Overweging 3de Zondag van Pasen. Door Ton Zwart msc
Is Jezus dood of is hij levend? Is Jezus gestorven en voorgoed begraven of is hij nog in leven en is het zinvol om hem aan te spreken en tot hem te bidden? Het zijn vragen waarop het verhaal van de twee leerlingen van Emmaus een antwoord wil geven.
Het verhaal begint met de twee leerlingen die Jeruzalem achter zich gelaten hebben en op weg zijn naar Emmaus, waar ze vermoedelijk thuis hoorden. Jeruzalem was een teleurstelling gebleken. De beweging die Jezus van Nazareth in gang had gezet was op niets uitgelopen. Sterker nog, hun verhoopte verlosser, hun verhoopte koning van de Joden, hun nieuwe David, was eigenlijk gemakkelijk gevangen genomen en terechtgesteld. In een paar dagen was het gebeurd. Jezus was maar een kort intermezzo gebleken in hun leven. Het was maar het beste om hun teleurstelling te verwerken en hun vroegere leven weer op te pakken. Dus weg van Jeruzalem en terug naar Emmaus.
Teleurstelling, het is geen prettige ervaring. Je kunt teleurgesteld zijn in anderen, omdat ze bijvoorbeeld een belofte niet nakomen. Je had meer van ze verwacht, maar ze blijken je vertrouwen niet waard te zijn. Je kunt ook teleurgesteld zijn in jezelf. Je dacht dat je iets wel aan kon, maar dat blijkt niet het geval. Het is een aanslag op je zelfvertrouwen. Je moet je zelfbeeld naar beneden bijstellen, een pijnlijk iets.
Maar terug naar ons verhaal. Twee leerlingen zijn op weg naar Emmaus. Ze zoeken Jezus niet meer. Ze zijn tot de conclusie gekomen dat ze die episode in hun leven maar het beste achter zich kunnen laten. Maar ook al zoeken zij Jezus niet meer, Jezus zoekt hen wel. Jezus komt naar hen toe, ook al proberen zij eigenlijk van hem weg te geraken. Hun niet-meer-zoeken is voor Jezus geen reden om hen dan ook maar te laten vallen. Als zij niet naar hem komen, dan komt hij naar hen.
Zo simpel is het niet helemaal. Want Jezus komt niet in zijn eigen gedaante maar in de gedaante van een vreemde, zo maar iemand die met hen meeloopt op weg naar Emmaus. Het is wel iemand die in hen geïnteresseerd is, geen medereiziger die zich in eigen zwijgen terugtrekt. Nee, Jezus hoort hen spreken en vraagt belangstellend wat er aan de hand is. De twee leerlingen krijgen alle gelegenheid om hun teleurstelling te verwoorden. Ze voegen er nog iets aan toe: niet alleen teleurstelling, maar ook verwarring. Wat te denken van de ervaring van die vrouwen die naar het graf waren gegaan en zijn lichaam niet meer hadden gevonden? Ze hadden bovendien nog een verschijning van engelen gehad die hen hadden verteld dat Jezus nog leefde.
De leerlingen van Emmaus hebben het verhaal van de vrouwen niet geloofd. Anders waren ze wel in Jeruzalem gebleven. Een beetje verwarrend vonden ze het wel, maar niet genoeg om hun leven ernaar te richten. Hun leven lag in Emmaus en niet in Jeruzalem.
Teleurstelling en verwarring zijn een sta-in-de-weg voor geloven. Hoe daar doorheen te komen? Het vervolg van het verhaal geeft twee wegen aan. Beide wegen hebben met die vreemde persoon te maken die met de leerlingen van Emmaus kwam oplopen. Hij blijkt goed thuis te zijn in de Heilige Schrift, beter dan zijzelf en hij verwijt hen zelfs ‘onverstand’ en ‘traag van hart’ te zijn.
Waar gaat het dan om?
Het gaat toch wel om iets moeilijks, namelijk dat lijden bij het plan van God kan horen, dat lijden ingecalculeerd is in het plan van God voor zijn Messias, voor zijn Christus. Het lijden is wel niet het einde, het is een doorgang naar heerlijkheid, maar het hoort er toch wel echt bij!
Op welke manier dan wel? Dat wordt ons niet verteld in het evangelie van vandaag, maar als we er andere teksten bij zouden halen, kunnen we ontdekken dat lijden te maken heeft met consequent leven. Leven waar je voor staat, ook als het je moeilijk wordt gemaakt. Lijden wordt niet gezocht maar door anderen veroorzaakt. Maar als het zover komt, als je in Bijbels woordgebruik wordt ‘overgeleverd’, dan het lijden niet ontlopen maar aanvaarden en verdragen en doorstaan. Dan wordt lijden de weg naar de heerlijkheid.
Maar ons verhaal van de leerlingen van Emmaus is nog niet afgelopen. De Schriften zijn nu verklaard en de drie reizigers zijn in Emmaus aangekomen. De twee leerlingen nodigen hun medereiziger uit de nacht bij hen door te brengen. Hij slaat het aanbod eerst af, maar neemt het in tweede instantie toch aan. Zij gaan eten en blijkbaar wordt de gast verzocht om het gebed uit te spreken. Jezus doet dat. Hij spreekt de zegenbede uit, breekt het brood en geeft het aan zijn leerlingen, precies zoals hij het gedaan had bij het Laatste Avondmaal. Dit gebaar opent hun de ogen. Dit gebaar van geven en delen was voor hen genoeg. Dit moest de Heer zijn!
Dan vallen teleurstelling en verwarring weg. Vermoeidheid is er niet meer en zij keren onmiddellijk naar Jeruzalem terug. Dit is groot nieuws dat ook Jeruzalem moet weten: de Heer leeft. Hij is niet voorgoed uit het zicht verdwenen, maar nog altijd aanwezig, op verborgen wijze.
Het verhaal van de leerlingen van Emmaus heeft die verborgen aanwezigheid laten zien op twee manieren. Ten eerste in de heilige Schrift, waarin God tot ons spreekt en waarin we zijn stem mogen horen, als we goed luisteren. En ten tweede: in het brood dat Jezus voor ons breekt en waarin we ook vandaag de dag nog kunnen delen, hier in de Eucharistie.
Voor de leerlingen van Emmaus bleken deze twee, Woord en Sacrament, uiteindelijk ge-noeg om tot het geloof in de levende Jezus te komen. We kunnen alleen maar hopen dat Woord en Sacrament ook voor ons genoeg zullen zijn.
Amen.