Mattheus 17: 1-9 Gedaanteverandering op de Berg Thabor. Preek door Hans Kwakman msc.
Het evangelie over de Gedaanteverandering op de Berg Thabor staat niet op zichzelf, maar is nauw verbonden met de lijdensvoorspellingen van Jezus. Nadat Hij in de Jordaan is gedoopt, trekt Jezus door Galilea. Hij verkondigt overal het Rijk Gods en geneest talloze zieken en gehandicapten. Massa’s mensen volgen Hem, enthousiast en vol bewondering. Het Joodse volk en zijn leerlingen verwachten veel van Hem: is Hij de Messias die Israël zal bevrijden van de Romeinse overheersing?
Heel onverwacht begint Jezus te spreken over zijn komend lijden en nabije dood. Maar telkens voegt Hij eraan toe, dat Hij op de derde dag door God uit de dood zal worden opgewekt. Deze boodschap, dat lijden en dood steeds gevolgd worden door opstanding, houdt ook een belofte in voor ons. Dat wordt zichtbaar in de gedaanteverandering op de berg Thabor.
Jezus bereidt zijn leerlingen voor op de lijdensweg die Hij moet gaan met een persoonlijke vraag: “Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?” (Matt. 16:13). De antwoorden variëren van Johannes de Doper tot Elia of een van de profeten. Maar Jezus vraagt door: “Wie zeggen jullie dat ik ben?” Petrus reageert: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God.” (Matt. 16:16). De leerlingen zien zichzelf al als bevoorrechte volgelingen van de Messias.
Dan vertelt Jezus hen dat Hij zal worden verworpen, dat Hij moet lijden en sterven, maar dat God Hem na drie dagen zal doen opstaan. Voor de leerlingen is dit een schokkende en onbegrijpelijke boodschap. Het idee dat de Messias moet lijden en sterven is voor hen onaanvaardbaar. En de betekenis van de opstanding is voor hen een raadsel. Hoe kan de Messias lijden? Wat betekent dit voor hun hoopvolle toekomst? Petrus protesteert: “Heer, dat verhoede God! Dat zal zeker nooit gebeuren!” (Matt. 16:22). Jezus reageert fel: “Ga terug, Satan! Jij bent een valstrik voor mij. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.” (Mat 16:23). Dan benadrukt Jezus ook nog, dat niet alleen Hijzelf moet lijden, maar dat ook zijn volgelingen bereid moeten zijn om deze weg te gaan: “Wie mijn leerling wil zijn, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en mij volgen.” (Mat 16:24).
Enkele dagen na deze ingrijpende boodschap neemt Jezus drie van zijn leerlingen mee de berg Thabor op – Petrus, Jakobus en Johannes. Daar verandert Hij plotseling van gedaante: Hij straalt een verblindend licht uit.
Hiermee toont Hij zijn leerlingen wat Hij bedoelt met opstanding. De gedaanteverandering is ook voor ons een zichtbare belofte. Lijden en dood dat wij moeten ondergaan worden ook gevolgd door opstanding en leven in heerlijkheid.
Tijdens deze bijzondere gebeurtenis verschijnen Mozes en Elia naast Jezus. Zij komen niet uit de hoge hemel. Zij hebben Jezus altijd al onzichtbaar begeleid. Nu worden zij zichtbaar en steunen Jezus in zijn besluit om zich vrijwillig over te geven aan lijden en dood. En zij verwelkomen Hem alvast in het hemels koninkrijk. Zij zijn zelf door lijden en dood heengegaan, maar God heeft ook hen uit de doden doen opstaan.
Deze wonderlijke gebeurtenis bevat ook voor ons de belofte van de heerlijkheid na onze dood. Maar wij ontvangen nog een tweede belofte. Zoals Jezus door Mozes en Elia, worden ook wij onzichtbaar omgeven door onze dierbare overledenen, waarvan wij geloven dat zij bij God zijn. Onze overleden broers en zussen, vrienden en familie zijn niet verdwenen in een verre hemel. Zij zijn bij ons. Zij leven met ons mee en ondersteunen ons in ons dagelijks leven, vooral tijdens moeilijke momenten. Zij kunnen niet voorkomen dat wij soms door moeilijke tijden gaan, moeten lijden en zullen sterven, net zomin als Mozes en Elia konden verhinderen dat Jezus verschrikkelijk moest lijden en sterven op het kruis. Maar in alles dat wij meemaken, vreugde en verdriet, blijven onze dierbaren, die ons zijn voorgegaan met ons verbonden. Toen zij stierven zijn zij geen doodlopende weg gegaan, maar een weg naar de heerlijkheid van de opstanding. Niet ver van ons weg, maar geborgen in Gods hart. Zij leven in God en met God zijn zij bij ons. Zij ondersteunen ons op onze levensweg, in moeilijke momenten en bij lijden en sterven, net zoals Mozes en Elia Jezus ondersteunden.
Daarom is de stem van de Vader, die op de berg Thabor klinkt, voor ons van groot belang: “Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind ik vreugde; Luister naar Hem!” (Matt. 17:5). We worden aangespoord te luisteren naar Jezus, die zegt dat ook voor ons de weg van lijden en dood naar opstanding leidt, naar een leven in heerlijkheid. En dat wij deze weg niet alleen hoeven te gaan, maar dat wij worden ondersteund door Jezus zelf en door onze dierbaren, die ons zijn voorgegaan.