Preek 2 april 2026. Witte Donderdag

Overweging op Witte Donderdag 2026. Door Ton Zwart msc

We zijn het op Palmzondag al tegengekomen, een dubbelheid: aan de ene kant triomf, een jubelende intocht in Jeruzalem en aan de andere kant verguizing. Jezus wordt Jeruzalem uitgezet om buiten de muren gekruisigd te worden. Het positieve en het negatieve liggen in elkaars verlengde.
Iets dergelijks is er vandaag ook aan de hand in de viering van het Laatste Avondmaal, in de viering van het brood en de wijn. Brood, het is voedsel, brood moet kracht en gezondheid geven, brood moet vermoeidheid wegnemen en weer in staat stellen om op weg te gaan. Maar het brood in de Eucharistie is brood dat gebroken wordt, het is brood dat zijn heelheid verliest en als het ware stuk wordt gemaakt.
Het is al niet beter met de wijn. Wijn in de Bijbel staat voor vreugde, wijn maakt mensen blij. Wijn wordt gedronken om met elkaar feest te vieren en een ongedwongen samenzijn te beleven. Maar de wijn in de Eucharistie wordt vergoten genoemd. Het is niet de wijn die de feestvreugde verhoogt maar jammer genoeg verloren gaat. Het wordt vergoten, als het ware weggegooid.
Het perspectief is hier de lijdende Jezus. Brood en wijn worden vanuit zijn standpunt bekeken. Hij is degene die gebroken wordt. Hij is het brood dat in stukken wordt verdeeld. Hij is de wijn die vergoten wordt. Hij is degene die afgewezen wordt en ter dood wordt gebracht.
Zo bezien overheerst het negatieve en lijkt het positieve verdwenen. Hoe het positieve weer terug te brengen? Dat vertelt ons het verhaal van de voetwassing. Het is verhaal van de Heer en Meester die zich als een dienaar, sterker nog als slaaf, gedraagt. Jezus noemt zichzelf heel duidelijk Heer en Meester. De leerlingen zeggen dat terecht en Jezus beaamt het. Hij is inderdaad Heer en Meester. En toch is hij degene die de voeten van zijn leerlingen, zijn ondergeschikten, wast. En dat doet hij niet om even de rollen om te keren, een soort rollenspel. Nee, hij doet dat als Meester om zijn leerlingen een wezenlijke les te leren. Zo en niet anders moeten zij met elkaar omgaan.
Het is een les die bij Petrus hard aankwam, moeilijk te accepteren. Petrus zou wel eens niet de enige kunnen zijn. De spiritualiteit van de voetwassing is geen gemakkelijke. Het betekent dat geen taak, geen werkje, te min voor je is. Het betekent dat je je richt op wat de ander nodig heeft en je daarvoor inzet, of het nu prettig is of niet, of het nu bij je opleiding past of niet, of het nu bij je kwaliteiten past of niet, of het nu bij je status past of niet. Je kijkt alleen naar wat de ander nodig heeft en de rest is onbelangrijk.
Menselijke relaties verworden vaak tot machtsspelletjes. De spiritualiteit van de voetwassing is precies het tegenovergestelde. Het gaat niet om bevestiging van macht, van eer of van status, het gaat alleen om het welzijn van de anderen en daar alles voor over hebben.
Jezus kon dat en daarom is zijn gebroken brood echt voedsel, levengevend voedsel. Juist omdat het gebroken is dient het ons welzijn. En zijn wijn kan blij maken, juist omdat het vergoten is. Hij houdt het niet voor zichzelf, maar is bereid het geheel en al weg te schenken aan ons.
De spiritualiteit van de voetwassing. Het is een uitdaging die nooit ophoudt, die in iedere levensfase en in iedere levenssituatie terugkeert. We zijn er nooit mee klaar.

Leave a comment