Pater Albert Smit

60 JAAR GEPROFEST

Pater Albert Smit

Een stem die roept, en hand die geleidt   

In de Nederlandse provincie van de MSC was sinds jaar en dag 21 September de dag, waarop je geloften aflegde, tijdelijke of eeuwige. Een zeer geschikte dag, feest van Matheus, apostel en evangelist en voorbeeld voor allen die zich geroepen voelen.

Op zekere dag zat Matheus, toen nog genaamd Levi, de tollenaar in zijn kantoortje, toen Yesus voorbij kwam. Een enkel woord van Yesus “Volg mij” was genoeg. Hij liet alles in de steek en volgdeYesus waarheen hij ook ging, tot het einde. Hij was was zo vervuld van Yesus dat hij zelfs een boek schreef over de man van Nazaret.

Je kunt je afvragen of Yesus niet beter  een ander had kunnen roepen. Levi was een tollenaar en stond bekend als een zondaar,een afvallige en  afperser.  Wat zag Yesus in hem om juist hem te kiezen om zijn werk voort te zetten?

Zo ook, wat zag Hij in mij, toen Hij mij riep? Een jongetje uit de provincie, zoon van een fabrieks arbeider, die bovendien een verschrikkelijk soort  Nederlands sprak.

“Volg mij!” en ik ging. Waar heen? Wist ik veel. De pastoor weigerde mij te helpen, toen hij hoorde dat ik pater wilde worden om naar de missie te gaan. Een paar dagen later ontmoette ik een jongeman, die mij vertelde over zijn seminarie.  En zo kwam ik terecht bij de Missionarissen van H. Hart, zonder iets te weten over de MSC, zonder ook te beseffen dat het seminarie wel heel ver weg was, helemaal aan de andere kant van Nederland.

Toeval? Achteraf denk ik van niet:  Een stem die riep, maar ook een hand die mij zachtjes in een bepaalde richting leidde.

Zo kwam ik bij de MSC, hoewel dat niet voor de hand lag. Ik heb er nooit spijt van gehad.  Zes jaar Apostolische School, een jaar noviciaat en nog eens zes jaar filosophie en theologie. Ik krabbelde wel eens tegen, was eigenwijs en wilde mijn eigen weg gaan. Maar Hij heeft mij nooit in de steek gelaten. 21September 1959 tijdelijke geloften en vier jaar later de eeuwige. Uiteindelijk Mei 1965 de priesterwijding.

‘Volg mij waar ik ook ga.’ Dat bleek niet zo gemakkelijk.Mijn ideaal  was missionaris te worden om in verre landen het geloof verkondigen. Maar de overheid had andere plannen: studeren om daarna leraar te worden in Nederland. Ik had wel een grote liefde voor klassieke talen, maar dit was toch nooit mijn bedoeling geweest. Toen kwam weer die hand, die mij stuurde en begeleide. Bisschop Verhoeven zocht een leraar voor het klein seminarie in zijn bisdom.

Zo kwam het dat ik  April 1967 op het vliegveld van Manado stond. Alleen, niemand om mij af te halen. Een vriendelijke man bracht mij naar wat hij dacht dat het het huis van de bischop was.  Ook daar niemand om mij te ontvangen. Alleen een wat vreemd mannetje dat  in het Nederlands maar door praatte. Ook kwam er nog een forse grote man voorbij, die gezien de handoek blijkbaar op weg was om te gaan douchen. Ook van hem geen woord. Uiteindelijk na lang wachten verscheen Pater Piet Smout. Hij bracht mij naar de overste en die bracht mij naar Tomohon om kennis te maken met de bisschop.

De bisschop raadde mij aan om eerst een half jaar te acclimatiseren en stuurde mij naar Gert Leek in Kembes, die zou mij inleiden in het missionaris leven: geen romantiek, maar lopen per pedes apostolorum, eten wat de mensen je brengen, leven met wandluizen, ratten en ander ongedierte. Jezus had het al voorspeld, dat het niet gemakkelijk zou zijn.

En dan uiteindelijk 7 of 8 December seminarie Kakaskasen. Keihard werken, van begin af aan een hoop lessen: Latijn, soms ook Engels of Frans, net waar behoefte aan was. Niet gemakelijk,  een vreemde taal onderwijzen aan anderstaligen vergt veel tijd en voorbereiding. Toch heb ik het bijna 50 jaar met plezier gedaan.

Op eigen verzoek werd ook nog eens Pastoor van Taratara, een parochie van ongeveer  twee duizend gelovigen, 5 kilometer van het seminarie. De bisschop had me gewaarschuwd dat dit alles misschien wel een beetje teveel van het goede was. Inderdaad, na 4 jaar was de kaars opgebrand: ik kreeg een flinke burn out,  die mij dwong om bijna een jaar rust te nemen. 18 Jaar ben ik daar pastoor geweest en met veel plezier. Hier kon ik me nog eens pastoor voelen, niet alleen een leraar Latijn.

Hetzelfde gevoel had ik toen ik later gevraagd werd om tijdens de vakanties te helpen in Mangole en Sanana, een paar eilanden in de Molukken, waar zelden een pastoor kwam. Wat was het er heet en wat een muggen! Desondanks voelde ik me er zo gelukkig dat  ik me voornam om na 25 jaar seminarie me aan te bieden om hier pastoor te worden.

Maar dan komt er weer die stem en die hand die mij geleid. Ik kreeg problemen met mijn hart,  tenteken dat ik toch maar in Kakaskasen moest blijven.

Overigens, ben ik ook hier tevreden mee. Ik zelf kan dan wel geen pastoor in Mangole  worden, maar ik kan er wel aan bijdragen, dat er in de toekomst genoeg jonge pastoors zijn om eilanden als Mangole te bedienen. Zo is het ook gebeurd.

Een stem die riep en een hand die leidde. 60 jaar lang. Ik geloof vertrouw dat die stem en hand mij in de toekomst zullen leiden naar een nog gelukkiger toekomst.