Preek 15 december 2024 door Gerard Moorman

Openingstekst: uit de regel van Taizé
Heb de misdeelden lief, allen die onrecht lijden en die dorsten naar gerechtigheid.
Jezus is voor hen geboren.
Schrik er niet voor terug je leven aan hen te binden, door het lastig gevallen te worden.
Je bent bang daardoor je persoonlijkheid te verstrikken.
Het zal je juist bevrijden van onnutte belemmeringen om meer mens te zijn.
Zo wordt je een teken van broederlijke liefde, van vrede en vreugde.
Sta dus open voor al wat menselijk is
En je zult elk zinloos verlangen om aan de wereld te ontvluchten zien verdwijnen.
Sta in het leven van je tijd, pas je aan aan de omstandigheden van het ogenblik.
Berust nooit in het schandaal van verdeeldheid onder de mensen.
Zoek hartstochtelijk de eenheid van Jezus Christus.

Overweging
In de drie lezingen die we zojuist hebben gehoord wordt gejubeld dat het een lieve lust is. Jubel van vreugde, verheug u en wees blij, schrijft Sefanja. In de allerdonkerste periode van het jaar, klinken woorden van vreugde. Het is zondag Gaudete, de derde zondag van de Advent, waarin we alvast vooruit mogen blikken op de komst van Jezus, God met ons, Immanuel. Hij is het licht der wereld, onze redder en heiland. Hij leert ons wat het betekent mens te zijn, mens zoals God die bedoeld heeft.

De tekst van de oecumenische gemeenschap Taizé die ik aan het begin van deze viering heb voorgelezen, begint met: Heb de misdeelden lief, Jezus is voor hen geboren. Schrik er niet voor terug je aan hen te binden; het zal je bevrijden van onnutte belemmeringen om meer mens te zijn.

Mens te worden zoals God heeft bedoeld is een levenslange opgave; het heeft zoals de tekst van Taizé zegt te maken met het koesteren van een houding van verbondenheid met anderen; met de hele schepping ook. Maar er is veel wat ons ervan weerhoudt die weg van menswording te gaan. Dat blijkt ook uit de teksten die net vooraf gaan aan de lezingen van vandaag. Het hele boek Sefanja is één grote donderpreek waarin hij het Joodse volk een gebrek aan Godsvertrouwen verwijt en hun roofzuchtig najagen van geld.

Het begin van het derde hoofdstuk van Lucas, waarin Johannes de Doper ten tonele verschijnt, leest als een tekst uit een geschiedenisboek: In het 15e regeringsjaar van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus landvoogd van Juda was, Herodes viervorst van Galilea,…. Toen kwam het woord van God over Johannes. In de woestijn, staat er te lezen. Ver weg dus van de machtscentra, in een uithoek van dat enorme keizerrijk, daar klinken woorden van God.

Als het in de Bijbel gaat over ‘woestijn’, dan roept dat vaak gelijk herinneringen op aan de uittocht van het Joodse volk uit Egypte, aan de lange tocht die zij moest gaan door de woestijn om eindelijk na 40 jaar aan te komen in het beloofde land.

Die lange tocht moeten wij in zekere zin ook gaan. De bekering waartoe Johannes oproept, is zo’n tocht. Een innerlijke ommekeer; geen hoogmoedig je gang gaan, alsof alles om jouw welzijn en plezier draait, maar leven in verbondenheid met God, medemensen en Gods schepping.

De adviezen die Johannes geeft op de vraag: “Wat moeten wij doen?” lijken op het eerste gezicht simpel. Delen met wie niets heeft, zegt hij aan allen. Concrete solidariteit dus met de armen. Dan richt hij zich speciaal op tollenaars, de belastinginners van de keizer, die er een gewoonte van hadden gemaakt hun inkomsten aan te vullen met extra afdracht te eisen en mensen af te persen. Datzelfde geldt ook voor de tweede groep die hij met name noemt: de soldaten. Onder hen was het eerder regel dan uitzondering dat zij hun soldij aanvulden met plundering. Iedereen deed dat, dus waarom zou jij daar niet aan mee doen?

In een omgeving waarin iedereen graait, moet je wel heel sterk in je schoenen staan om niet mee te doen. Zo makkelijk is die oproep van Johannes om eerlijk te leven niet. Ook in onze samenleving staan we constant voor keuzes en dilemma’s van hoe we goed moeten doen. Reclames schreeuwen ons toe zoveel mogelijk te kopen, verre reizen te maken, snel geld te verdienen, met beleggingen, met cryptovaluta, met gokken. Je bent gek als je niet meedoet.

Doe juíst niet mee, roept de apostel Paulus ons toe. In het eerste vers van hoofdstuk 4 schrijft hij aan zijn vrienden in Filippi: Houdt stand in de Heer. En in vers 8, vlak na het stukje dat we hebben gelezen, schrijft hij “Houdt uw aandacht op al wat waar is, al wat edel is, wat rechtvaardig is en rein, op al wat deugd heet en lof verdient.”
De filosoof Peter Maurin, mede-oprichter van de Catholic Worker-beweging waar het Jeannette Noëlhuis deel van uitmaakt, vatte het doel van de Catholic Worker vaak samen met één korte zin: ‘Creating a society in which it is easier to be good’. Vrij vertaald: Ons inzetten om een samenleving tot stand te brengen waar het makkelijker is om een goed mens te zijn.

Nu geloof ik dat mensen in wezen goed zijn. De meeste mensen deugen, zoals de titel luidt van een boek van Rutger Bregman. Maar in de wereld waarin wij leven is er veel wat niet deugt. We leven in een wereld waarin grondstoffen vaak onder erbarmelijke omstandigheden gewonnen worden door mannen, vrouwen en zelfs kinderen; grondstoffen die verwerkt worden in luxe producten in rijke landen. We leven in een wereld waarin een kleine groep krankzinnig rijk is en heel veel mensen een hongerloon verdienen waar ze niet of nauwelijks van kunnen leven. Dit is geen wereld waarin het makkelijk is om het goede te doen.

Maar toch. Jezus belooft ons dat waar twee of drie mensen in zijn naam bijeen zijn, Hij in hun midden is. Niet alleen, maar samen kunnen we bergen verzetten, heuvels slechten, rechte wegen banen tussen mensen en volkeren. Dat gebeurt op veel plekken, namelijk op al die plekken waar mensen samenkomen om een ruimte van medemenselijkheid te scheppen, van gastvrijheid en onderlinge hulp.

Ik ervaar het als een zegen dat ik in een gemeenschap leef waar ongedocumenteerde vluchtelingen welkom worden geheten, waar we samen één huishouden vormen en langere tijd samen optrekken. We leren elkaar goed kennen, vaak ook waarderen om wie we zijn. Het is een vreugde om mensen te leren kennen uit heel andere culturen, met een andere religie. En te ontdekken dat we met elkaar kunnen lachen en huilen. Dat we ons samen kunnen inzetten om een gastvrije ruimte te scheppen voor velen. Want onze huisgenoten weten vaak veel beter dan wij hoe we medevluchtelingen kunnen opvangen en naar hen luisteren.

In zekere zin is mijn gemeenschap ook mijn redding, want het behoedt mij voor een van de armen afgesloten leven met alleen maar gelijkgestemden. Ik denk dat alle missionarissen hier, dat zijn zowel degenen die in de missie hebben gewerkt als degenen die hier in Nederland allerlei apostolaten hebben verricht, de ervaring herkennen dat je veel meer ontvangt dan je zelf ooit kan geven.

De boodschap van de profeten, apostelen en evangelisten gaat steeds over het meer mens worden, meer medemens worden. Paulus spreekt over vriendelijkheid. Aan onze vriendschap herkennen mensen dat wij volgelingen van Jezus zijn. Onze gemeenschap met elkaar, met anderen en met God en onze trouw aan de Bijbelse boodschap helpen ons om vast te blijven houden aan wat goed is en wat juist. Om niet mee te waaien met de winden van hebzucht, van alles wat ons vervreemdt van mensen die misschien anders zijn dan wij, maar die als we ze in de ogen kijken medemensen blijken te zijn.

Zo wordt je een teken van broederlijke, zusterlijke liefde, van vrede en vreugde, hoorden we in de regel van Taizé, waarmee deze viering begon.

Leave a comment