Preek 14 juni 2026

Mattheüs 9, 36 – 10,8
OVERWEGING. Door Ben Verberne msc.

Meerdere malen per week rijdt er een blauw bestelbusje door de Oloflaan. U weet wel, zo’n busje dat de boodschappen bij mensen aan huis brengt. Op de zijkant van het busje staat in grote letters ‘Word jij onze nieuwe collega?” Albert Heijn doet z’n uiterste best om personeel te werven, want ze kunnen het werk niet aan!
Of neem De Zorg! Ook daar is een groot tekort aan menskracht. Er wordt hard aan gewerkt dat tekort aan te vullen! “Meer handen aan het bed!”

Zelfs God heeft mensen nodig: mannen èn vrouwen, professionals en vrijwilligers, pastores en predikanten. De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraag de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten!

Maar soms vraag ik me af … als het gaat over de kerk, ìs die oogst wel zo groot? Wie zit er vandaag te wachten op een zuster of een pastoraal werkster die langs komt? Wie zit er nog te springen om een dominee? Om een priester of een pastoor?

Wanneer Jezus de menigte ziet, is hij diep bewogen. Hij ziet de mensen die verloren lopen. Schapen zonder herder. Aan hun lot overgelaten. Er zijn wel herders, maar er zijn er te weinig en niet allemaal hebben ze hart voor de kudde. En dàt, dat rààkt hem en hij kiest twaalf volgelingen uit om te helpen bij de oogst. Hij roept ze bij naam. Samen vormen ze overigens een gezelschap waar best wat op aan te merken valt:
o Één is een verrader: Judas.
o Mattheüs werkt bij de belasting en is een collaborateur. Hij heeft connecties met de bezetter.
o Simon is een zeloot. Hij is een van die mensen die altijd opkomen voor geloof en godsdienst, haast op het fanatieke af!

Toch stuurt Jezus ze erop uit. Ze krijgen als opdracht: sàmen het gezicht te zijn van Gods barmhartige, uitnodigende liefde voor mensen. Ze worden erop uitgestuurd, niet als solisten, maar in groepen van twee, in teamverband. En ze gaan voortvarend te werk. Leest u de Handelingen van de Apostelen er maar op na. Het evangelie verspreidt zich als een lopend vuur, – eerst in de steden, dan in de afgelegen gebieden. ‘Het Evangelie verspreiden’, – dat klinkt erg spiritueel. Maar mij valt op dat het er juist heel concreet aan toegaat: ze raken zieken aan, leggen ze de handen op, genezen melaatsen, drijven de duivels uit. Het begint steeds met een kleine groep, waar altijd wel wat aan mankeert. En juist daar gebeurt nieuw leven of gebeurt het leven opnieuw. Daar gebeurt verrijzenis.

Als we kijken naar het Christendom vandaag, vooral hier in West-Europa, dan zie je veel … vermoeidheid en berusting. En ook twijfel over de toekomst van de kerk. Soms zijn mensen daar uitgesproken cynisch over. Dat begrijp ik ook wel, want vaak lijkt het alléén maar te gaan over krimpscenario’s en herstructurering, over een chronisch tekort aan voorgangers, verkoop van kerkgebouwen. Er zijn klachten dat de kerk aan de zijkant staat, afwezig is in het openbare debat, dat ze zich nauwelijks bemoeit met asielbeleid.

‘Samen vorm geven aan Gods barmhartige liefde’ lijkt vaak heel ver weg!

En toch gebeurt het dat ineens tussen de sintels en de uitgedoofde as onverwacht weer nieuw vuur opgloeit. Initiatieven zoals het straatpastoraat in Den Bosch, waar leken en religieuzen sàmen zich inzetten voor mensen van de straat. Dat gebeurt ook bij het Poelshofje voor dak- en thuislozen in Tilburg. Of ik denk aan Vraag & Aanbod Internationaal, waar vrijwilligers vanuit het Brabantse Alphen de handen uitsteken naar Afrika. Of de Camino, een initiatief voor jonge mensen die het vandaag alléén niet redden.

Een paar weken terug was het Pinksteren. We zongen toen Veni Creator Spiritus, Kom heilige Geest, een lied dat al 1000 jaar in onze kerken gezongen wordt: Gij zijt de gave Gods, Gij zijt de grote trooster in de tijd.

o Pinksteren is als een tweeluik: zo’n schilderij waar op het ene luik staat afgebeeld: de heilige Geest die neerdaalt over de mensengemeenschap. De Geest die ons mensen troost wanneer alles wat mooi en waardevol is in ons leven dreigt te verdwijnen. Dan maakt de Geest ons weer soepel, zij schept ruimte in ons hart en verlicht ons verstand. De Geest maakt ons toekomstgericht, – opent ons voor wat komen gaat.

o Het tweede luik toont een andere kant van Pinksteren: want wij zijn niet alleen ontvàngers. Gods Geest zet ons ook in beweging, activeert ons om – zo oud als we zijn – in geloof ons leven volop te léven en daarin elkaar en anderen nabij te zijn.

De oogst is groot. Laten we bidden om arbeiders. En om het besef dat wij tot op vandaag ook zelf arbeiders zijn – arbeiders in een oogst die veel groter is dan wijzelf.

Leave a comment