Marcus 1 14-20 Rijk Gods 21 – 1 – 2024 door Hans Kwakman msc
‘De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.’ (Mc 1,15). Daarmee plaatst Jezus zich meteen lijnrecht tegen over de Farizeeën en Schriftgeleerden. Die verkondigden juist het tegenovergestelde: “Bekeert u en dan pas komt het Rijk Gods onder ons.” Maar Jezus zegt “Het Rijk van God is al nabij, het is al midden onder u” (Lucas 17:21 “Bekeert u, open uw hart voor de blijde boodschap) Een boodschap van hoop en vertrouwen te midden van alle sombere berichten, die wij dagelijks te verwerken krijgen.
“De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij,” roept Jezus uit. Maar, zult u zeggen, al twintig eeuwen lang gaat de mensheid gebukt onder oorlogen en geweld, onrecht, verdrukking en uitbuiting. Het aantal vluchtelingen neemt toe. kinderhandel, rassendiscriminatie, overal ter wereld daden van terreur en wraak, misbruik van Gods schepping. Zelfs onze Kerk, die de aanwezigheid van het Rijk Gods moet verkondigen, wordt besmeurd door misbruik en corruptie. Bewijzen deze feiten niet dat het Rijk van God nog ver weg is?
Jezus kent deze wantoestanden. Hij begrijpt hoe moeilijk het is in zijn blijde boodschap te geloven. Hij spreekt dan ook over de aanwezigheid van het Rijk Gods in parabels. Het Rijk van God gelijkt op een akker waarop tegelijkertijd goed graan en onkruid groeien. En de Heer van de akker zegt: Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, want anders zou je met het onkruid ook het goede graan uittrekken. God is niet zoals wij. God is wijs en geduldig. (cf. Mt 13,24-30).
Of Jezus zegt: Het Rijk van God is als gist in deeg: ogenschijnlijk verdwijnt het, maar toch is het juist gist dat deeg doet rijzen (cf. Mt 13,34). Het Rijk van God is als een mosterdzaadje. Heel klein, maar eenmaal opgegroeid wordt het een van de grootste bomen in de tuin. (cf. Mt 13,31-32). Het Rijk Gods is dus een onzichtbare innerlijke kracht, overal in de wereld aan het werk, ook in de harten van mensen.
Of kijk naar de levensloop van Jezus zelf. Op het kruis lijkt het alsof Jezus’ zending op een totale mislukking is uitgelopen. Jezus heeft dan ook zelf zijn zending vergeleken met een graankorrel. Een graankorrel moet in de aarde sterven. Alleen dan brengt hij vruchten voort (cf. Joh 12,24). Kijk naar de kale bomen en struiken om ons heen in deze wintertijd. We weten zeker dat ze in de lente gaan bloeien en vruchten voortbrengen. De natuur geeft ons een boodschap van hoop en vertrouwen. Zo is ook Gods Rijk werkzaam onder ons aanwezig. De lente is nabij.
Nog op andere tekenen van de aanwezigheid van dit Rijk van God onder ons, wijst Jezus ons: “Blinden zien, lammen lopen, melaatsen zijn genezen en doven horen, doden staan op en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd (Mt 11,5). Dat gebeurt ook nu nog in onze ziekenhuizen en zorgcentra; door voedselbanken en daklozenopvang. Net als Jezus geven mensen tastbare aandacht aan slachtoffers van maatschappelijke uitsluiting. Mensen komen op voor zieken en slachtoffers van oorlogsgeweld en natuurrampen. Het Rijk Gods is nabij. Het is midden onder u.
En luister naar het evangelie van vandaag. Wie roept Jezus als zijn leerlingen? Hij vertrouwt de verkondiging van het Rijk Gods toe aan eenvoudige ongeletterde vissers. Zolang zij met Jezus rondtrekken begrijpen ze nauwelijks, waar het Jezus eigenlijk om begonnen is. Pas na zijn dood en verrijzenis, worden zij vervuld van de heilige Geest, worden ze begeesterd en trekken ze er op uit, om de blijde boodschap van het Rijk Gods te verkondigen. Ook nu is het Rijk Gods midden onder ons door gewone mensen. Mensen, die zich met hart en ziel inzetten voor anderen, voor Kerk en maatschappij: ouders voor hun kinderen, verpleegsters en zorgverleners, leraren en onderwijzers, bouwvakkers en ambtenaren, politici en wetenschappers, priesters en kloosterlingen. Het Rijk Gods is nabij. Het is midden onder ons. Amen.