Preek, kapel Notre Dame, Tilburg 7 januari 2024. Door A. Egging msc
Lezingen: Jesaja 60,1-6 en Ef. 3,2-3a.5-6. // Evangelie: Matteüs 2,1-12.
Inleiding:
Voor ons is het feest van Driekoningen, de Epiphanie oftewel “de Openbaring van de Heer” meteen ook de afsluiting van de kersttijd en dat wil zeggen dat de volgende zondag er al één is van ‘door het jaar heen’. De meeste kerstbomen waren na oud en nieuw al afgetakeld en bij oud vuil gezet. Nu wordt ook de kerstversiering opgeborgen tot volgend jaar. Maar voor onze medechristenen in de Oosterse Kerken vindt op déze dag pas de echte en grote ‘Kerstviering’ plaats. De wereld maakt op deze dag, dank zij de drie Wijzen of Magiërs, voor het eerst kennis met Jezus, de Christus, die in Bethlehem geboren is. Dit heet in het Grieks de ‘Epiphaneia’, de openbaring of bekendmaking van de Heer aan de hele wereld. Hij komt als de Messias, onze Heiland. Hij is onze Verlosser. De verlossing die nu ook voor iedereen mogelijk wordt. Ook hier in de Westerse kerk mogen we het kerstgebeuren niet zien als iets wat los, op zichzelf staat. Kerstmis, Pasen en Pinksteren vormen samen het hele Heilsgebeuren, God openbaart zich op aarde in Jezus Christus aan ieder die daar voor openstaat! Daarom is deze feestdag voor ons een belangrijk moment in de geloofsbeleving.
Laten we ons dat vandaag in deze viering wel bewust worden.
Homilie.
Beste mensen, medezusters en -broeders in de Heer.
Zoals het altijd gaat: Nieuwtjes verspreiden zich heel snel van mond tot mond en zeker als die over iets buitengewoons gaan. Ongetwijfeld heeft de komst van drie opvallende vreemdelingen, de Magiërs, de aandacht getrokken van de inwoners van Jeruzalem. Een indrukwekkend gezelschap, rijkelijk belast en beladen, dat de weg volgt van een aan de hemel bewegend licht, een heldere ster, omdat zij die houden voor een bijzonder teken. Ze vertelden op zoek te zijn naar de verblijfsplaats van een kind, ‘de pasgeboren koning der Joden’, want ze wilden hem hulde brengen. Maar niet iedereen is daar gelukkig mee. Herodes, die op dit moment de koning der Joden is, ‘wordt verontrust en met hem heel Jeruzalem’, hoorden we zojuist nog in het evangelie volgens Mattheüs. Want wat heeft dit te betekenen? Herodes vreesde binnenkort zijn macht te zullen verliezen. Voor de magiërs, wijze/geleerde mensen die we nu astrologen zouden noemen, had iedereen veel ontzag. Deze vreemdelingen konden bijzondere hemelverschijnselen voorspellen en verklaren. Ze leggen daarbij bloot wat voor anderen nog verborgen is. Deze ster die ze willen volgen is een uitzonderlijk kosmologisch verschijnsel. Dat blijkt wel uit het feit dat hij niet enkel de geboorte van een vorst aankondigt, maar dat die ster zich ook beweegt naar de plek van het huis waar het kind nu verblijft. De rode draad die we in de lezingen van vandaag aantreffen, is dat ‘de heerlijkheid van God’ verder reikt dan alleen het uitverkoren volk van de Joden. “Zij kwamen van verre”, zingen we. Het heil is voor iedereen bestemd en straalt uit over alle landsgrenzen heen. Ja, tot aan de grenzen van de schepping, voor andere ‘volkeren’. De ‘Wijzen uit het Oosten’ die zelf ook uit verschillende windstreken kwamen, ontmoeten elkaar onderweg en gaan dan samen verder op pad. Ze zijn allemaal geïnspireerd door diezelfde ster, Zij volgen zijn licht aan de hemel en bereiken zo Jeruzalem waar koning Herodes regeert. Daar verduistert het licht van de ster en verdwijnt totaal uit hun zicht. Het meest geschrokken is Herodes en vraagt daarom de hogepriesters en Schriftgeleerden van het volk uit te zoeken waar volgens een profetie de Christus, de Gezalfde, de Koning geboren moest worden, die hij voor een potentiële vijand hield. Dankzij deze opdracht helpt hij ook de Wijzen toch weer de goede weg terug te vinden en verder naar Bethlehem te gaan, op zoek naar het kind. Wanneer we de eerste lezing uit het Oude Testament naast het evangelie leggen dan valt onmiddellijk op hoe herkenbaar de woordenkeus van Jesaja is als het gaat over de terugkeer van de joden uit de ballingschap. Hier gaat het ook over Jeruzalem en om een licht, omdat de duisternis de aarde bedekt. En dat pas door het schijnsel van het licht ‘de glorie van de Heer’ over Jeruzalem begint te komen. We lezen: ‘Volkeren komen af op uw licht, koningen op de luister van uw dageraad’. Allen gaan op weg naar Jeruzalem waar het heil te verwachten is. De lezing eindigt met “Alle bewoners van Sheba trekken naar u toe, ze voeren goud en wierook aan en verkondigen luid de roem van de Heer”. Door de profetie van Jesaja zien we een band tussen de uittocht de Joden na de ballingschap en de tocht van de drie Wijzen in het evangelie volgens Mattheüs. De Wijzen worden hier de vertegenwoordigers van alle volkeren. In de tweede lezing uit de brief aan de Efeziërs, ontvouwt Paulus de gedachte van een nieuw Volk Gods dat niet alleen uit Joden bestaat, maar ook uit mensen van andere volkeren die mede-erfgenamen mede-leden, mede-deelgenoten van Gods belofte zijn. Het Volk Gods draagt het kenmerk van ‘Gods genade’, Gods goedertierenheid. De openbaring van Christus aan de wereld is een licht voor alle volkeren. Door oorlog, en alle andere ellende -te veel om op te sommen- verduistert in deze tijd dikwijls het licht en het is daardoor verscholen achter dikke wolken. Het feest van vandaag geeft ons daarom weer goede hoop, hoop voor de toekomst van deze wereld. We moeten wel onze ogen wel open houden en dat licht willen zien. Er voor zorgen in het goede spoor te blijven. De reis van de wijzen die we denkbeeldig mee kunnen volgen, is dan een aansporing of loutering, een soort bedevaart die symbool staat voor onze eigen levensweg. De kostbaarheden die we als geschenk voor de koning aandragen -goud, wierook en mirre- staan dan voor al hetgeen wat we in ons leven willen nastreven. Het goud staat dan voor puurheid, zuivere liefde, een hart van goud. De brandende wierook die opstijgt, is een oprechte levensinstelling, de toewijding die we willen geven en symboliseert ook ons gebed. De mirre die door het vuur een aangename geur verspreid is onze milde uitstraling van medemenselijkheid. AMEN.