Lucas 13 22 30 de nauwe deur. Overweging door Hans Kwakman msc
Wij zijn met Jezus op weg naar Jeruzalem. Steeds zijn er gesprekken onderweg. Zo vraagt iemand hem: “Heer, zijn er weinig die gered worden?” In die vraag hoor je angst door klinken. Maar als antwoord op deze bezorgde vraag geeft Jezus’ een praktische aansporing: doe jij maar je uiterste best om door de smalle deur binnen te gaan. Maar waar leidt die smalle deur naartoe? Om dat te verklaren vertelt Jezus een parabel, waarin Hij zichzelf vergelijkt met een huisvader, die de deur van zijn huis gesloten heeft voor de nacht. Maar ’s avonds laat komen er nog reizigers die om onderdak vragen. Normaal vraagt de gastvrijheid dat late gasten een slaapplaats aangeboden krijgen. Deze blijven dan ook aandringen: “Heer, doe open!” Maar de heer des huizes roept van binnenuit: “Waar komen jullie vandaan?” De late gasten zijn verbaasd en antwoorden: “Wij hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven.” ‘We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken’ – dat slaat op de Maaltijd samen met Jezus, de eucharistie. Maar hoe, in welke gesteltenis hebben zij deelgenomen aan die Maaltijd, aan de Eucharistie? En ‘u hebt in onze straten onderricht gegeven’ – dat slaat op Jezus’ prediking, Maar hebben zij zich ook door Jezus prediking laten bekeren? De Eucharistieviering bijwonen; luisteren naar de verkondiging van Jezus’ boodschap, dat schept verplichtingen, op persoonlijk én op maatschappelijk gebied. Dat wordt duidelijk wanneer wij de echte reden horen, waarom de heer des huizes de deur niet wil openen. Kwaad roept hij: “Weg met jullie, onrechtplegers!” De late gasten zijn dus duidelijk mensen die wel Eucharistie vieren en de verkondiging van Gods Woord aanhoren, maar daar in hun dagelijks leven niets mee doen. Onrechtplegers, dat zijn mensen die onverdraagzaam zijn, zich niet om de armen bekommeren, geen aandacht besteden aan zieken en gehandicapten. Jezus’ verwijt doet denken aan de terechtwijzing van Paulus in zijn brief aan de kristenen van Korinthe: “Bij uw samenkomst is er geen sprake van een Maaltijd van de Heer. Bij de maaltijd die u houdt zorgt iedereen alleen voor zichzelf, zodat de een honger heeft en de ander dronken is. Veracht u de gemeente van God? Wilt u de armen onder u vernederen?” (1 Kor 11: 20-22). Net als Jezus wijst ook Paulus erop dat het vieren van de Eucharistie sociale verplichtingen schept. Wie Eucharistie viert is ook verplicht om op te komen voor de armen, zieken en gehandicapten. En het is voor een gemeenschap die de Eucharistie viert onwaardig om te discrimineren en mensen uit te sluiten. Nu begrijpen wij ook beter wat Jezus bedoelt wanneer hij zegt: “Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan. Want velen zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.” Het gaat hier niet om de deur naar de hemel, – die staat wijd open voor mensen uit oost, west, noord en zuid. Het gaat hier om de nauwe deur, die toegang geeft tot het Rijk van God, dat hier op aarde gevestigd gaat worden. Over dat Rijk van God hier op aarde schrijf Paulus: “Het Rijk van God bestaat niet uit eten en drinken, maar uit gerechtigheid, vrede en blijdschap in de Heilige Geest.” En hij voegt eraan toe: “Laten wij dus najagen wat de vrede en de onderlinge opbouw bevordert.” (Rom. 14:17-19). En de kristenen van Korinthe herinnert hij er aan “dat wie onrecht doet geen deel zal hebben aan het Rijk van God” (1 Cor. 6:10) De centrale boodschap van Jezus’ verkondiging gaat immers over de komst van het Rijk van God hier op aarde. Wanneer Jezus spreekt over het Rijk van God doelt hij niet op de hemel, maar op de aarde. In de hemel is alles prima in orde. De grote problemen liggen hier op aarde. Jezus wist zich gezonden om die problemen aan te pakken. Het Marcus evangelie zegt het heel duidelijk: “De tijd is aangebroken, het Rijk van God is nabij: komt tot inkeer en geloof dit goede nieuws. “(Marc. 1:14). Volgens Mattheus spoort Jezus ons aan met de woorden: ” Zoekt vóór alles het Rijk Gods en Zijn gerechtigheid” (Mat. 6: 33). De strenge boodschap van Jezus over een nauwe deur en over een deur die niet geopend wordt is niet bedoeld om ons angstig te maken. Maar zij laat ons zien dat deelname aan de Eucharistie en luisteren naar de verkondiging van het Evangelie een opdracht inhoudt. Tijdens de Eucharistieviering bidden wij steeds weer het Onze Vader met de woorden die Jezus ons geleerd heeft: “Uw Rijk kome. Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel. ” En de Eucharistieviering wordt altijd afgesloten met een zegen en een zending. Wij worden gezonden om ieder in zijn of haar eigen omgeving vredebrengers te zijn; waar mogelijk gerechtigheid te bevorderen en zorg te hebben voor de kwetsbaren in de samenleving. Dan gaan we het Rijk van God binnen door de nauwe deur.