Preek 9 augustus 2026

(Mattheüs 14, 22-30: Storm op het meer). Preek door Ben Verberne msc
“Ik ben het. Vreest niet” –
die woorden roept Jezus zijn leerlingen toe in de storm.

Dit gebeuren spreekt zoveel mensen aan.
Waarschijnlijk omdat iederéén vroeg of laat tijden van storm ervaart, tijden van angst
en soms zelfs van paniek.

In zijn milieu-encycliek over de ‘Zorg voor de Schepping’ denkt Franciscus, de vorige paus, na over dit wonder waar Jezus de zee tot bedaren brengt.
Hij zegt: Jezus is niet boven de schepping verheven, Hij is de ware mens die leeft, verbonden met de wind en de golven, met planten en dieren, met het water dat hem draagt. –
Hij leeft in harmonie met al wat leeft en ademt.

Als de storm op z’n hoogtepunt is, zijn de leerlingen radeloos,
maar wanneer de rust is weergekeerd, vragen ze zich af: “Wie is dit, dat zelfs de winden en de golven naar hem luisteren? Waarlijk, Hij is de zoon van God!”

Niet alleen toen, maar ook vandaag kan de natuur angstig tekeer gaan.
Wij hebben de impact gezien van de aardbevingen in Venezuela en Japan,
we zagen beelden van de natuurbranden, ver weg en dichtbij in ons eigen land.
En de hitte die over Europa hangt, is ook hier voelbaar.

Toch is er iets veranderd sinds de tijd van Jezus.
Mensen zijn nog steeds bang voor de natuur, maar vandaag heeft de natuur ook reden om bang te zijn voor óns:
We dachten dat de schepping het wel kon verdragen en dus gebruikten we de natuur als iets waar we vrij over kunnen beschikken, en waar we zelfs aan kunnen verdienen.
Heel anders dan bijvoorbeeld Franciscus van Assisi die de natuur zag als een moeder, een zus of een broer, met wie we een band hebben, die we respecteren en liefhebben.

En anders ook dan paus Franciscus, die schrijft over de Schepping als ons gezamenlijk huis, dat we met het oog op de toekomst zorgzaam zouden moeten bewonen.
De paus vraagt zich af: Hoe kunnen we in vredesnaam verlangen naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, als we de schepping waarin we nù wonen blijven beschadigen, verbruiken en uitputten?

Paus Franciscus heeft ons geholpen meer bewust te worden dat we zorgzaam moeten omgaan met de schepping.
Het is nodig daarin heel concreet te worden.
Die zorg uit zich in hoe we omgaan met water en licht, met het verwarmen van ons huis, in de keuze die we maken: wat we eten en drinken, in wat we aanschaffen en wat niet.

Het valt op dat Jezus, voorafgaand aan het evangelie over de storm op het meer
de nacht doorbrengt in gebed op de berg. Daar zoekt hij concentratie en stemt hij zich af op God en op de mensen.
Daar verdiept zich zijn kijk op Gods plan met deze wereld en op zijn eigen roeping daarin.

Van die ervaring op de berg daalt hij af naar de mensen.
Daar begint het evangelie van vandaag met te zeggen: “Hij draagt zijn leerlingen op in de boot te gaan en alvast naar de overkant te varen.
Zelf probeert hij de mensen in beweging te krijgen om naar huis te gaan”.
Dat wil zeggen: na die stilte op de berg volgt er een periode van drukte, gerégel en gedoe.
En ook in die chaos en die storm, is hij ons nabij, heeft hij weet van de strijd en de angst van mensen – hij kent ons en ons leven van binnenuit.

Om de stormen en natuurrampen tot rust te brengen hoeven wij niet te wachten op een wonder van buitenaf.
Vandaag wordt van ons gevraagd een bekering van binnenuit: een kritische levensstijl, een respectvol en dankbaar omgaan met de schepping, en steun aan nieuwe initiatieven van duurzaam omgaan met wat de schepping ons biedt.

Zo wordt vandaag het wonder herhaald. Want misschien is dit wel de kern
van het evangelie over de storm op het meer:

Leven in harmonie met de schepping begint met bezinning en ommekeer en een nieuwe levensstijl. Én met het vertrouwen dat hoe hoog de zee ook is, in de storm zijn we nooit alleen.

Leave a comment