereen welkom is.
Jezus hield ervan vragen te stellen. Hij was een rabbi, leraar van Israël, maar dan wel een leraar die met z’n vragen mensen hielp dichter bij zichzelf te komen. Wie vraagt die wil altijd méér, wil dieper, verder – wie vraagt is niet tevreden met een oppervlakkig antwoord, maar zoekt een persoonlijke ontmoeting. Jezus is er zich van bewust dat alleen persoonlijke ontmoetingen een nieuwe richting kunnen geven aan het leven van mensen. Daarom vertelt Johannes in zijn evangelie dan ook regelmatig over zulke ontmoetingen.
Zoeken jullie iets? – Zo begint het gesprek van vanmorgen. Andreas en die andere leerling reageren met een tegenvraag: Waar hebt u uw verblijf? Dat betekent niet dat ze zijn adres willen weten. ‘Verblijven’ is een door-en-door Bijbels woord. Als deze twee leerlingen vragen ‘Waar verblijft u?’, dan willen ze weten waar zijn geestelijk thuis is, waar hij staat.
Jezus’ antwoord is simpel en zonder franje: Kom en zie – en die dag blijven ze bij hem. Wàt ze die dag precies hebben gezien, weten we niet. Maar één ding is zeker:
die dag heeft een onvergetelijke indruk op ze gemaakt, zo zelfs, dat het de rest van hun leven heeft bepaald.
Jaren later, op de avond voor zijn lijden, zit Jezus met zijn leerlingen aan tafel. Wat hij dan zegt geeft een hint waar het bij die eerste ontmoeting over ging. Dan verwoordt hij het zo: Met de liefde die de Vader mij heeft toegedragen, heb ik jullie liefgehad. Blijf in die liefde met mij verbonden. Daarover moet het gegaan zijn: over verblijven in de liefde van de Vader; dààrvan heeft hij geleefd, door die liefde is hij verbonden met zijn Vader, zoals een rank met de wijnstok zo is hij verbonden, ook met ons en wij met elkaar. Deze gebeurtenis in het leven van Jezus gaat over vragen en zoeken, over vinden en met elkaar verbonden zijn.
En precies daarover gaat het ook in de eerste lezing: over de jonge Samuël in de tempel. En toch is het ook weer anders, want Andreas en zijn medeleerling waren op zoek naar de Messias. Maar Samuël wórdt gezocht door God. Je zou haast zeggen:
het is de omgekeerde richting van het evangelie. Samuël kende de wegen van God nog niet. Hij moest nog leren zich bewust open te stellen voor God. Hij moest a.h.w. nog léren zeggen ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert’. Je openstellen voor God vraagt namelijk niet alleen dat je op zoek gaat, maar ook dat je jezelf laat vínden. Dat kan moeilijk zijn voor mensen vandaag, omdat we zo graag de regie zelf in handen houden. Ons làten vinden vraagt juist dat we de regie uit handen geven.
Met mensen zoals Samuël, en zoals Andreas en zijn boer Simon – met zulke mensen is het begonnen: mensen die op zoek gaan en zich laten vinden. In de loop van de tijd zijn er veel van zulke mensen geweest: samen vormen ze een lange rij door de tijden heen. Maar die rij is niet compleet: alleen al omdat degenen die genoemd worden allemaal mannen zijn. Er moeten nog heel veel namen aan worden toegevoegd: Maria, Martha, zoveel àndere vrouwen tot in onze tijd toe!
Vanaf het begin van het Christendom heeft de oproep geklonken: mensen elkaar laten weten “We hebben de Messias gevonden. Kom en zie!” Zo is het begonnen.
Vanaf dat moment is de sneeuwbal gaan rollen. En zo gaat het nog steeds, tot op vandaag!