Overweging 14 december 2025, 3e zondag van de Advent Gabrielle Dorren
Gaudete-zondag, een dag om de vreugde present te stellen. Ik ben verheugd hier vandaag te zijn, bij de mensen die 25 jaar geleden vertrouwen in mij als historica stelden om een geschiedenis van de Nederlandse provincie van de MSC te schrijven. Het religieuze veld heb ik nooit meer verlaten. Op dit moment ben ik manager religieus leven en welzijn bij de Zusters van De Voorzienigheid en geestelijk begeleider bij de Dochters der Wijsheid.
Gaudete in Domino, semper: verheug je in de Heer, te allen tijde. Paus Franciscus stelde in dit verband: “In het hart van de christen is er vreugde. Altijd. Vreugde die onthaald wordt als een gave en die gekoesterd wordt om haar te kunnen delen met anderen”.
Stellige woorden! Misschien denk je: was het maar waar dat de vreugde altijd in mijn hart zat… Menselijkerwijs is het onmogelijk om aldoor vreugde te ervaren. Het is net als met hoop. Opgeroepen door diezelfde paus Franciscus zijn we al een jaar als pelgrims onderweg om onze hoop uit te dragen, maar wie van ons heeft nooit gevoelens van moedeloosheid of wanhoop?
Daar hebben we helaas ook alle reden toe. Alle ellende die tot ons komt, kan en mag ons niet onberoerd laten. Oorlog en verdrukking, de klimaatcrisis, mensen op de vlucht, de uitholling van de rechtsstaat – je hoeft de tv of radio maar aan te zetten en het komt voorbij. De overheid spoort ons aan om ons eigen hachje te redden en propageert noodpakketten. Die campagne gaat sinds kort gepaard met de onheilspellende slogan ‘Het is niet de vraag óf, maar wanneer het gebeurt’.
En toch klinkt vandaag: Gaudete, verheug je! Wat zou er gebeuren als we deze aansporing ter harte namen? In dit jaar van de hoop is er voor mijn gevoel niet zoveel aandacht voor vreugde geweest, terwijl beide niet zonder elkaar kunnen bestaan: vreugde werkt aanstekelijk, zij is een belangrijke voedingsbodem voor hoop. En omgekeerd geldt dat hoop vreugde schenkt, want hoop ziet licht aan de horizon. Zouden we vreugde niet wat meer de status mogen toekennen die we intussen ook aan hoop geven? Het is immers de blijde of goede boodschap [in het grieks: evangelion, dus evangelie] die christenen verbindt en ook ons hier samenbrengt.
Hoewel een absolute kernwaarde in ons geloof, zien we vreugde dikwijls als lichtzinnig of naïef. Er wordt een beetje op neergekeken. Ik heb een zuster gekend die in vele huizen van haar congregatie werd ingezet in huishoudelijk werk. Haar levensmotto was: wees blij en maak blij. Daar werd schamper over gedaan alsof het om iets oppervlakkigs ging. Maar wie haar moeilijke levensloop kende, begreep dat het verre van vanzelfsprekend was dat zij het wees-blij-en-maak-blij in praktijk wist te brengen. En… met effect, want feit is dat zij haar hele kloosterleven lang bij iedereen goed lag; hoe oppervlakkig ze vaak ook was gekend, in gesprekken werd haar naam altijd met genegenheid of een glimlach genoemd.
Zij zag de waarde van vreugde in, had er talent voor én nam de moeite zich er in te bekwamen. Oefening baart kunst. Het is wat Henri Nouwen schreef in een tekst over hoop: “Hopen is toch blijven leven in de vertwijfeling en toch blijven zingen in het duister”. Je kunt aan vertwijfeling of duisternis ten onder gaan, óf proberen je te weer te stellen, al is het maar door het uit te zitten, in het geloof dat het negatieve niet het laatste woord heeft.
Dat geloof is natuurlijk essentieel. Ik denk dan aan de mooie beeldspraak van Etty Hillesum: “Binnen in me zit een hele diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij, maar vaker liggen er stenen en gruis voor de put”. Dan is het puinruimen geblazen. Niet alleen bij haarzelf, want Hillesum schrijft ook nog, “ik wil eraan meewerken jou op te graven in de geteisterde harten van anderen”. Immers, niemand leeft voor zichzelf. Vanuit die geloofsovertuiging kan iedereen woekeren met de eigen evangelische talenten: wees vrij en maak vrij, heb hoop en verspreid hoop, wees blij en maak blij.
Gaudete. Wie over dat talent beschikt doet er goed aan om vreugde te verspreiden, want zij is weldadig en aanstekelijk. Als vreugde en hoop het in ons begeven, zouden onze ziel en geest baat hebben bij een noodpakket. Denk eens na wat je daar in zou stoppen. Welke parabel in de evangelieteksten komt in aanmerking of misschien een passage uit het Oude Testament? Welke foto of brief van een dierbare is voor jou verheffend? Is er muziek, een gedicht waar je je aan optrekt, de afbeelding van een kunstwerk of van je ouderlijk huis? Een veertje, een steen, een bloem? Welke herinneringen gaan mee?
Gaudete gaat over doorleefde, bezielde vreugde. Het is geen escapisme of de kop in het zand steken. Het is juist een vreugde met aandacht. In hele penibele omstandigheden schreef Etty Hillesum:
“Ik werk en leef door met dezelfde overtuiging en vind het leven zinrijk, tóch zinrijk, al durf ik dat nauwelijks meer in gezelschap te zeggen. Het leven en het sterven, het lijden en de vreugde, de blaren van de kapotgelopen voeten en de jasmijn achter het huis, de ontelbare wreedheden, alles is in me als één krachtig geheel en ik aanvaard alles als één geheel”.
Tezelfdertijd schreef Dietrich Bonhoeffer in Duitsland, in de gevangenis (vrij vertaald): “Bij God woont de vreugde. Van God daalt ze af en vervult geest, ziel en lichaam. Waar deze vreugde een mens eenmaal heeft aangeraakt, daar grijpt zij om zich heen, sleept anderen mee, breekt gesloten deuren open”. Het is dus een vreugde vol kracht, en dat niet alleen: zij heeft weet van verdriet, nood en angst die in een mensenhart kunnen wonen. Om deze doorleefde vreugde gaat het, aldus Bonhoeffer:
“Het is een vreugde die de bestaande nood niet ontkent, maar midden in de nood, juist in de nood, God vindt. Een vreugde die zich bewust is van de ernst van het kwade, maar juist zo de vergeving vindt; zij ziet de dood onder ogen, en vindt juist zo het leven (..) Zij is geloofwaardig, zij helpt en geneest”.
Vreugde past bij de stemming van het feest waarnaar we op weg zijn. Het is goed ons daar op te richten en het de ruimte te geven die het toekomt. We zijn op weg om het goddelijk kind te zien, laten we ons klaarmaken voor die vreugdevolle, bevrijdende ontmoeting en daar ook hoop uit putten.