Preek 1 februari 2026

INLEIDING
In de naam …

De vrede van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God onze Vader en de gemeenschap van de Heilige Geest …

“Hoort hoe God met mensen omgaat”. Zo openden we deze viering, – met een lied van verwondering om wat God met ons mensen doet. Vanmorgen spreekt hij ons toe met woorden uit de Bergrede: in een aantal kernachtige uitspraken deelt hij met ons de Zaligsprekingen.

Deze weken ervaren we de onrust van onze tijd, dat mensen – ook leiders – onvoorspelbaar kunnen zijn. In woorden en in wijzen van leven staan wij soms lijnrecht tegenover elkaar. Juist dan kan de Bergrede ons een weg wijzen.
Jezus vraagt dat wij hem volgen op de weg van solidariteit en liefde. Dat wij laten zien – daadwerkelijk – dat wij elkaar, de wereld en de schepping ons ter harte gaan.

Laten we een moment stil worden om dit uur goed te kunnen vieren.

LEZINGEN
Sefanja 2,3. 3, 12-13; 1 Korinthiërs 1, 26-31; Mattheüs 5, 1-12

OVERWEGING Door Ben Verberne msc
Boeken die ons advies geven hoe we gelukkig kunnen worden –
dat soort boeken kun je vinden in allerlei boekwinkels.
De titels liegen er niet om: Geluk voor beginnelingen, of: Gelukkig zijn kun je leren.
Basisregel is: bemáchtig het geluk! Haal het naar je toe en omarm het.
Maar als Jézus over geluk spreekt, dan heeft hij een heel ándere insteek:
hij denkt niet naar zich toe, maar van zich af.

Ik stel me voor hoe het er die dag aan toeging:
Er komt een menigte mensen naar hem toe, ze willen Jezus horen, hem persoonlijk horen.
Dan gaat hij een berg op, horen we. Zoals het een leraar betaamt, gaat hij zitten
en begint hij de mensen toe te spreken: zalig de armen van geest, zalig de treurenden, de vredebrengers…

Matteüs schrijft zijn evangelie voor mensen die vooral vanuit het jodendom Jezus willen volgen.
Bij het horen dat ‘Jezus de berg opging’, begonnen bij hen – als het ware – de bellen spontaan te rinkelen.
‘De berg’ – dat riep herinneringen op aan die ene berg, de Sinaï.
Want dáár verbond God zich voorgoed met zijn mensen, dáár ontving Mozes de tien woorden, die voortaan richting zouden geven aan het leven van mensen;
dáár groeiden ze tot één volk en trokken ze onder Mozes’ leiding verder naar het Land van Beloften.

In de opvatting van Matteüs treedt Jezus in het voetspoor van Mozes, of beter:
hij is ‘Mozes-opnieuw’ wanneer hij de Zaligsprekingen aanreikt en hij drukt ons op het hart:
Koester ze, leef ernaar en je zult zalig, je zult gelukkig zijn. Met recht wordt dit evangelie dan ook de Bergrede genoemd: het zijn woorden die ons terugbrengen
naar de berg waar het ooit begon.

Eigenlijk heel verwonderlijk!
Tegen mensen die arm zijn, verdriet hebben, honger lijden, dorst en vervolging ondervinden –
tegen hen wordt gezegd: je bent gelukkig als je dit overkomt, zalig ben je!

In de geschiedenis van het Christendom heeft dit wel eens tot verwarring geleid.
Of het werd uitgelegd alsof Jezus bedoeld zou hebben: wees maar gelukkig dat je arm bent, dat je moet lijden, dat je honger hebt en ziek bent,
want later, dan komt het allemaal wel goed.
Alsof de Zaligsprekingen bedoeld waren om mensen passief en onderdanig te houden, alsof God zou staan aan de kant van de onderdrukkers. – Maar dat is niet juist.
Zo was het nooit bedoeld.
Als we het zo uitleggen, dan verdraaien we de betekenis van zijn woorden.
Mensen worden ‘zalig’ genoemd, juist om ze aan te moedigen: Je bent geschapen naar Gods beeld.
Lééf als een dochter, als een zoon van God, sta op en kom in beweging!
Hier wordt de wereld omgekeerd, want armen worden gelukkig geprezen, wie zachtmoedig is en neergebogen,
zal het land erven, vindt kansen om te overleven!
God staat achter je!

Dit zijn woorden van bevrijding.
Woorden die bij ieder van ons een eigen weerklank wakker roepen.
Persoonlijk moet ik dan denken aan een ervaring toen ik als missionaris werkte
in het binnenland van Mindanao op de Filippijnen.
Ik heb daar mogen meewerken aan een alfabetiseringsprogramma – Dat is een mondvol.
Maar waar het om ging was: meisjes, jongens, later ook volwassenen van de Manobo-stam leren lezen, rekenen, schrijven.
En het betekende ook: de oúders motiveren een klaslokaal te bouwen en hun kinderen naar school te sturen, vrijwilligers zoeken en begeleiden om deze mensen
spelenderwijs en met creativiteit te leren lezen, rekenen en schrijven
en een plaats te helpen vinden in de samenleving.

Ik vergeet nooit de emotie en de trots op het gezicht van een man,
toen hij voor het eerst in grote hoekige letters met krijt zijn naam had gegrift op de deur van zijn huis. Voor hem en voor veel mensen mét hem was dat een eerste stap uit een isolement, een eerste stap waarmee hij een nieuwe wereld binnenging, waardoor hij en zoveel anderen met hem steeds meer greep kreeg op de toekomst en op die van zijn gezin.

En ik besef dat íeder van ons – zusters, paters, broeders, mensen die hier naar de kapel komen of die vanuit thuis meeluisteren, kijken, bidden, soortgelijke ervaringen hebben!

Ooit heb ik iemand horen zeggen: Je kunt je leven niet langer maken, maar je kunt het wel verbreden.
Ons leven verbreden doen we bijvoorbeeld door er te zijn voor een ander,
door te luisteren naar het verhaal van elkaars leven, vooral naar wat daarin een ander beweegt en gaande houdt.

Vandaag leert Jezus ons de Zaligsprekingen, het visioen van zijn Koninkrijk, het uitzicht op een wereld van vrede, op toekomst voor iedereen.
Laten we ernaar luisteren: naar wát hij zegt, motiveert en beweegt, naar de liefde van zijn Hart.

Leave a comment