LEZINGEN
Jesaja 55, 6-9 Gods gedachten zijn anders dan die van ons
Filippenzen 1,20-24.27a Ik word naar twee kanten getrokken
Mattheüs 20,1 -16a Werkers van het eerste en van het elfde uur
OVERWEGING
Beste Mensen, Zusters en Medebroeders,
Het is half september; en dus tijd voor de oogst.
De druiven moeten worden geplukt. De parabel van zojuist
zou zich ook kunnen afspelen vandaag. Er moet veel werk worden verzet.
Daarom gaat de landeigenaar ’s morgens om 6 uur naar de markt op zoek naar plukkers. Om 8 uur gaat hij opnieuw.
En om 12 uur nóg eens. En opnieuw ‘s middags om 3 uur en om 5 uur.
Aan het einde van de dag wordt er uitbetaald.
Tot ongenoegen van de arbeiders van het eerste uur ontvangen ze allen hetzelfde loon, ook zij die maar een paar uur hebben gewerkt
en minder hebben gepresteerd. –
Vandaag zou je op zo’n besluit een hoop protest krijgen van de Bonden,
met betogingen en stakingen erbij!
Toen ik deze viering voorbereidde, was ik van plan vooral één element van de parabel eruit te lichten, namelijk het feit dat de wijnboer tenminste oog heeft voor de arbeiders die maar werkloos rondhangen.
Hij is er zich van bewust dat bijvoorbeeld mensen met een gezin niet kunnen rondkomen van een arbeidsloon voor één of twee uur per dag.
Op zich is dat een heel actuele boodschap:
niet alleen in Jezus’ tijd, maar ook vandaag is werkloosheid een groot probleem in Europese landen als Spanje, Italië en Griekenland –-
maar ook in Nederland met hoge cijfers van jéugdwerkeloosheid.
Eén op de twaalf jongeren die wil werken, heeft geen baan.
Ze komen moeilijk aan het werk.
Dat komt — zeggen de werkgevers – omdat jonge mensen geen werkervaring hebben.
Dus vinden alleen geschoolde mensen emplooi. Maar ervaring krijg je alleen door te werken.
Het is een vicieuze cirkel met als gevolg: jeugdarmoede die vaak een broedplaats is
voor criminaliteit, psychische problemen, enz. –
De wijnboer in deze gelijkenis toont in elk geval zijn sociale hart!
Toch ligt daar niet het eigenlijke ‘punt’ van de parabel.
Wat er bedoeld wordt met de wijngaard is duidelijk:
de wijngaard is het Koninkrijk van God, met gelijke kansen voor iedereen.
Maar wie zijn die werkers van het eerste en die van het elfde uur?
De werkers van het eerste uur vinden dat ze eigenlijk méér verdienen dan ze krijgen.
Ze hebben hard en vooral lang gewerkt.
Met hen bedoelt Jezus waarschijnlijk hen, die zich hebben uitgesloofd om de Wet en de geboden gewetensvol te onderhouden, – de Schriftgeleerden, de farizeeën, de tollenaars.
Het irriteert ze mateloos dat niet zij, maar steeds weer de zondaars,
de prostituees en kansarmen op de voorgrond worden geplaatst door Jezus.
En, laten we eerlijk zijn, ook bij ons komen die mensen op Prinsjesdag
niet bij voorkeur in beeld!
Verongelijkt vragen de werkers van het eerste uur
zich af:
• Hebben wij dan de hele dat voor niets gewerkt?
• Voor niets een fatsoenlijk leven geleid?
• Voor niets de Joodse wet nauwkeurig onderhouden?
Maar Jezus is hiervan niet onder de indruk.
Hij antwoordt: Je krijgt wat we hebben afgesproken.
Hier is je geld en je kunt gaan!
Op de achtergrond van de parabel speelt inderdaad het besef dat werkloosheid
een groot maatschappelijk probleem is.
Maar Jezus gebruikt het beeld van de werkgever en werknemer om iets ánders duidelijk te maken, namelijk dat God aan ieder van ons – niemand uitgezonderd eindeloos méér geeft dan wij verdienen.
En als God eindeloos goed is voor óns, wie zijn wij dan dat we elkaar het beste te onthouden?
In de eerste lezing hoorden we:
“Uw gedachten zijn niet mijn gedachten, mijn wegen zijn niet uw wegen”.
Het zou goed zijn die woorden in ons op te nemen.
We hoeven echt geen moeite te doen om God te begrijpen, en nog minder om hem erop te wijzen wat Hij – volgens ons rechtvaardigheidsgevoel – moet doen en wat niet.
Wat wij moeten doen is: ons inzetten voor zijn wijngaard van liefde, van vrede, van gelijke kansen voor álle mensen.
Vandaag begint de Vredesweek.
Komende zondag gaan we daar verder op in.
Voor nu – laten we dankbaar stil staan bij de gulheid van de wijngaardenier,
ongeacht of we hebben gewerkt vanaf ’s morgens vroeg of dat we tot de laatkomers horen.
Wie werkt voor het welzijn van de aarde,
wie zich inzet voor vrede –
wat onze inbreng ook is –
het wordt ‘gezien’, gewaardeerd en beloond met een gulheid die God eigen is.