Overweging voor 1 januari 2024 door Ton Zwart msc
Weten én weten, het zijn twee verschillende zaken. Je hebt een weten dat oppervlakkig is en je hebt een weten dat diep van binnen zit. Je kunt iets voor kennisgeving aannemen, je kunt ook van iets doordrongen zijn. Je kunt iets weten alleen maar met je hoofd, je kunt ook iets weten met heel je gevoel, met je hart.
Die gradaties van weten, die verschillende niveaus van weten vind ik ook terug in het evangelie van vandaag. Het is het einde van het kerstverhaal van Lucas. Hij heeft dan al verteld dat de herders in de velden een vreugdevolle boodschap hadden ontvangen: “Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David. En dit zal voor u een teken zijn: gij zult het pasgeboren kind vinden in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe”.
Het is een boodschap vanuit de hemel, die gepaard gaat met licht en met engelenkoren. Het is een boodschap die zo mooi is, dat hij eigenlijk niet waar kan zijn. Een redder geboren, een gezalfde, een koning zoals David. Vrede, rechtvaardigheid, een gouden tijd breekt aan. Het kan toch niet waar zijn!
Ik kan me voorstellen dat de herders in het verhaal, ook al vermeldt Lucas dat niet, zich eens goed in de ogen gewreven hebben. Wat gebeurt hier? Is het een droom misschien, een hallucinatie? Het ging ook zo snel voorbij: donker eerst, dan licht en dan weer donker. Heb ik dit allemaal wel goed gezien en goed gehoord?
De boodschap bevatte echter ook een teken: “gij zult het pasgeboren kind vinden in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe”. Dat teken valt te onderzoeken en het evangelie van vandaag begint met de herders die zich naar Bethlehem haastten om te zien of die engelenverschijning van die nacht wel echt was. Blijkbaar wisten ze om welke kribbe het moest gaan en kwamen ze al gauw op de juiste plek terecht en ze vonden daar inderdaad het kind in de kribbe, met Maria en Jozef. En dan staat er: “Toen ze dit gezien hadden maakten ze bekend wat hen over dit kind gezegd was”. Nu het teken dat zij hadden ontvangen waar bleek te zijn, werd het bericht over dit kind een overtuiging voor hen, een zeker weten, en konden ze erover gaan spreken. De vreugdevolle boodschap van de engelen werd nu hun eigen boodschap, waar ze helemaal achter konden staan. De droom was werkelijkheid geworden.
In het verhaal van Lucas zijn het alleen Maria en Jozef die in eerste instantie de boodschap van de herders horen, over dat kind dat de Redder is, Christus de Heer. De reactie van Maria wordt ook verteld. Lucas zegt over haar – en het zal niet de enige keer zijn – dat Maria al deze woorden in haar hart bewaarde en ze bij zichzelf overwoog.
Weten heeft gradaties. Er is een meer en een minder, er zit ontwikkeling in. Dat geldt voor ons mensen, maar het geldt ook voor Maria. Haar weten groeide in de loop van de tijd. Ik stel me zo voor dat ze anders naar haar kind ging kijken, toen zij ging nadenken over die woorden, dat hij een Redder zal zijn, de Christus, de Heer. Hoe zal dit waar blijken in de loop van zijn leven? Waarin zal de redding bestaan die hij zal brengen? Wat zal hij doen om die redding tot stand te brengen? Wat is daarvoor nodig en hoe zal het te zien zijn?
Het is geen overwegen dat maar één keer plaatsvindt. Het is een overwegen dat zich uitstrekt over de tijd en Jezus begeleidt in zijn opgroeien over de jaren. Dit kind moet iets wonderlijks zijn. Hoe zal dit zich uitwijzen? In elke fase van zijn leven? Het is een groeien samen met het kind, een ontwikkeling in begrijpen dat zich verdiept naargelang de gebeurtenissen in zijn leven.
Het is vandaag 1 januari, het nieuwe jaar is begonnen. Hoe kijken we naar dit nieuwe jaar? Met verwachting en hoopvol of eerder met angst in het hart dat dit nieuwe jaar nog wel eens slechter zou kunnen uitpakken dan het jaar dat we achter de rug hebben? Geldt nog wel de belofte dat Jezus een redder is, een koning die zijn volk niet in de steek laat en die in onze wereld is binnengetreden, waardoor onze wereld ook zijn wereld is geworden?
De belofte in ons hart bewaren betekent dat we onze ogen niet sluiten voor het goede dat er in kerk en samenleving gebeurt, dat we juist onze ogen open houden voor de positieve gebeurtenissen die ondanks alle ellende ook plaatsvinden. Dat we daarin meer zien dan enkel menselijke pogingen om het leven aan te kunnen, maar een teken dat de Heer van de geschiedenis ook in onze tijd nog steeds werkzaam is en zal zijn.
Het vraagt inspanning om dat te blijven zien ondanks alle negatieve ontwikkelingen, maar als we erin slagen om het positieve te benoemen zal dat een vreugdevolle boodschap zijn, een blijde tijding. En vreugde is toch, als we het evangelie mogen geloven, de bedoeling van Gods omgaan met ons mensen.
Amen.