OVERWEGING Door Ben Verberne msc.
Het moet begin 1900 zijn geweest.
En het gebeurde in een tehuis voor kinderen met een lichamelijke handicap . Daar was een jongen met polio opgenomen. Hij droeg zware beugels en hij kon bijna niet lopen.
De trap op- of afgaan was voor hem onmogelijk en met veel moeite kon hij zich een paar meter voortbewegen.
Na verloop van tijd kregen een paar oudere jongens in dat tehuis medelijden met hem. Om de beurt droegen ze hem op hun rug … naar de eetzaal, naar de klas, naar de slaapzaal. Dat deden ze alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.
Op een dag vroeg een van de verzorgers die daar werkte aan een jongen: Is het niet te zwaar voor je?
Die jongen antwoordde: Nee hoor. Hij is niet te zwaar.
Hij is mijn broer.
Vanaf dat moment werd in dat huis ‘een jongen die zijn broertje draagt’, het symbool van zorg en van omzien naar elkaar. Ik moest denken aan dit verhaal, toen ik deze week de schriftlezingen las voor vandaag.
Paulus zegt dat wij Christenen niet leven vanuit ‘het vlees’,
maar vanuit de Geest. Daarmee bedoelt hij dat we niet alleen maar met onszelf bezig zijn, maar dat Gods Geest, die in ons woont, ons opent voor anderen.
Door de Heilige Geest zijn wij niet alleen maar geconcentreerd op onszelf, maar zijn we mensen met een hart dat is toegekeerd naar anderen, naar mensen om ons heen en zelfs naar anderen ver weg.
Het evangelie dat we vervolgens lazen, sluit daar prachtig bij aan. Jezus nodigt ons uit: “Komt allen tot mij, neem mijn juk op je schouders. Leer van mij: ik ben zachtmoedig en nederig van hart”.
Dat is bijzonder, want het is de enige keer dat Jezus zo nadrukkelijk zegt: Leer van mij . Alsof hij zeggen wil: Let op, hier gaat het om!
o Zachtmoedig-zijn betekent. We hoeven niet onszelf te bewijzen. Zachtmoedig zijn is: leven vanuit een innerlijke rust, vanuit de gezindheid die ook Jezus bezielde: zonder pretentie anderen tegemoet gaan.
o Nederig-zijn is: jezelf niet onnodig klein maken, maar leven naar anderen toegekeerd, oordelen alleen als dat echt nodig is. Dat veronderstelt dat we weten waar onze eigen pijn, onze eigen zwakte ligt. En ook onze hardheid, wanneer we geneigd zijn anderen weg te duwen of te manipuleren.
Voor velen van ons zijn de woorden van Jezus gaan horen tot onze levensinstelling, tot de Spiritualiteit van het Hart.
Het juk dat Jezus ons oplegt is immers niet het strenge juk van de Wetgeleerden en Farizeeën indertijd. Het is ook niet het juk van de hoge verwachtingen die we soms aan anderen of aan onszelf opleggen; of het juk van de strenge eisen die onze samenleving vaak aan mensen stelt.
Toch heeft Jezus dat woord ‘juk’ welbewust gekozen, denk ik. Want hém volgen is niet vrijblijvend. Hem volgen is een juk dat niet te zwaar is, niet te hoog, – niet iets dat onze krachten te boven gaat. Je kunt het volbrengen .
Soms wordt dat juk heel concreet: de zorg voor elkaar in huis, of voor iemand die jou is toevertrouwd. Of het zijn mensen die we niet eens persoonlijk kennen en voor wie we toch verantwoordelijk zijn.
Dan klinkt soms dezelfde vraag, als die verzorger stelde in dat tehuis: Wordt die last niet te zwaar voor je? Misschien is dan ook ons antwoord hetzelfde als van die jongen in dat tehuis:
Nee, het ís niet zwaar. Hij is mijn broer! Zij is mijn zus… Het is iedereen die we dragen, zoals die jongen, die zijn broertje droeg.