Notre Dame kapel, zondag 16 februari 2025. (A.Egging msc).
Lezingen: Jeremia 17, 5-8 / tussenzang I Korintiërs 15, 12 en 16-20 / evangelie Lukas 6, 17 en 20-26.
Welkom in deze zondagse eucharistieviering die als thema heeft “Vertrouw op de Heer”. Vandaag wordt ons voorgehouden om moedig in het leven te staan en je niet mee laten zuigen met degenen die het kwade voor ogen hebben. Die enkel en alleen op eigen geluk uit zijn. In tegendeel, dat we het goede blijven nastreven. Daarbij zo nodig bereid zijn beproevingen te doorstaan en niet de gemakkelijkste weg zoeken. Niet voor niets bestaat de tussenzang uit de allereerste psalm die ons veel goede raad geeft. We worden daar aangespoord om ons in te spannen en “op de Heer te vertrouwen”. Deze psalm is niet enkel bedoeld als overdenking, maar geeft ook aanwijzingen. ‘Hoop’ en ‘Vertrouwen’ staan niet los van elkaar; Ze horen bij elkaar en vullen elkaar aan. Ze zijn voor een gelovige een steun in het aardse leven. Hoop en vertrouwen zijn dus geen abstracte begrippen, maar juist heel concreet voelbaar! En… samen vormen ze daarom een innerlijke kracht om hoopvol te kunnen ‘vertrouwen op de Heer’. Dit ‘vertrouwen’ straalt positiviteit uit en zal niet beschamen. We worden zo geactiveerd/geprikkeld om risico en verantwoording te durven nemen. Vertrouwen schenken is geen passieve berusting, geen overgave aan een levenslot. Laten we vandaag goed naar de lezingen luisteren; Wat kunnen we hiervan leren, aan welke kant staan we zelf, vertrouwen we voldoende op de Heer?
Homilie
In de eerste lezing gaat het over twee levenshoudingen, die zich op een tegenovergestelde manieren uiten. Enerzijds zijn er mensen die zozeer op de zichzelf vertrouwen en alleen zichzelf bekwaam achten dat ze ieder ander potentieel als een vijand zien. En tegen zo’n tegenstander moet men tonen sterk te zijn en vol wantrouwen. Door dit wantrouwen keren ze hun hart ook van God af. Daartegenover staan degenen die hun levenswijze door medemenselijkheid en liefde laten inspireren en motiveren en juist wèl op God vertrouwen en hiermee meewerken aan het Rijk Gods op aarde. Wat men zaait zal men ook oogsten. Al wat de mens ten goede of ten kwade denkt of doet, geeft richting en betekenis aan zijn leven. Ten tijde van de eerste christenen -zoals tegenwoordig ook het geval is- was er in de maatschappij een grote kloof tussen arm en rijk. Ja, tussen mensen in materiële nood die zich nauwelijks of niet in eigen levensonderhoud kunnen voorzien en anderzijds bevoorrechten die in overvloed leven. Zelf in welvaart leven kan ertoe leiden gemakkelijk blind te worden voor het leed van anderen. Veel tijdgenoten van Jezus beschouwden over het algemeen armoede en leed als een straf van God. En rijkdom werd daarom door hen vaak gezien als een zegen. Nadat Jezus van de berg naar de vlakte was afgedaald, waar hij zich in meditatie teruggetrokken had en waar hij zijn leerlingen uitgekozen had, sprak Jezus de verzamelde menigte toe met de ons welbekende zaligsprekingen. Op een scherpe toon neemt Jezus het op voor de armen, de onderdrukten en vooral voor al degenen die lijden. Hij geneest zieken alom. Jezus kijkt de mensen niet naar de ogen m.a.w. het maakt hem niet uit wie hij voor zich heeft, want iedere mens is belangrijk en waardevol. Lucas schrijft nog over Jezus dat hij zelfs ook met hoeren en tollenaars aan tafel gaat. Ze zijn immers allemaal kinderen van de hemelse Vader. ‘Opkomen voor gerechtigheid’ daar is moed voor nodig, zeker als dat tegen een algemene opinie indruist en mensen tegen de haren instrijkt. Dit doet ons denken aan de protestbrief van paus Franciscus gericht tot de bisschoppen in de Verenigde Staten, maar via hen ook voor ons bestemd. De paus protesteert daarin o.a. tegen het stopzetten van buitenlandse hulp aan mensen in levensbedreigende situaties. Het heeft er de schijn van dat kwetsbare en armen van buitenlandse afkomst niet echt in de Amerikaanse politiek meetellen en alleen maar als een last worden aangevoeld. Ze leveren immers niets op en met hen is geen deal te maken. Ook veroordeelt de paus het ‘demoniseren als criminelen’ van mensen die in een zwakke maatschappelijke positie verkeren. Dit alles sluit aan op het z.g. presidentiële decreet met een oproep is tot massadeportaties van weerloze vluchtelingen die juist hoopten op een betere en veilige toekomst in de USA. We zijn het ongetwijfeld met paus Franciscus eens dat dit een mensonwaardige, een niet christelijke, bejegening is. Helaas lijkt het meer en meer een tendens te worden in het hedendaagse maatschappelijk leven waar het eigen belang primair gesteld wordt. Ja, wereldwijd ook buiten Amerika, wint dit inzicht aan terrein. Niet ‘vertrouwen’, maar het ‘wantrouwen’ wordt nu maatstaf voor de omgang met elkaar. Een leven waarin er nauwelijks plaats over is voor naastenliefde, verhardt en dáár is geen plaats meer voor God! Het is goed dat paus Franciscus ons hier attent op maakt en duidelijk zijn stem verheft. Het is immers onze christelijke opdracht de kloof tussen arm en rijk proberen te overbruggen. Het is een oproep aan de rijke, welgestelde mens om zijn maatschappelijke positie niet enkel te beschouwen als het resultaat van eigen verdienste of als een gelegenheid een machtspositie te rechtvaardigen. In tegendeel rijkdom en voorspoed is een geschenk, een genadegift. Als we dit echt beseffen voelen we het als een voorrecht mee te mogen werken onze wereld evenwichtiger en daarmee ook veiliger en betrouwbaarder te maken. Vrede en tevredenheid schenkt een diep geluksgevoel. Het is Christus zelf die ons erop wijst dat het voor een rijke heel moeilijk is om het leven van een arme, of van een anderszins kwetsbare, echt te verstaan en onvoorwaardelijke goede hulp te bieden. Voor een vermogend iemand met macht is de verleiding van zelfoverschatting groot of anders gezegd ‘de duivel ligt bij hem voortdurend op de loer zijn geweten te sussen’! Naast de zaligsprekingen past daarom ook een bijbels meervoudig ‘wee’, harde woorden. Zij die menen dat alles en iedereen met geld omgekocht kan worden, zullen van de weldaden van het Gods Rijk uitgesloten zijn.
Anders is het wanneer iemand bereid is een deel van zijn eigen overvloed aan de armen ter beschikking stellen en hen vooral niet neerbuigend te behandelen. Helaas zijn veel rijken er niet vanzelfsprekend toe geneigd zich om armen te bekommeren. Veelal uit angst er dan zelf op achteruit te gaan of een machtspositie, prestige te verliezen. Zijn dit zaken uit een heidens verleden? Nee, we herkennen dit in de huidige wereldsituatie. Ja, hoe een kleine groep steenrijke mensen, de z.g. Oligarchen, die, uit op eigen winstbelang, het lot van anderen willen blijven bepalen. Het doet er gewoon niet toe of dit nu in Rusland is, in Amerika of ook bij ons in West-Europa! Soms worden politieke middelen aangewend om nog meer invloed, macht en rijkdom te verwerven. En hierbij kolen op het vuur doen door angst te zaaien! Gewetenloos, met allerlei manipulaties kunnen mensen opgehitst worden wat leidt tot een oorlog waar onschuldige bloed vergoten wordt. Het leven van een individu telt dan niet meer mee. We zien het heel duidelijk in Oost Europa.
In de tussenzang wordt heel duidelijk weergegeven wat wel belangrijk is: ”Gelukkig is de man, die op de Heer zijn hoop stelt. Gelukkig de man die weigert te doen wat goddelozen hem aanraden”. Zouden er geen zaligsprekingen zijn dan zou de evangelische boodschap van vandaag wel heel erg somber klinken. Inderdaad het is het niet realistisch om de gevaren van deze tijd niet te benoemen, maar belangrijker is de positieve boodschap. Uiteindelijk is het een blijde boodschap van hoop, die overeenstemt met het thema van dit jubeljaar: we mogen hoopvol als pelgrims op weg gaan. Zonder wantrouwen, maar in tegendeel blijven hopen en vertrouwen op God. Niet afwachtend, maar op een positieve wijze samen te bouwen aan Gods Rijk op aarde. Amen.