Preek 19 juli 2026

Overweging zondag 16a. Door Ton Zwart msc.

De parabel van het tarwe en het onkruid. Ze mogen samen opgroeien tot aan de oogst. Dan pas vindt de scheiding plaats. Het onkruid wordt verbrand en de tarwe opgeslagen in de schuur.
Je zou zeggen: had die scheiding niet wat eerder kunnen plaatsvinden? Zo doen boeren en tuinders het toch! Ze laten het onkruid niet staan, het gebruikt alleen maar voedingsstoffen die voor de tarwe bestemd zijn. Van de tarwe moeten we leven, het onkruid draagt daar niets aan bij. De boer of tuinder die zo te werk gaat, kent zijn vak niet en gaat dat aan zijn opbrengst merken.
De parabel heeft iets ongerijmds. Er klopt iets niets en juist dat moet ons aan het denken zetten. De parabel verdedigt een slechte boer en daagt ons uit om het daarmee eens te zijn.
Tarwe en onkruid, goed en kwaad. Het is onze menselijke ervaring dat die beide in onze wereld voorkomen. Anders dan de landheer in de parabel, proberen we daar wat aan te doen, allereerst met een goede opvoeding: jonge mensen niet alleen een beroep of vak leren, maar ze ook proberen te vormen tot verantwoordelijke burgers in onze samenleving. Dat dit niet voldoende is, is ook onze menselijke ervaring en daarom hebben we politie en justitie in het leven geroepen om zo nodig in te grijpen en het kwaad te beperken. En op wereldniveau hebben we internationale organisaties, internationale verdragen en uiteindelijk de legers om de wereldorde te handhaven.
Maar ook dit, zo wijst onze menselijke ervaring uit, is niet voldoende. Sterker nog, de middelen die bedoeld zijn om het kwaad te bestrijden, kunnen ook gebruikt worden om er kwaad mee te bedrijven. En helaas is dit maar al te vaak het geval: legers kunnen niet alleen dienen ter bescherming van de burgerbevolking, ze kunnen ook gebruikt worden om die burgerbevolking aan te vallen. Kijk maar naar Oekraïne en Soedan! Politie en justitie worden verondersteld alle burgers gelijkelijk te behandelen en onpartijdig te zijn. Toch ligt het kwaad van klassenjustitie steeds op de loer. Vooroordelen blijken maar moeilijk uit te roeien.
Hier raken we aan de kern van de parabel. Het kwaad is een feit en zolang de wereld bestaat zal het kwaad in de wereld werkzaam zijn. De parabel weet dit en maakt dit specifiek door te zeggen dat de scheiding tussen goed en kwaad pas zal plaats vinden bij de oogst, op het einde dus van de tijden, bij het laatste oordeel. Hoe we dan met dit uitstel moeten omgaan, wil de parabel ons leren.
Allereerst negatief: hoe we niet met het uitstel moeten omgaan. Je kunt namelijk zeggen: het is niet anders, het kwaad is onuitroeibaar, we zullen er mee moeten leven. Dit is een vorm van berusting, je neerleggen bij het onvermijdelijke. Dat is niet de bedoeling van de parabel. Wat wel de bedoeling is komt tot uiting in het antwoord dat de landheer geeft aan zijn knechten, die het onkruid willen uittrekken. “Nee”, zegt de landheer, niet doen “anders zoudt ge door het onkruid bijeen te halen tegelijkertijd de tarwe mee uittrekken”.
Dit zijn schokkende woorden. De landheer lijkt te zeggen dat het goed is voor de tarwe dat het onkruid blijft staan! Of vertaald naar de mensengemeenschap, dat het goed is dat brave burgers, die geen mens kwaad doen, gedwongen worden samen te leven met anderen die er de kantjes vanaf lopen, of nog erger, die het met God en gebod niet zo nauw nemen. Goed en kwaad dus bij elkaar, en dat zou dan het beste zijn.
Dat klinkt niet erg geloofwaardig. Er moet toch nog iets anders spelen. Ik denk dat de parabel alleen maar geloofwaardig is, als we bedenken dat goed en kwaad niet netjes verdeeld kunnen worden, dat je aan de ene kant goede mensen hebt en aan de andere kant slechte. Het loopt veel meer door elkaar heen: een en dezelfde persoon kan goed en kwaad zijn. Hij kan goed zijn voor de mensen om wie hij geeft en slecht voor de mensen met wie hij geen band heeft. Goed voor zijn eigen familie en zijn vrienden, maar onverschillig voor wie hij niet kent.
Goed en kwaad in dezelfde persoon. Goed en kwaad ook in ons. Wij zijn zowel tarwe als onkruid. En dat betekent dat wij allemaal het geduld van God nodig hebben, dat het uitstel van de parabel ook voor ons geen luxe is. We krijgen nog de tijd om fouten goed te maken, we krijgen nog de tijd om een beter mens te worden. God is geduldig met ons. Laten we van dit uitstel geen afstel maken. Amen.

Leave a comment