Joh. 20: 19 – 31: 2e Paaszondag 2026. Preek door Hans Kwakman msc
We kennen allemaal de bijnaam van Tomas: de ‘ongelovige’ Tomas. Maar een bijnaam kan veranderen in een geuzennaam, iets waar je trots op mag zijn. Vaak voelen we sympathie voor Tomas, omdat hij twijfelt en niet zomaar alles gelooft. Johannes voert in het slot van zijn evangelie Tomas op als vertegenwoordiger van ons allemaal. Ook wij waren immers niet aanwezig toen Jezus op Paaszondag aan zijn leerlingen verscheen. Net als Tomas hebben ook wij wellicht momenten van twijfel en aarzeling als het gaat om het geloof in de Verrijzenis. Is het verhaal over Jezus’ verrijzenis werkelijk gebaseerd op feiten? Of, zoals sommige mensen zeggen, Jezus was zeker een bijzonder mens met een prachtige boodschap die veel goeds heeft gedaan, maar zoals vaker gebeurt met mensen die opkomen voor gerechtigheid, is hij uiteindelijk door corrupte machthebbers uit de weg geruimd en toen was het afgelopen. Net als voor Tomas, is het ook voor ons bevrijdend om twijfels eerlijk te kunnen uitspreken. Dat maakt Tomas voor ons sympathiek.
Maar Johannes schrijft dat hij zijn evangelie heeft geschreven “opdat u gelooft dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam” (Vers 31). Op het moment dat Tomas de Verrezen Jezus ontmoet klinkt zijn oprechte geloofsbelijdenis: “Mijn Heer en mijn God.” Tomas overstijgt als het ware zijn twijfels, niet omdat zijn twijfels bevredigend beantwoord worden, maar omdat hij Jezus persoonlijk ontmoet als de Verrezen Heer. Acht dagen na Pasen waren de leerlingen opnieuw bijeen en weer komt Jezus in hun middenen Hij richt zich persoonlijk tot Tomas. Jezus nodigt hem uit zijn wonden aan te raken, dat was immers Tomas’ voorwaarde om in de verrijzenis te kunnen geloven. Maar door de persoonlijke aandacht die hij krijgt, en zonder Jezus daadwerkelijk aan te raken, komt Tomas tot geloof en roept spontaan uit: “Mijn Heer en mijn God.”
Ook voor ons is geloven een vrucht van een persoonlijke ontmoeting met Jezus, die als de Verheerlijkte Heer in ons leven aanwezig is. Paus Franciscus herhaalt de woorden van Paus Benedictus, die heeft gezegd: “Christen zijn wordt niet bepaald door een morele beslissing of een mooie ingeving, maar door een ontmoeting met een Persoon, die aan ons leven een nieuwe horizon en een beslissende richting geeft.” (Vreugde van het Evangelie n. 7). En die persoon is Jezus Christus die als de Verrezen heer onder ons leeft.
Paus Franciscus vervolgt dan: “Dat Jezus verrezen is, is geen feit uit het verleden, maar een levenskracht die de wereld doordringt. Verrijzenis is een kracht in de wereld zonder weerga. Waar alles dood lijkt, verschijnen opnieuw kiemen van verrijzenis. Vaak lijkt het alsof God niet bestaat. Onrechtvaardigheid, onverschilligheid, geweld en wreedheid lijken niet af te nemen. Maar het is ook zeker dat in de duisternis altijd iets nieuws begint te ontkiemen dat vroeg of laat vrucht zal dragen. Het hardnekkig voortbestaan van het kwaad verhindert het goede niet zich te ontplooien en zich overal te verspreiden. Iedere dag wordt in de wereld opnieuw schoonheid geboren. Overal verrijst schoonheid. Dat is de kracht van de verrijzenis.” (Idem n. 276).
Wij ontmoeten de weldadige en krachtdadige aanwezigheid van de Verrezen Heer in de natuur, die zich steeds weer vernieuwd en overal waar het goede uit het slechte voortkomt en leven uit wat al dood lijkt. Wij ontmoeten Hem overal waar mensen opstaan om voor gerechtigheid te strijden, om duurzame vrede te stichten; waar mensen onderdak verlenen aan vluchtelingen of elkaar vergeven en op zoveel plaatsen meer.
Zoals de Verrezen Heer in het evangelie van vandaag zegt: “Gelukkig zij die niet zien, maar toch geloven.”