Preek 22 februari 2026. Eerste zondag Veertigdagentijd

1e zondag veertigdagentijd – Jaar A – 22 Februari 2026 – Notre Dame
Gen. 2,7-9; 3,1-7 Rom. 5,12-19 of 12,17-19 Mt. 4,1-11. Door Th. te Wierik msc

Ik herinner me nog hoe zuster Adelina, van de Zusters van Denekamp, in de kleuterschool, ons kleutertjes meenam naar de Hof van Eden.
Niet alleen kon ze ons prachtige sprookjes vertellen maar ook prachtige Bijbelverhalen.
Zo mooi en echt verteld dat het leek alsof ze persoonlijk bij de schepping aanwezig was geweest.
En als kleuters, en later zelfs als volwassenen, dachten we dat het allemaal letterlijk ooit zo is gebeurd… door God lang geleden zo geschapen was.

Jaren later stond ik zelf, tot aan mijn priesterwijding, een zestal jaren voor de klas van de middelbare school en ging het ieder jaar, in de derde klas, over de schepping en wie dit alles tot stand gebracht had.
En iedere keer vertelde ik de leerlingen, wanneer het weer eens over de bekende oerknal ging, dat niets uit niets kan ontstaan.
Dat er dus altijd een ‘iets’ geweest moet zijn die wij, christenen, ‘God’ noemen.
En ook mijn leerlingen gingen uiteindelijk mee in dat prachtige scheppingsverhaal wat zij intussen anders gingen beleven dan wij toen als kleutertjes.

Ooit, zo begrepen de leerlingen toen, heeft God de eerste mens de levensadem ingeblazen en deze levensadem geeft God door aan alle generaties.

Maar we weten maar al te goed dat ons leven hier ooit weer gaat eindigen en dat ons lichaam tot stof zal wederkeren… en onze geest opgenomen wordt bij en in God.

Vandaag, in de eerste lezing, moeten we heel goed luisteren want een oosterling schrijft dit verhaal.
Deze oosterse schrijver wil ons duidelijk maken dat de boom van het leven verwijst naar de verhalen uit het oosten die gaan over onsterfelijkheid.

In het evangelie horen we precies hetzelfde verhaal als we tenminste goed luisteren.
Hier wordt Jezus verleid om zich te keren tot het kwaad.
Doe het maar… Geef je maar over… Zeg maar ja tegen de prachtige voorstellen…

Zie Jezus vandaag vooral even als een gewone mens zoals u en ik, dus even niet als de Zoon van God, staande midden in die woestijn!
Jezus…die bewust gekozen heeft om 40 dagen alleen te zijn met zijn God.
Hij was juist gedoopt.
Alles wat niet goed gegaan was in het leven was, als het ware, met het water van de rivier meegenomen naar de grote wereldzeeën waar het opgenomen werd in het grote geheel en verdween.

Nu verblijft Jezus daar in die woestijn en probeert Hij zijn leven te richten op God.
Hij maakt zich sterk om na die 40 dagen zijn weg te kunnen vervolgen.
In die woestijn laadt Hij de accu op want Hij weet dat zijn levenskeuze hem straks niet in dank zal worden afgenomen door de leiders van het volk en door de Romeinse bezetter.
Hij zal sterk in zijn schoenen moeten staan om door te zetten… om vol te houden dat er nog steeds ook een ándere samenleving kan komen…!

Zijn geloof in de Oerbron… in God… moet zo sterk worden dat, als Hij ervoor zou moeten sterven, Hij die weg toch blijft gaan.

En Hij houdt vol, al wist Jezus dat deze keuze Hem zou kunnen brengen tot op het kruis.
Drie jaar lang trekt Hij rond!
Drie jaar lang heeft hij mensen weggehaald uit hun benarde posities waar het leven hen gebracht had.
Mensen… ziek… ziek vanwege macht en geld en goed.
Hij had gezegd: ‘Mens, keer je om!’
Mensen, als doden, had Hij het leven teruggegeven.
Ja… Hij kon mensen zelfs uit de dood weghalen… weghalen bij de boom van goed en kwaad!

Ons wordt vandaag gevraagd om diezelfde weg te gaan.
Wij zijn op Aswoensdag, met Jezus, 40 dagen de woestijn ingegaan.
40 Dagen waarin we worden uitgenodigd om ons te bezinnen op de vraag: Hoe wil ik verder gaan?
Wil ik de weg van Jezus gaan of kies ik die andere weg… die misschien mooi kan zijn en vol belofte maar waar ons, als het er echt op aan komt, de grond onder onze voeten wordt weggehaald en wij ons niet meer gedragen weten door God… Oerbron van al het zijn.

Het antwoord is daarom duidelijk en het luidt: Blijf op God vertrouwen.

En laten we die weg niet gaan voor ons persoonlijk geluk voor nu en later.
U en ik hoeven de hemel niet meer te verdienen.
Wij komen er echt wel met al onze tekorten.
Maar laten we vooral ook voorbeeldmensen worden aan wie anderen zich kunnen en mogen optrekken…Al die anderen die de power niet of niet meer hebben om mee te gaan met ons.
Die het warme nest missen en de liefde, de zorg, de warmte en de aandacht.
Die Jezus in hun leven missen en God als Oerbron… als Bron van geluk en trouw en liefde.

De Bijbel begint met de woorden:
In het beging schiep God de hemel en de aarde.
De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en de Geest van God zweefde over de wateren.

Verderop in de Bijbel wordt ons verteld, zoals we vanmorgen hoorden, dat God uit die leegte, duisternis en diepte een prachtige tuin heeft geschapen.

De tuin waar rivieren stromen en alles groeit en prachtig is en waar de dieren op het land, in de zee en in de lucht en ook de mensen in vrede en harmonie met elkaar leven. Waar de zeeën zorgen voor voldoende water om te leven en om het leven door te geven.
Een wereld waar God weer, samen met ons allen, wil wonen.
We worden uitgenodigd om aan die nieuwe aarde te blijven werken in het vertrouwen dat deze aarde ooit blijvend verbonden zal zijn met de hemel.

Leave a comment