Joh 20 1-9 Paasevangelie 2025. Door Hans Kwakman msc
De eerste Paasboodschap ontvangen wij via het lege graf. Maria Magdalena was het eerst getuige van het lege graf en vertelde het aan Petrus en een andere leerling. Wij mogen wel aannemen dat die andere leerling de schrijver van het Johannes evangelie was. Met Petrus rende hij naar het graf, zag de lakens liggen waarin Jezus was begraven en, zo staat er: hij geloofde, dat Jezus uit de doden was opgestaan. Niemand zag de verrijzenis gebeuren. Bij de verrijzenis van Jezus ging het niet om de reanimatie van een lijk, zoals bij de opwekking van het dochtertje van Jaïrus of van de jongeman uit Naim, of van Lazarus in Bethanië. In het geval van Lazarus riep Jezus: “Lazarus, kom naar buiten” (Joh 11: 43) en alle omstanders waren er getuigen van, hoe Lazarus het graf verliet. Deze drie personen zijn naderhand weer gestorven. Jezus echter is het nieuwe leven binnengegaan, “leven in overvloed”, zoals Johannes dat omschrijft. Het nieuwe leven waar wij allemaal naar uitzien. In zijn bief aan de Korintiërs probeert Paulus ons uit te leggen wat er bij de verrijzenis gebeurt: Hij schrijft: “Wat in vergankelijke vorm wordt gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt. … Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt” (1 Kor 15: 42-44). Een geestelijk lichaam. Hoe moeten we ons dat voorstellen? De evangelieverhalen vertellen ons hoe Jezus verschijnt. In sommige verschijningsverhalen wordt beklemtoond dat Hij, die verschijnt, meteen herkend werd als Jezus van Nazareth, de gekruisigde. In de eerste lezing, die wij zojuist gehoord hebben, roept Petrus uit: wij hebben met Hem gegeten en gedronken, nadat Hij uit de doden is opgestaan! In andere verschijningsverhalen blijken de leerlingen Jezus niet te herkennen. Aan Maria Magdalena verschijnt Jezus als een tuinman, aan andere leerlingen als een visser aan het meer van Galilea. De leerlingen op weg naar Emmaus ontmoeten Hem als een vreemdeling: Lucas vertelt ons dat hun blik vertroebeld werd, zodat zij hem niet herkenden. Maar de grote verandering die de Verrijzenis teweeg heeft gebracht voltrekt zich in de persoon van Jezus, zijn menselijke persoonlijkheid is veranderd. Toen Jezus nog door Galilea en Judea trok, is Hij ten opzichte van de mensen, die hem om hulp vroegen, altijd vol begrip en mededogen. Maar in zijn omgang met zijn leerlingen ergert Hij zich vaak mateloos aan hun hardleersheid en dan maakt hij hen scherpe verwijten. Zo verzucht Hij volgens de evangelist Markus: “Hebben jullie het nog altijd niet door? Missen jullie dan elk begrip? Zijn jullie dan stekeblind? Jullie hebben toch ogen, zie je dan niet? En oren, hoor je dan niet?” (Marcus 8: 17-18). Maar na de Verrijzenis is Jezus een totaal ander mens geworden. Johannes beschrijft hoe Jezus op Paasdag aan zijn leerlingen verschijnt. Hij toont hen dan de wonden in zijn handen en voeten en zijn doorboorde hart, maar Hij maakt zijn leerlingen geen enkel verwijt. Bijna alle leerlingen hebben Hem op zijn lijdensweg in de steek gelaten. Geen van hen heeft hem verdedigd. Petrus heeft hem verloochend. Maar op de dag van zijn Verrijzenis begroet Hij zijn leerlingen tot twee maal toe met de woorden: “Ik wens jullie vrede,” (Joh 20:19 en 21). Geen woord over hun lafhartigheid en ontrouw. Jezus van Nazareth is een nieuwe mens geworden. Een geestelijk mens, zoals Paulus zegt. Als mens is Hij totaal in bezit genomen door de Geest, de Geest van liefde. Die Geest van liefde en vergeving ademt Hij uit over zijn leerlingen en Hij geeft hen een zending om zonden te vergeven. De leerlingen worden niet uitgezonden om een leer te verkondigen, maar om mensen met elkaar te verzoenen, om vrede te stichten. “Als je iemand zijn zonden vergeeft, zijn ze vergeven” (Joh 20:21). Elkaar vergeven, 70 maal 7 keer, dat is voor Jezus de deur naar een nieuwe wereld. De nieuwe wereld waarin Hij nu zelf is binnengegaan en waarin Hij ons welkom wil heten. Ook wij ontvangen steeds weer diezelfde Geest van Liefde in ons hart, ook in deze Eucharistieviering, als wij het brood nuttigen dat veranderd is in het lichaam van de Verrezen Heer. Die Geest in ons hart zendt ook ons en stelt ons in staat om elkaar te vergeven, elkaar te accepteren met onze verschillen en eigenaardigheden, om vluchtelingen welkom te heten en vredestichters te worden, ja om een vredesbeweging te beginnen in een wereld vol oorlog en geweld. Paus Franciscus zegt het zo: “De Geest in ons hart schept eenheid onder ons als broeders en zusters. Verzoening en vrede worden geboren in ons hart. In vereniging met het Hart van Christus, de Verrezen Heer, is ons hart in staat om in onze maatschappij wonderen te verrichten.” (Dilexit Nos n. 28).