Preek 12 oktober 2025

Lucas 17:11-19 — De Tien Melaatsen. Door Hans Kwakman msc.
Op het grensgebied tussen Samaria en Galilea staan tien melaatsen: negen Joden en één Samaritaan. Hun gezamenlijke ziekte brengt hen samen, ondanks hun onderlinge verschillen. Door hun melaatsheid mogen zij zich volgens de Joodse wet niet onder andere mensen begeven. Daarom roepen ze naar Jezus van een afstand: “Jezus, meester, heb medelijden met ons.” Jezus houdt zich aan de voorschriften en zegt dat ze zich aan de priesters moeten laten zien. Vol vertrouwen in zijn woorden gaan ze op weg naar de tempel in Jeruzalem en worden onderweg genezen.
Voor de melaatsen is het bezoek aan de priesters erg belangrijk. Alleen priesters kunnen officieel vaststellen of iemand genezen is van melaatsheid. Pas dan mogen zij terugkeren naar hun familie en weer deelnemen aan de bijeenkomsten in de synagogen.
Van de tien genezen melaatsen keert slechts één terug om Jezus te danken. Hij prijst God luidkeels en knielt voor Jezus neer. Deze daad benadrukt het belang van dankbaarheid tegenover God voor alles wat we ontvangen. Dankbaarheid is een van de mooiste kwaliteiten van ons hart, Maar het verhaal gaat verder dan alleen een oproep tot dankbaarheid.
Jezus noemt de man die terugkomt een Samaritaan, een vreemdeling. In de evangelies worden Samaritanen vaak als voorbeeld gesteld, ondanks hun status als buitenstaanders. Jezus roept op om oog te hebben voor de kwaliteiten van mensen die niet tot de eigen groep behoren. Denk bijvoorbeeld aan de parabel van de barmhartige Samaritaan of zijn gesprek met de Samaritaanse vrouw. Van de andere kant wordt Jezus vanwege zijn open houding ten aanzien van vreemdelingen zelf ook uitgescholden voor Samaritaan. De man die terugkeert is dus niet een lid van het uitverkoren volk, maar juist een vreemdeling. Ondanks de vijandelijke geschiedenis tussen Joden en Samaritanen accepteert Jezus hem zonder voorbehoud, prijst zijn geloof en zijn besef dat genezing een gave van God is.
In onze maatschappij voelen sommige mensen zich door hun afkomst vreemdelingen — asielzoekers en arbeidsmigranten, bijvoorbeeld — terwijl zij vaak in onze samenleving waardevol werk doen dat anderen niet willen doen. Ook immigranten die al generaties lang in ons land wonen, worden vaak niet volledig geaccepteerd.
Het is daarom zinvol om stil te staan bij wie vandaag de dag de ‘nieuwe melaatsen’ zijn: mensen met een andere levensstijl, andere keuzes of een andere achtergrond, slachtoffers van ziekte, mensen van andere rassen, religies, culturen of seksuele geaardheid. Gisteren was nog op het nieuws dat kinderen met andere huidskleur belachelijk gemaakt worden of zelfs uitgescholden. Onwetendheid en vooroordelen bepalen vaak ons gedrag tegenover hen. Vooroordelen ontstaan wanneer we louter op emotie oordelen, zonder ons te baseren op betrouwbare informatie.
Als volgelingen van Jezus worden we uitgedaagd om zijn waarden na te leven: respect en bevordering van waardigheid en rechten van ieder mens, vooral van mensen die ‘anders’ zijn. Juist degenen die onverdraagzaamheid verspreiden hebben genezing nodig.
We worden uitgedaagd onszelf af te vragen wie wij — bewust of onbewust — marginaliseren of uitsluiten. Wie zien wij als ‘niet een van ons’? Net als de mensen in Jezus’ tijd hebben ook wij genezing en bevrijding van vooroordelen nodig, zodat we anderen met een open hart kunnen waarderen.
Voor God zijn er geen melaatsen of mensen die buitengesloten worden. We zijn allemaal familie, kinderen van dezelfde Vader, broers en zussen van elkaar. We worden geroepen elkaar dezelfde liefde te geven die God ons schenkt.

Leave a comment