OVERWEGING. Door Ben Verberne msc
Op de vooravond van zijn lijden bad Jezus voor zijn leerlingen.
Hij was er zich van bewust dat wanneer hij er niet meer was, wij onze weg moeten vinden en verder moeten zónder hem.
Hij bad dat wij – door alles heen – verbonden zullen blijven met zijn Vader,
met hem en met elkaar.
Eén van de leerlingen die daarbij aanwezig was, is Johannes, een van twaalf vertrouwelingen met wie Jezus het Laatste Avondmaal hield.
Het gebed dat Jezus toen uitsprak moet op hem een diepe indruk hebben gemaakt,
zo zelfs dat, toen Johannes jaren later, op hoge leeftijd dit evangelie neerschreef,
hij zich de woorden van Jezus nog nauwkeurig kon herinneren:
“Vader, ik bid voor hen die U mij gegeven hebt,
omdat ze U toebehoren. Zij blijven in de wereld”.
De hoop en de verwachting dat wij in verbondenheid zullen leven met elkaar
klinkt ook door in de eerste lezing: de leerlingen – mannen èn vrouwen –
zijn dan bijeen in Jeruzalem, eensgezind, volhardend in gebed.
Alles wat ze hebben beleefd en ervaren brengen ze voor God en geleidelijk wordt het helder wat hun opdracht is in de wereld.
Is dat misschien ook wat wíj ervaren vandaag?
De oproep tot verbondenheid klinkt immers opnieuw in de woorden van Paus Leo.
Van hem werd gezegd dat hij niet zo zichtbaar en uitgesproken is als Paus Franciscus, zijn voorganger.
Toch heeft hij vanaf het begin de oorlog en het geweld in het Midden-Oosten
met felle woorden veroordeeld.
Herhaaldelijk heeft hij gezegd hoe waanzinnig deze oorlog is.
Hij is een van de weinige morele leiders in onze wereld.
Hij spreekt niet als politicus, maar als een geestelijk leider.
Aan het begin van de Goede Week was Paus Leo duidelijker dan ooit.
Hij verwees toen naar de profeet Jesaja, die zegt dat God niet luistert
naar de gebeden van mensen die bloed aan hun handen hebben.
Tot op vandaag blijft hij oproepen om de wapens te laten zwijgen.
Het is hoog tijd, zegt hij, dat diplomaten het werk van de militairen overnemen.
Hij waarschuwt dat het proces van bruggen bouwen tussen landen en bevolkingsgroepen langdurig zal zijn en moeizaam,
maar een andere weg naar vrede ìs er niet.
Op die dag – Palmzondag – vierden we dat Jezus Jeruzalem binnentrok,
niet als een strijdlustige heerser, hoog te paard, maar nederig op een ezelsveulen.
Geweld wees hij af: ‘Wie het zwaard opneemt, zal ómkomen door het zwaard.
Daarna volgden zijn arrestatie, zijn marteling en dood.
‘Geen grotere liefde kan iemand hebben dan wie zijn leven geeft voor z’n vrienden’.
Die woorden blijven ons bij: hij gàf zijn leven voor vrienden en vijanden samen.
En met Pasen hebben wij de opstanding van Christus gevierd.
En ook wij zijn mèt hem tot nieuw leven opgestaan.
Vandaag, met Pinksteren nog maar één week te gaan,
bidden wij dat God zijn Geest van liefde en verbondenheid zal doen neerdalen op heel de mensheid.
Ook voor ons klinkt de oproep om onze verbondenheid met God en met elkaar te beleven, iedere dag opnieuw in een geest van dankbaarheid.
Dat doet mij denken aan toen ik verleden jaar in Amsterdam was, – in het Begijnhof, een oase in het hart van de stad.
Daar staat midden op het grasveld een 300 jaar oude zonnewijzer.
U weet wel, zo een als er ook hier staat op het grasveld in de tuin van Notre Dame.
Uur na uur en dag na dag wijst hij de tijd aan, – in dagen van oorlog en in dagen van vrede.
Op een van de ringen van deze tijdmeter in het Begijnhof zijn in sierlijke, oude letters
deze woorden aangebracht:
Leer ons zó onze dagen te tellen
dat we wijs van hart worden.
Dat is een prachtige tekst, genomen uit een psalm, Psalm 90.
Die gaat over terugkijken op ons geleefde leven en over ‘de dagen tellen in dankbaarheid’ …
Dat is namelijk niet vanzelfsprekend!
Soms ontmoeten we iemand die zijn of haar dagen telt, en die van dat tellen alleen maar opstandig, verbitterd en rancuneus geworden is.
Maar je kunt ook terugkijken op je leven en je dagen tellen op een manier dat je er een dànkbare mens van wordt.
Vandaag nodigt het evangelie ons uit om in een samenleving waar polarisatie en oorlog horen tot de orde van de dag, ervoor te kiezen de weg te gaan van vrede,
van verzoening en verbondenheid met God, met elkaar en met heel de schepping, waar we deel van zijn.
In dankbaarheid,
alle dagen van ons leven.