Kees de Rooij msc

60 jaar geprofest

Kees zou heel graag zijn 60 jarig professie jubileum bij ons willen vieren hier in Tilburg, samen met zijn Nederlandse medebroeders en familie. Door de nog heersende corona pandemie zijn we niet in staat verre reizen te maken en ja dat geldt dus ook voor hem, deze missionaris in de verste uithoek van Indonesië, in Merauke, een districtshoofdplaats in het Zuidoosten van de Papoea provincie.

Zijn vakantie in Nederland zal hierdoor helaas nog wel even uitgesteld moeten worden. Ongetwijfeld zal dit jubileum in Merauke wel op gepaste wijze gevierd worden. Ook daar zijn medebroeders en een grote grote katholieke gemeenschap. Ze kennen hem allemaal. Pastor Kees wordt er door ieder ‘op handen gedragen’ en is voor velen een goede raadgever of vertrouwensman. 

Hij zit echter niet stil, steekt nog steeds graag zijn handen uit de mouwen, zoals hij dat altijd deed.

Kees is een doe-mens, sociaal bewogen, vanuit een goede christelijke motivatie. We zullen hem hierover zelf aan het woord laten. (Antoon Egging)

Bericht van Kees zelf uit Merauke.

Wat gaat de tijd toch snel voorbij. In september is het al weer 60 jaar geleden dat ik mijn geloften aflegde en mezelf missionaris van het Heilig Hart mocht noemen. Ik kom uit een gewoon, eenvoudig gezin. Omdat ik van jongs af aan een eenvoudige manier van leven heb gehad waar trouw zijn èn iets voor een ander over hebben, iets vanzelfsprekends was, voel ik ook sterk de liefde voor de ‘kleine man’, mijn Papoea’s anno 2021. Zo ben ik opgevoed! 

Dit gevoel gaf me destijds het verlangen om een MSC-kloosterling te worden. Aangetrokken door de verhalen van missionarissen op vakantie (zoals van pater Cornelis Meuwese, Jan Verschueren en Antoon van de Wouw) over het leven van de Papoea’s, werd het al snel mijn diepste wens ook missionaris in het Papoea in Nederlands Nieuw-Guinea te worden, dat even later Irian Jaya werd genoemd en nu al jaren lang ‘provinsi Papua’ heet.  Ik wilde en ik wil me ook nu nog zoveel mogelijk inzetten voor het welzijn van de Papoea’s, zodat ze hun mannetje staan en niet achter blijven in ontwikkeling van deze moderne wereld. Dus dit is niet alleen om hen een beter katholiek te doen zijn, maar ruimer gezien, om hen een beter mens te laten worden door op de eerste plaats zich bewust te doen zijn van hun eigenwaarde.

Na mijn priesterwijding in oktober 1967 volgde ik nog een aantal praktische cursussen zoals de medische missie cursus, een agrarische, een technische en natuurlijk een taalcursus Indonesisch.

Ik vertrok vanaf Schiphol eerst naar Jakarta en vandaar verder richting Merauke, waar ik opgevangen werd door de bisschop mgr. H. Tillemans. Van hem krijg ik dan te horen dat mijn eerste missiepost (vanaf januari 1969) de parochie Ninati zal zijn. Het dorp Ninati is het oudste missiedorp in het binnenland (geopend op 3 oktober 1933 door pater Petrus Hoeboer msc) en ligt aan de kali (= rivier) Muyu, in het uiterste noordoosten van het aartsbisdom Merauke, een heet regenrijk en vochtig gebied, dicht bij de grens met Papua New Guinee met haar grote kopermijnen. Mijn directe voorganger was de ons allen welbekende pastor/’ambe’ Piet van Mensvoort.

De mensen leven er arm en het lijkt me een een geschikte plek voor de teelt van kruidnagelbomen, waarbij ik hen graag zou willen helpen. Door zelf in oktober 1974, na mijn eerste verlof in Nederland, in Manado kennis op te doen van zaad en jonge boompjes, kon ik de mensen kruidnagelzaad geven. Je moet ze wel weten te motiveren namelijk door alles echt samen met hen te doen. Zij moeten zien dat ook de pastoor zorg heeft voor dit soort bomen. Het is heel anders dan een jonge bananenboom planten.  Er is niet meteen een opbrengst. In mijn periode als pastoor van Getentiri en met name op het eind van de jaren 1998 tot 2003, gaf ik nog vele cursussen o.a. hoe je meer zelfbewust kunt worden, zowel de theoretische kant ervan als in de praktijk. En ook hoe men met geld om moet gaan. Ik hield me bezig met allerlei activiteiten die nodig zijn om dit afgelegen gebied te ontsluiten, zoals het vervoer/aanvoer van spullen en de medische zorg. Niet te vergeten de bouw van een aantal schooltjes samen met de dorpelingen en de contacten met de onderwijzers op de dorpsscholen. Ik sta het liefst dichtbij de gewone mensen, omdat hun wel en wee me ter harte gaan. Goed kijken en goed luisteren, want daar leer ik zelf ook weer veel van. Ook gaan natuurlijk de kerkelijke aangelegenheden intussen gewoon door. Als missionaris ben je toch wel een manusje van alles, zeker op ‘patroli’ (tournee) langs de dorpen van de parochie. Het is een kunst hoe je mensen kunt opleiden en ze een eigen verantwoordelijkheidsgevoel meegeven.

Na tien jaar pastor in Ninati (van januari 1969 tot eind 1979) te zijn geweest, werd ik in januari 1980 pastor in Getentiri, gelegen aan de grote kali Digul en daarbij hoort tevens het gebied aan de kali Edera. Hier stimuleerde ik sterk de aanleg van rubberplantages van de mensen zelf en de getapte rubber zou later een belangrijke bron van inkomsten blijken te zijn. Zo ook de aanplant van een nieuw soort vruchtbomen o.a. de rambutan en durian. Dankzij een radioamateur verbinding was ik op de pastorie zelfs buiten Indonesië bereikbaar. De gedegen internaat/’asrama’-opleiding in Getentiri voor meisjes uit omliggende dorpen is van groot belang en zorgt voor verdere vooruitgang. Zeker als we beseffen dat het werk in de tuin en het grootbrengen van de varkentjes  grotendeels vrouwenwerk is.  De prachtige oude kerk met beschilderde adatmotieven van de Jair stam werd te klein en daarom is er een nieuwe kerk bijgebouwd. In 1991 werd ik voor acht jaar deken-pastor in het missiecentrum Mindiptana om dan weer in 1999 terug te gaan naar Getentiri. Daar kon ik die cursussen om meer zelfbewust te worden en de praktijklessen voor de landbouw en techniek, die al lang op mijn pastorale program stonden, gaan geven. In de tijd als pastoor van Getentiri heb ik heb ik kunnen profiteren van de faciliteiten van een Koreaans bedrijf in Asike aan de andere kant van de kali Digul dat multiplex fabriceerde, met de verscheping van honderdduizend kilo rubber, de rubberopbrengst van de boeren. Er werd nu ook een weg aangelegd naar Merauke en zo was Merauke nu beter en snel per motor te bereiken. Dat deed ik met mijn Yamaha-trail in 7 tot 8 uur, over een afstand van 380 km, wel met in acht neming van de modderige weg. Een tocht per boot over de kali Digul via de zee naar Merauke duurde echter drie dagen.

In 2006, op 65 jarige leeftijd verhuisde ik naar Merauke en werk daar nu al 15 jaar als freelance pastor. Dat wil zeggen dat ik altijd klaar sta te helpen waar dat nodig is. Ik merk nu wel: hier in Merauke krijg je (gelukkig) ook nog geen tijd om stil te zitten. Ik kan me blijven inzetten voor sociaal en economische belangen van de mensen en met name die van de Papoea’s die uit allerlei gebieden komen en me om raad komen vragen en graag goede geloofwaardige informatie willen hebben op grond van mijn ervaringen in de afgelopen 52 jaar.

Daardoor kan ik adviseur zijn voor hulpinstanties buiten Indonesië zoals bij voorbeeld de Nederlandse stichting “Papoea Jeugd Naar School”. De schoolkinderen komen van her en der en wonen in Merauke bij familie in of worden opgevangen in internaten/asrama’s. Ik was hier ook betrokken bij de bouw van een nieuw missieziekenhuis gerund door een inlandse zustercongregatie. Ik heb me ingespannen voor de bouw van een groot verblijf voor kinderen die slachtoffer zijn geworden van HIV-AIDS en het heet  ‘Panti Amam Bekai Chevalier’. Intussen is hier nu ook een grote aula/Sporthal in gebruik genomen, die nu ook functioneert als een MSC-centrum waar retraites en andere bijeenkomsten worden gehouden.

Ik voel me hier nog altijd goed thuis en kan aan veel mensen nog goed van dienst zijn met mijn ervaring en met name ook de vele pastorale counseling. Hier ligt mijn opdracht als kloosterling, missionaris van het H. Hart en ik hoop met Gods hulp en genade dit nog zo lang mogelijk door te kunnen zetten. Dit zie ik niet los van de missionaire opdracht van mijn medebroeders in Nederland waarvan ik dus ook deel uitmaak en die me altijd geestelijk en materieel ondersteund hebben om dit missiewerk te mogen doen en vol te houden.

Na 60 jaar kloosterleven mag ik terugkijken op een voor mij rijk, tot blijheid en geluk stemmende tijd. Een leven, wel veel buiten “de kloostermuren”…. maar ja… Dáár zijn immers de meeste mensen (papoea’s) te vinden die een warm/met hen begaan MSC-hart nodig hebben.

Dat ik dit met jullie de MSC’ers, mijn familie en goede kennissen 60 jaar heb kunnen volhouden is ook een pluim op ieder hoofd van jullie, want zonder MSC en familie ‘hoe zou het dan zijn gegaan in die 60 jaar ???’

Via dit schrijven wens ik alle andere mede-jubilarissen en met name mijn klasgenoten (Ton Zwart en Ad van Hest) van harte een mooie jubileumviering toe op 21 september 2021.

Kees de Rooij msc

Merauke-Papua, 23 augustus 2021.

Leave a comment