Jan van Leeuwen msc

60 jaar priester

65 jaar geprofest

JUBILEUM IN BRAZILIË

Jan van Leeuwen msc

Bij het diamanten jubileum van mijn priesterwijding en de 65e verjaardag van mijn geloften als religieus past nog een derde viering, namelijk die van missionaris in Brazilië, de grootste tijd van mijn leven, 58 jaar. Het lijkt heel wat, maar ik ben nog geen “kampioen”, want verschillende nederlandse medebroeders hebben langere tijd in de missie doorgebracht zoals Jan Helder, de laatste Nederlander van de provincie São Paulo, die dit jaar op 90 jarige leeftijd overleed.

Als je vroeger naar de missie vertrok, wist je niet waar je aan begon. Het was het ideaal dat je motiveerde, de religieuze gehoorzaamheid, maar ook het verlangen naar het onbekende, dat aantrekkelijk leek. Ik was zeer tevreden toen ik van de provinciaal overste pater de Gier mijn benoeming voor Brazilië kreeg. Want dat wilde ik juist. Mijn moeder echter niet. Zij wilde dat ik in Nederland bleef. Daarom schreef zij een brief naar de provinciaal, waarin ze hem verzocht de benoeming ongedaan te maken. Gelukkig haalde dat niets uit. Zij legde zich er spoedig bij neer en heeft me zelfs op 75 jarige leeftijd nog in Brazilië bezocht. Overigens waren de benoemingen eerlijk verdeeld tussen Nederland en de missiegebieden. Want van mijn klas van acht man gingen er twee naar elk van de drie missies en twee bleven in Nederland.

De prettige kant van de eerste jaren was het veelvuldig contact met de tijdgenoten van de opleidingstijd en ook met ouderen, allemaal Nederlanders. Je werd echter benoemd voor parochies, die of praktisch onbekend of slechts oppervlakkig bezocht waren door de overste en een raadslid. Dat gebeurde met mij verschillende keren. Je moest dan maar zien hoe je aan informatie kwam. Maar de grote uitdaging was dan een structuur op te bouwen, die er niet bestond en waarvoor je in het begin niet altijd de juiste mensen aantrof. Bazige leken, die zich de eigenaars van een parochie beschouwden, bemoeilijkten mij in het begin de Jongerenpastoraal, want dat was iets onbekend voor ze. Verder moest iedere MSC-er in afgelegen streken maar zien hoe hij zich redde. Daar hadden we geen moeite mee, maar de grote uitgave was altijd met de jeep of andere auto, totdat de overste pater Theo Mulder het zogenaamde “Autofonds” oprichtte met buitenlandse hulp en regelmatige bijdragen van alle confraters. Daarmee waren de problemen met het onderhoud en vooral de aanschaf van een nieuwe wagen opgelost, totdat de overste Herman Vernooy een einde maakte aan het fonds en het kapitaal benutte voor de bekostiging van de opleiding, die vanaf dat ogenblik in verschillende huizen gevestigd was en veel geld eiste.

De eerste zes jaar was ik werkzaam in verschillende parochies van de staten Rio de Janeiro en Espírito Santo. Van 1969 tot 1989 in een plattelandsparochie in de staat Rio de janeiro. De Bevrijdingstheologie trok me sterk aan. Ook was ik een enthousiast lid van de Commissie voor de Plattelandspastoraal nog wel in de periode van de militaire dictatuur. Na 20 jaar in dezelfde parochie vond ik het onderhand genoeg. Ik wilde daar niet blijven voor de rest van mijn leven en ook gunde ik ze een andere pastoor  voor de afwisseling. Het geschikte ogenblik voor overplaatsing kwam, toen onze groep een missie begon in de staat Pará gelegen in het Amazonegebied.  Samen met een braziliaanse medebroeder bezocht ik het bisdom dat ons uitgenodigd had. Ik bood me aan als vrijwilliger en enkele maanden later werd ik uitgezonden naar die warme streek. Het heeft daar bijna geen zin om te spreken van parochies, want die zijn onoverzichtelijk door hun uitgestrektheid en het werk is daar moeilijk te plannen. Steeds is een stad het centrum van de kerkelijke indeling. Verschillende steden waren volop in ontwikkeling, wat dan ook pastorale aanwezigheid in de wijken vereiste, waar de evangelicals bijzonder actief waren, zonder te spreken van de kerkenbouw. Het binnenland is een onmetelijk gebied met tientallen dorpen en gemeenschappen, die soms op meer dan 100 km van de hoofdkerk gelegen zijn. Dus geen gebrek aan werk voor een missionaris, die daar op zijn eentje woont! Dat was de uitdaging voor mij gedurende 20 jaar in drie verschillende parochies. Pas de laatste vijf jaar was ik kapelaan en werkte samen met een medebroeder. Maar zelfs  toen werd mij een gebied toevertrouwd diep in het binnenland, waar bijna alles in het beginstadium verkeerde. Ik voelde me daar een pionier.

De eerste jaren in Pará (Amazonegebied) waren niet gemakkelijk. Het gebrek aan strukturen o.a. behuizing, de moeilijkheden met transport,  maar vooral de eenzaamheid wogen zwaar. Moederziel alleen, zonder telefoon en gewoonlijk slechte wegen, bemoeilijkten het contact met de medebroeders, die op grote afstand woonden.  Wel nam ik altijd deel aan de halfjaarlijkse bijeenkomsten van heel de provincie in de stad Juiz de Fora. Dat was een reis van drie dagen met de auto. Dan gingen we met twee of drie man. Een keer schafte ik in Rio de Janeiro een nieuwe jeep aan. Dat betekende een reis van 3.000 km. Ofschoon een seminarist me vergezelde, moest ik vier dagen zelf rijden, want hij had geen rijbewijs.

De laatste zes jaar verblijf ik in Minas Gerais en dit jaar in Belo Horizonte, de hoofdstad van deze bergachtige staat. Het is moeilijk wennen aan de steile hellingen. Een wandeling op straat eist inspanning bij het bestijgen. Iedere straat waar dan ook ligt op een helling en heeft de  naam van bergen bekend uit de bijbel zoals Horeb, Gilgal, Tabor, Moriah, Sion enz. Voorlopig ben ik actief in deze parochie en hoop nog geruime tijd door te kunnen gaan, bij leven en gezondheid. Dankbaar voor de verwezenlijking van mijn ideaal van missionaris tot op de huidige leeftijd, en verbonden met de overige nederlandse jubilarissen vraag ik aan de Heer, dat onze jongere confraters in de verschillende missies de boodschap van onze Stichter met overtuiging en toewijding mogen uitdragen: Bemind zij overal het H. Hart van Jezus!

Belo Horizonte, 19 juli 2021.

Leave a comment