Begin gebedsweek Eenheid. Door Hans Kwakman
Tijdens de Week van Gebed voor de eenheid van christelijke kerken herdenken wij dit jaar ook het feit dat zeventienhonderd jaar geleden, in het jaar 325, christenen bij elkaar kwamen op een algemene kerkvergadering tijdens het concilie van Nicea. Nog maar kort daarvoor waren de Christenen in het Romeinse Rijk vervolgd. Nu konden zij onder de bescherming van keizer Constantijn bijeenkomen om te spreken over zaken, die de hele kerk aangingen. Zo’n 300 bisschoppen, priesters en diakens kwamen samen om met elkaar van gedachten te wisselen over de vraag wie Jezus eigenlijk is. Een gedeelte van de aanwezigen hield zich aan de leer van de apostelen, dat Jezus werkelijk Gods Zoon is, de menselijke openbaring van God met ons. Anderen volgden de leer van een zekere Arius, een geleerde priester, die verkondigde dat Jezus niet God de Zoon was, maar een uitzonderlijk mens. De besprekingen verliepen niet altijd even rustig. Onder de aanwezigen bevonden zich ook de priester Arius én bisschop Nicolaas, onze eigen Sint Nicolaas of Sinterklaas. Nicolaas was in die tijd bisschop van Myra, een stad in Turkije en Nicea, het huidige İznik, lag ook in Turkije. Nicolaas was een fervent tegenstander van Arius en in een verhit debat werd hij zo kwaad, dat hij Arius een klap in zijn gezicht gaf. Nicolaas werd daarom een nacht in de gevangenis gezet om af te koelen.
Om twee redenen is het voor ons belangrijk om het Concilie van Nicea te herdenken. Net als nu heerste er ook in de vierde eeuw grote verdeeldheid onder de christenen. Daarom kwamen uit alle hoeken van de toenmalige wereld vertegenwoordigers van geloofsgemeenschappen bij elkaar om te proberen hun tegenstellingen te overbruggen. Het is voor ons goed te beseffen, dat wij behoren tot een wereldkerk, die honderden jaren oud is, een kerk, waarin al eeuwen lang allerlei richtingen van geloof en cultuur naar eenheid zoeken. Het concilie van Nicea was een van de eerste algemene synodes. De protestantse kerken kennen hun synodes, en ook de Rooms Katholieke kerk kent al eeuwenlang concilies en synodes. Paus Franciscus heeft de laatste drie jaar zelfs alle gelovigen opgeroepen om deel te nemen aan plaatselijke synodes in hun parochie of bisdom. Het gaat er bij synodes om, om eerst goed naar elkaar te luisteren, ruimte te geven aan stilte en gebed en ons af te vragen wat we van de anderen kunnen leren. Zo proberen wij te begrijpen wat Gods Geest ons wil zeggen en zoeken wij samen naar eenheid in verscheidenheid. De eerste Synode had al plaats, toen de eerste christenen in Jerusalem bijeenkwamen om samen met de apostelen Petrus en Paulus te bespreken hoe de kerk open te stellen voor niet-joden.
Maar er is een andere belangrijke reden om het Concilie van Nicea te herdenken. De geloofsbelijdenis van Nicea wordt namelijk aanvaard door alle christelijke gemeenschappen: door Katholieken, Orthodoxen, Lutheranen, Calvinisten, Anglicanen. Dus als wij ooit tot eenheid kunnen komen – eenheid in verscheidenheid – vormt deze geloofsbelijdenis de basis. Toen en nu gaat het om de vraag: wie is Jezus voor ons? Die vraag is heel belangrijk, want ook nu zien veel mensen, net als Arius, Jezus als een uitzonderlijk mens, een wijze godsdienstleraar. Zij stellen hem op een lijn met mensen als Mohammed of Boeddha of vergelijken hem met wijze mensen van onze tijd zoals Nelson Mandela of Martin Luther King. “Jesus Christ Superstar.” De vraag is of Jezus werkelijk de openbaring is van God zelf onder ons. Is God door en in Jezus Christus werkelijk één met ons geworden of is God voor ons altijd verborgen gebleven? Is God de God van “er zal wel iets” zijn, of God, die in Jezus Christus de Verrezen Heer liefdevol aanwezig is in ons leven van iedere dag en die meetrekt in de geschiedenis van de mensheid. Heeft God ons via een aantal wijze mensen alleen maar goede raad gegeven, terwijl hij ons verder aan ons lot overlaat, of is hij God die door Jezus Christus deelt in onze zorgen en meelijdt met mensen die lijden? De geloofsbelijdenis van Nicea gebruikt de taal van de vierde eeuw. Jezus Christus is God uit God, Licht uit Licht, geboren niet geschapen. Maar zij wil in feite zeggen dat God liefde is. Dat God één is in een liefdesrelatie van Vader, Zoon en Heilige Geest. Dat God door de Geest leeft in ons hart en ons in staat stelt elkaar lief te hebben.
Teksten van de Week van Gebed voor de Eenheid van de Christenen van dit jaar verwijzen naar het gesprek, dat Jezus met Martha voerde toen haar broer Lazarus overleden was. Jezus zei haar: “Wie in mij gelooft zal leven, ook al sterft hij. Geloof je dit?” (Johannes 11:26). Waarop Martha volmondig antwoordde: “Ja, ik geloof.” Wij bidden nu samen de geloofsbelijdenis van Nicea. Kunnen ook wij de vraag van Jezus “Geloof je dit?” van harte beantwoorden met “Ja ik geloof”? *
Geloofsbelijdenis van Nicea – Constantinopel
Ik geloof in één God, de almachtige Vader,
Schepper van hemel en aarde,
van al wat zichtbaar en onzichtbaar is.
En in één Heer, Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God,
vóór alle tijden geboren uit de Vader.
God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God.
Geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader,
en door wie alles geschapen is.
Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil
uit de hemel neergedaald.
Hij heeft het vlees aangenomen
door de heilige Geest uit de Maagd Maria
en is mens geworden.
Hij werd voor ons gekruisigd,
Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven.
Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften.
Hij is opgevaren ten hemel: zit aan de rechterhand van de Vader.
Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden
en aan zijn rijk komt geen einde.
Ik geloof in de heilige Geest, die Heer is en het leven geeft
die voortkomt uit de Vader en de Zoon;
die met de Vader en de Zoon
tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt;
die gesproken heeft door de profeten.
Ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische kerk.
Ik belijd één doopsel tot vergeving van de zonden.
Ik verwacht de opstanding van de doden
en het leven van het komend rijk.
Amen.