Pater Harrie van Engelen

75 JAAR GEPROFEST

70 JAAR PRIESTER

Pater Harrie van Ebgelen

Deze viering valt samen met de herdenking van 75 jaar bevrijding tegen de Duitse overheersing. In Berg en Dal vonden deze twee momenten, 75 jaar geleden, wonderwel tegelijkertijd plaats. Bovengronds werd om elke meter grond gevochten. In de schuilkelder daaronder beloofden de novicen hun trouw aan de MSC door het uitspreken van de geloften. Harrie was een van hen.

Misschien was het een voorteken dat hij ooit verwikkeld zou geraken in de strijd van de Filippijnse bevolking tegen de dictatuur van Marcos.

Maar het uitspreken van de geloften was niet de eerste verbintenis van Harrie met de MSC. Reeds op 13-jarige leeftijd besloot Harrie voor priester missionaris te gaan studeren op het missiehuis. Zijn zus was namelijk zelatrice en de missieprocurator pater Jan de Jong wekte in hem het verlangen missionaris te worden.

Na de priesterwijding en de voltooiing van zijn studies volgde zijn benoeming voor de Filippijnen. Het voelde voor Harrie als een opluchting dat hij met zijn praktische vaardigheden geschikt werd geacht voor dit missiegebied. Hij voelde zich iets minder stoer dan degenen die (met baard) kozen voor Nieuw Guinea.

Harrie werd als kapelaan geplaatst in Tago; vervolgens als pastoor in het verafgelegen Talacogon. De benoeming als leraar en rector aan het Urios College in Butuan werd door Harrie ervaren als een verademing, omdat zijn aanleg voor wis- en natuurkunde hier beter tot zijn recht kwam.

Maar ook de kwetsbaarheid van de onderdrukte bevolking raakte hem zeer. Graag maakte hij zich tot tolk van haar vaak niet gehoorde stem. Onrecht stuitte hem tegen de borst. Hij liet zich de mond niet snoeren door het dictatoriale Marcos regime en zijn lokale trawanten.

Met name in de tachtiger jaren, toen Harrie samen met pater Ton Zwart de parochie van Nasipit bediende, lieten zij vanuit de kerk hun kritische stem horen tegen de regering, als bondgenoot van de onderdrukte bevolking.

In 2006 keerde Harrie terug naar Nederland, maar met hart en ziel bleef hij zich betrokken voelen bij de Filippijnen. Menig gesprek draaide voor hem uit op: “Bij ons in Butuan.” Soms klonk bij hem ook wel de teleurstelling door als hij daarvoor niet voldoende aandacht kreeg. Bovendien moest het kolonialisme van het Westen in het algemeen en van Amerika in het bijzonder het ontgelden.

Met het stijgen van de jaren en een langer verblijf in Nederland raakt die felheid er enigszins vanaf. Als oudste onder zijn medebroeders is Harrie met een soort pionierswerk bezig om te ontdekken hoe zinvol bejaard missionair religieus te zijn, een tamelijk onontgonnen gebied.

Bemoedigend om te zien is hoe hij deze ontdekkingstocht voortzet; als tevreden mens, zoals hij het zelf uitdrukt, niet teleurgesteld maar dankbaar voor het verleden. Harrie voert als wijs motto: “Ik schaam me niet om hulp te vragen als ikzelf iets niet meer kan.”