Zondag 8 augustus 2021

Voorganger Pater Jan Jetse Bol

OVERWEGING ZONDAG 8 AUGUSTUS 2021 IN DE KAPEL VAN NOTRE DAME 

LEZINGEN 

= 1 Koningen 19, 4-8 

= Efeziërs 4, 30-32; 5, 1-2 

= Johannes 6, 41-51 

“Ik ben het brood des levens…” In ons leven als gelovigen is dat een woord (van Jezus) dat aanspreekt: Het delen van het brood in de eucharistie ervaren wij als een sterk teken, dat God in ons midden wil zijn… 

Als katholieken voelen we dat van ouds goed aan, met als gevolg dat er onder ons heel wat zijn voor wie een woord-en-gebedsviering toch eigenlijk maar ‘minder’ is… Terwijl wij juist dankzij het naar elkaar toegroeien van katholieken en protestanten veel meer gevoel hebben gekregen voor (de kracht van) het woord van de schrift: Door de bijbel te lezen, door de schrift kan God in ons midden aanwezig zijn. 

Vandaag wil ik mijn overweging niet beginnen bij het ‘brood des levens’ van Johannes, maar bij een klein zinnetje uit de Schrift, uit het Eerste boek Koningen. In onze tijd zijn die woorden heel herkenbaar”. “Het wordt mij te veel”, zegt Elia, en hij gaat onder een bremstruik liggen… “Het wordt me allemaal te veel…!”  

Zo zoeken ook wij af en toe rust en stilte, kan een moment van bezinning of een retraite ons adem geven… Andere mensen gaan uit hun dak bij een muziekfestival, willen samen dansen en zingen…Weer anderen gaan samen wandelen over het strand of in de bossen… Er zijn mensen die gaan de lucht in, parachutespringen of shoppen in de stad… Heel wat mensen zeggen: “We zijn echt aan vakantie toe. Het wordt ons allemaal te veel”… 

Van Elia wordt verteld dat een engel hem aanstoot, wakker maakt: “Sta op en eet”…Er is eten en drinken… Nogmaals wordt hij wakker geschud: “Sta op en eet, anders gaat de reis uw kracht te boven…” Elia eet en drinkt en gesterkt door het voedsel loopt hij veertig dagen en nachten, tot hij bij de berg van God, de Horeb komt… 

Veertig dagen en nachten… voor mensen uit het jodendom een herkenbaar beeld: Ze waren slaaf in Egypte, ze waren nergens, maar in een tocht van veertig jaren dwars door de woestijn van het leven (!), vinden zij nieuw leven… Veertig…een rond getal…  veertig jaar door de woestijn… Dat kunnen we zien/verstaan als: de tocht van een mens door zijn héle leven. De ’tocht door de woestijn’ als de “levensreis” van een mens, van elke mens, ook van ons… Een reis met goede en kwade tijden met teleurstellingen en hoop, met angst, verdriet en huilen, maar ook met lachen en juichen… Gesterkt door het voedsel komt Elia aan het eind van zijn reis, zijn “levensreis” , bij de berg van God, bij God… 

Als wij ouder worden, aan het eind van ons leven komen, hier in Notre Dame, waar wij ons leven overzien, waar wij de balans van ons leven opmaken, kunnen ook wij aangestoten worden door een engel van een mens… Een engel, die zich niet op anderhalve meter afstand hoeft te houden, omdat hij of zij, als engel, uit een andere wereld komt. Een engel die ons even aanraakt: Met een gebaar, met een bemoedigend woord of misschien wel een kritisch woord, met een helpende hand, stil-zwijgend, of luidkeels-lachend, vrij-uit… Of we worden aangestoken door een engel uit de heilige schrift, vandaag, op deze regenboogzondag en we horen: Mens sta op en eet – wie je ook bent, je mag er zijn! Of  door een engel in de eucharistie: brood om te leven, God in ons midden. Amen.