Preek 17 april 2025. Witte Donderdag

Johannes 13 1 15 Witte Donderdag 2025. Door Hans Kwakman msc
Johannes opent het laatste gedeelte van zijn evangelie op een heel verheven manier. Hij schrijft: het was kort voor het paasfeest, het Joodse Pesach feest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was. Jezus had de mensen, die hem in de wereld toebehoorden lief en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. “Tot het uiterste” want Jezus’ liefde voor de mensen kent geen grenzen. Zijn liefde toont zich ook in zijn dood op het kruis, wanneer hij zijn Vader vraagt zijn beulen te vergeven, want, zo zegt hij, ze weten niet wat ze doen. Voor Johannes zijn Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paaszondag één alomvattende viering, waarin God de Vader door zijn Zoon Jezus zijn onvoorwaardelijke liefde voor de mensheid toont. De instelling van de Eucharistie, het lijden en de dood van Jezus op het kruis, de solidariteit van Jezus met de doden in het dodenrijk, de verrijzenis en de Geestzending, het zijn allemaal gebeurtenissen, waarin Jezus de Vaders liefde voor ons mensen toont en ons aanspoort die liefde te verspreiden.
Ook het verhaal van de voetwassing leidt Johannes in met plechtige woorden: Jezus is er zich van bewust dat de Vader hem alle macht heeft gegeven. Hij is ervan overtuigd dat hij van God is gekomen en weer naar God zal terugkeren. Maar toch legt hij zijn bovenkleed af, slaat een linnen doek om, giet water in een waskom en begint de voeten te wassen van zijn leerlingen, Judas inbegrepen. Jezus, de Zoon van de allerhoogste, voltrekt het laagste dienstwerk, het dienstwerk van een slaaf. In de joodse cultuur was het de taak van een slaaf om voorname gasten welkom te heten door ze uit naam van de gastheer de voeten te wassen, vuil geworden op de stoffige of modderige wegen. Met opzet vermeldt Johannes in het verhaal van de voetwassing ook de aanwezigheid van Judas. Jezus wist al dat Judas hem zou verraden. Maar hij wil laten zien dat niemand van Gods liefde is uitgesloten, ook de zwaarste zondaar niet. Jezus knielt neer voor iedere leerling persoonlijk. Zo laat hij zien dat de Vader ieder van ons persoonlijk liefheeft en ieder van ons de liefde geeft die hij of zij nodig heeft. Zoals gewoonlijk vertolkt Petrus de gevoelens van alle leerlingen, wanneer hij uitroept: “U wilt toch niet mijn voeten wassen Heer? “En Jezus antwoordt: “Wat ik doe begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.” Later zal Petrus zich de woorden herinneren, die Jezus sprak toen hij zijn leerlingen onderrichtte.
Wat Jezus toen zei geldt nog steeds ook voor ons, in onze wereld van vandaag en toont de betekenis van de voetwassing door Jezus: “Jullie weten dat de volkeren onderdrukt worden door hun eigen heersers en dat hun leiders hun macht misbruiken. Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, moet dienaar van de anderen zijn en wie van jullie de eerste wil zijn moet slaaf van de anderen zijn. Want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.” (Marcus 10:42-45). Dat is de boodschap van de voetwassing. Jezus zei immers: “Ik heb een voorbeeld gegeven: wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen… (Johannes 13: 15). Petrus heeft deze boodschap begrepen en brengt hem in praktijk. In een brief aan pas gedoopte christenen schrijft hij: “wees barmhartig voor elkaar en bereid de minste te zijn.” (1 Petrus 3:8). Dat had Jezus hem geleerd door hem de voeten te wassen.
Maar op deze avond, voordat Jezus zijn lijdensweg moet gaan tot op het kruis, vindt er nog een andere grote gebeurtenis plaats. Tijdens de maaltijd spreekt Jezus de instellingswoorden uit, die wij nu nog steeds herhalen in de viering van de Eucharistie. De evangelisten Matheus, Marcus en Lucas en ook Paulus vermelden deze woorden, maar Johannes niet. In het evangelie van Johannes heeft Jezus al eerder over de Eucharistie gesproken, toen hij zei: “Het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld is mijn lichaam” (Joh. 6:51). Maar de evangelisten en Paulus vermelden hoe Jezus tijdens het laatste avondmaal over het brood de woorden sprak: “Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt” (Lucas 22:19; vgl. 1 Kor 11:24). En over de kelk sprak Hij: “dit is mijn bloed dat voor jullie vergoten wordt” (Mat 26:28; Marcus 14:24). Zo verklaart Jezus al bij voorbaat de betekenis van zijn sterven op het kruis. Hij geeft zichzelf voor ons. In iedere Eucharistieviering geeft Hij zichzelf zoals op het kruis: om één te zijn met ons in lijden en dood. Aan het eind van de maaltijd geeft Jezus de leerlingen de opdracht: “Doe dit, telkens opnieuw om Mij te gedenken” (Lucas 22:19; 1 Kor 11:24). Doe zoals ik, zegt Jezus. Geef jezelf. Wees beschikbaar voor elkaar. Wees solidair met elkaar. Accepteer elkaar met ieders gaven en beperktheden. Vergeef elkaar, zoals ik op het kruis mijn Vader vroeg om mijn beulen te vergeven. De voetwassing, de Eucharistie en het kruis brengen dezelfde boodschap: de boodschap van dienstbare liefde zonder voorwaarden, tot het uiterste.

Leave a comment