Zondag 11 juli 2021

15de Zondag Jaar B
Zondag 11 juli 2021
Voorganger: pater Ton Zwart msc

Lezingen:
Amos 2, 12-15
Efeziërs 1,3-14
Marcus 6,7-13

Overweging

De profeet Amos, de voorvechter van de armen en verdrukten, heeft het niet gemakkelijk. Eigenlijk aarzel ik om hem profeet te noemen, omdat hij dat zelf ook niet doet. Blijkbaar had je in zijn tijd professionele profeten, mensen die tegen betaling je konden vertellen wat je het beste kon doen. Amos ontkent juist een broodprofeet te zijn. Hij is iets heel anders. Hij is een veehoeder en vijgenkweker en, op een of andere manier toen hij dat nog was, heeft hij een stem gehoord of een visioen gehad, die hem opriep om naar het noorden te vertrekken en daar het onrecht aan te klagen.

Amos neemt geen blad voor de mond. De handelaren krijgen ervan langs, omdat ze met hun gewichten knoeien. De oudsten die recht moeten spreken krijgen ervan langs, omdat ze het recht ontkracht hebben. En wat Amos nog het meeste dwars zit, is dat volksgenoten worden gekocht en verkocht en dat voor een spotprijsje: hij noemt een paar sandalen.

Het is ‘godgeklaagd’ zou je zeggen en zo voelt Amos het ook. Hij houdt zijn tirades in Betel, wat huis van God betekent. Koning Jeroboam had daar na de afscheiding van het Zuidrijk een tempel laten bouwen. Hij wilde namelijk niet dat zijn onderdanen naar Jeruzalem bleven gaan om daar hun offers te brengen. Dat was nu het Zuidrijk, Nee, ze moesten trouw blijven aan Jeroboam en hij zorgde dus voor een heiligdom in Betel.

Met de priesters van het heiligdom raakt Amos in conflict. Het gaat om een zekere Amasja die Amos te verstaan geeft, dat hij als zuiderling beter uit het noorden kan verdwijnen. Het dreigement is duidelijk: de koning van het Noordrijk is hier de baas en jij hebt hier niets te vertellen. Hoe dit conflict afloopt wordt ons niet verteld, maar wat wel duidelijk is, is dat Amos zich niet laat intimideren en aan zijn boodschap blijft vasthouden. Hij spreekt namens de Heer, de God van hemel en aarde, en hij laat zich niet tot zwijgen brengen.

Het is gevaarlijk een profeet te zijn Het is gevaarlijk om met een tegendraadse boodschap te komen. Een tegendraadse boodschap zit ook in het evangelie van vandaag. De twaalf apostelen worden er twee aan twee op uit gestuurd. Ze gaan dan op pad en dan staat er: “Zij vertrokken om te prediken  dat men zich moest bekeren.
Zij dreven veel duivels uit, zalfden veel zieken met olie en genazen hen”. Misschien spreken we te gemakkelijk over de Blijde Boodschap en dan kun je denken aan die duivel uitdrijvingen en ziekengenezingen die vermeld worden. Maar het eerste punt van de boodschap is toch, dat men zich moet bekeren.  En bekeren is nooit leuk. Het vereist allereerst de erkenning dat je fout zit, dat je verkeerd bezig bent, dat je moet veranderen, anders moet gaan leven. Als je dat doet, zal het goed met je aflopen. De Blijde Boodschap is een belofte, dat het allemaal goed komt, op voorwaarde dat je je bekeert. En die voorwaarde doet pijn.

De apostelen krijgen te horen dat ze niets mee moeten nemen, geen eten, geen geld en geen extra kleren. Ze hoeven niet op blote voeten te lopen, ze mogen sandalen dragen. En ze mogen een stok meenemen, een wandelstok misschien, handig in heuvelachtig land, of een stok om zich te beschermen tegen wilde dieren. In feite komen ze met lege handen en maken ze zich afhankelijk van de gastvrijheid van de mensen in de dorpen en steden die ze bezoeken. Waarom geeft Jezus hun deze gedragregels mee? Wat is er de bedoeling van? Het evangelie geeft geen uitleg, we worden dus zelf aan het denken gezet.

Een uitleg die ik zelf de nodige keren verkondigd heb  is deze: de apostelen moeten maar aan één ding denken, ze zijn gezondenen en ze moeten zich volledig op hun zending concentreren. Ze mogen zich niet laten afleiden door wat wij de allereerste levensbehoeften noemen, eten en drinken, kleren en wat geld om zich in moeilijke  omstandigheden te kunnen redden . Ze moeten in hun gedrag duidelijk maken dat de allereerste levensbehoefte toch dieper gaat dan de zorg voor hun lichaam. Wat allereerst noodzakelijk is, is bekering:  je relaties moeten goed zijn, je relatie met God, je relatie met de mensen om je heen, je relatie met de Godgegeven wereld. Dat is belangrijker dan eten en drinken, kleding en geld.

Deze uitleg kan heel goed de juiste zijn. Toch zijn er nog andere mogelijk. En één daarvan houdt verband met die tegendraadse kant van de boodschap, die oproep tot bekering, die gemakkelijk bij mensen verkeerd kan vallen.  Oproepen tot bekering, zeker als je met voorbeelden gaat  werken van wat verkeerd gedaan wordt, zoals Amos dat deed, kan gemakkelijk tot vijandigheid leiden, dat mensen zich tegen je keren, je wegjagen of nog erger je doden, zoals Jezus dit heeft ondervonden. Dan met lege handen komen heeft iets ontwapenends: kijk ik ben niet gevaarlijk, ik ben geen bedreiging voor jullie, ik heb helemaal niets waarmee ik jullie kwaad kan doen. Ik heb alleen maar woorden, meer niet en het is aan jullie om er naar te luisteren of niet. Geen enkele dwang, alleen maar uitnodiging, alleen maar vragen om een luisterend oor. Een moeilijke boodschap moet je niet moeilijker maken door die met machtsmiddelen op te leggen.

Profeten moeten rekening houden met afwijzing. Hun boodschap, als die ernstig genomen wordt, snijdt er behoorlijk in.  Hebben we zulke profeten nog vandaag de dag? Na de gebeurtenis van de afgelopen week, kan ik alleen maar denken aan misdaadjournalist Peter R. de Vries, die is neergeschoten omdat hij de georganiseerde misdaad, niet met rust liet, zich niet liet intimideren door bedreigingen en door ging met steun en toeverlaat te zijn van slachtoffers en hun nabestaanden, vertrouwenspersoon van getuigen tegen gevaarlijke criminelen, een onverschrokken man. Waar haalde hij de moed vandaan? Hij zegt er zelf van: dat hij “niet in de spiegel zou kunnen kijken, als hij maar opzij keek”. De slachtoffers van misdaden kon hij niet vergeten, de nabestaanden niet, die recht nodig hadden als troost in hun lijden en verdriet.

Veel bloemen werden gelegd op de plaats waar hij neergeschoten was. Veel mensen legden er ook een briefje bij en verslaggevers vroegen mensen wat ze erop geschreven hadden. Eén vrouw zei: “Het woord is niet stil te houden met een kogel”. Ik weet helemaal niet of Peter R. de Vries een gelovig man is en, als hij dat wel is, of hij tot een kerkgenootschap behoort.  Het doet er ook niet toe. We mogen in hem sporen van God ontdekken. God laat zich namelijk niet opsluiten in een gebouw en ook niet in een kerkgenootschap of in een bepaalde godsdienst. God kent geen begrenzingen en kan op vele wijzen van zich laten horen. Peter R. de Vries volgde zijn geweten, hij kon zich niet bij het kwaad van de misdaad neerleggen. Het recht moest zegevieren en daarvoor was hij bereid risico te lopen. Gelovig of niet gelovig, hij heeft in ieder geval in Gods geest gehandeld.

Peter R. de Vries is een journalist, een misdaadjournalist, maar toch een journalist. Wij kunnen wel eens moeite hebben met journalisten, omdat we het gevoel hebben dat ze religie te negatief benaderen, bevooroordeeld zijn of overdreven kritisch. Dat kan zo zijn. Aan de andere kant hebben we journalisten nodig om ons te wijzen op de slachtoffers van criminele activiteiten die om recht schreeuwen en het vaak niet krijgen omdat er onvoldoende bewijzen zijn en getuigen bang zijn om naar voren te komen.  We hebben onverschrokken journalisten nodig die stug blijven zoeken naar de  waarheid en die niet aarzelen hun onderzoeksresultaten te publiceren, of dat nu gevaarlijk is of niet.

Zulke moderne profeten moeten we hoog houden en ondersteunen zoveel we maar kunnen.  In hun geweten, in hun zoeken naar de waarheid, in hun opkomen voor  de slachtoffers en hun nabestaanden breekt een goddelijke stem door.

Amen.

Leave a comment