Zondag 18 juli 2021

16e Zondag door het jaar
Voorganger: pater Pieter Rozemeijer msc

Lezingen:
Jer. 23,1-6
antw.-psalm ps.23
Ef. 2,13-18
Mc.6,30-24.

Overweging:

Gewoon uit eigenbelang moeten Nederlandse werkgevers hun Oost-Europese werknemers goed betalen en goed behandelen, anders komt er niemand meer om hun appelen, peren, pruimen, kersen, groente te oogsten, want in eigen land of elders verdienen ze meer.

Medegelovigen, waarom ik met deze mededeling voor land- en tuinbouw begin? Omdat het nuttig is en omdat Jezus Zich zojuist een voorbeeldige werkgever toonde. Verleden zondag nog hebben we gehoord hoe Jezus zijn leerlingen op stage stuurde, twee aan twee, om in de dorpen in de omtrek onderricht te geven in zijn leer, in zijn goede Geest en daarom de kwade geesten uit te drijven. Dat was best wel een spannende periode voor hen. Dan noemt Marcus hen voor het eerste “Apostelen”, dwz. ‘uitgezondenen’, toch wel een soort promotie. Jezus vond dat ze eerst maar eens op verhaal moesten komen. Hij zei: “Komt nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en wat uit te rusten”. Dat deed Hijzelf wel meer, maar tot nog toe zonder zijn leerlingen. Heel slim gingen ze met een boot; waren ze in een keer af van al dat volk; want zo staat er “wegens de talrijke gaande en komende mensen hadden ze zelfs geen tijd om te eten”. Helaas was dat favoriete plekje van Jezus bij de mensen al bekend. Toen Hij dan ook met de leerlingen aan land ging, stroomde er weer een grote menigte bijeen! Weg vrije tijd…weg rust!

Een normaal mens zou verstoord het roer hebben omgegooid en rechtsomkeer hebben gemaakt. Zo niet Jezus. Marcus gebruikt hier woorden die we zouden kunnen vertalen met: zijn maag kromp ineen. Hij werd misselijk van medelijden. Zo erg vond hij de toestand van deze mensen, want ze waren als schapen zonder herder. Hij werd er onpasselijk van! En, staat er, Hij begon hen uitvoerig te onderrichten. Niks geen vijf-minuten-preekje! Nee, “uitvoerig” staat er “uitvoerig begon Hij hen te onderrichten”.

Medegelovigen. Zò is in die Jezus van Nazareth God’s belofte vervuld, de belofte waarvan we hoorden in de eerste lezing. “Zèlf” zegt God daar, “Zèlf breng Ik de overgebleven schapen bijeen. Ik breng ze terug naar hun weiden. Ze worden weer vruchtbaar en talrijk”.

Medegelovigen, kan dit ook nog voor ons een Blijde Boodschap zijn? Voor ons in deze tijd van enorme vooruitgang in techniek, met onze kennis van de wereld achter de sterkste microscopen en de wereld achter de sterkste telescopen. Door de vooruitgang in de wetenschap kunnen we ons van God steeds minder een voorstelling maken. Hij is te anders, te groots en te ingewikkeld in zijn scheppen…

Maar die ons onvoorstelbare God heeft Zich juist uitgeput om Zich aan ons bekend te maken o.a. door zijn profeten als een Jeremia vandaag. Vandaag stelt Hij Zich ook voor als een Gòede Herder, die wèl voor zijn schapen zorgt. Vooral heeft God Zich in Jezus van Nazareth bekend gemaakt, wie Hij in het diepst van zijn Hart voor ons is! Jezus pakt het beeld van de goede herder over van Jeremia. In dat kader zei Hij eens dat Hij de deur is van de schapen (Jo. 10). Dat moet u zich eens goed voorstellen hoe echte herders dat deden: Jezus dus als de deur van zijn schapen, wijdbeens staande in de opening van de stal. Hoe Hij een voor een de schapen onder Zich laat passeren, elk noemend bij de naam en met hen pratend zodat ze zijn stem kunnen herkennen, uitgebreid de tijd nemend om de vacht te doorzoeken en de kop en poten op eventuele parasyten, wonden of ziekten. Nu, zò wil God voor ieder van ons zijn.

Op een of andere manier kan God ons, net als de herder zijn schapen,niet sparen voor doornen, ziekten, virussen, waternoodsrampen, moordpartijen… maar… Hij ìs er… voor ons!.. Zoals de dichter van de antwoordpsalm van vandaag zingt:

“Al moet ik door donkere kloven, ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt. Het Huis van de Heer zal mijn woning zijn voor alle komende tijden”.

Deze troostende woorden mogen wij geloven… als we willen.

Leave a comment