Preek 26 november 2023. Feest van Christus Koning

Feest van Christus Koning 26 11 2023 Matheus 25:31-46 door Hans Kwakman


Inleiding
Op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar vieren wij het feest van Jezus Christus, de Koning van het heelal. Dit feest van Christus, als de Vredesvorst, werd in 1925 door paus Pius XI ingesteld, in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog, de grootste ramp die de wereld in eeuwen had meegemaakt.
In de eerste lezing belooft God door zijn profeet Ezechiël dat Hij zelf zijn volk zal weiden als een goede herder want de koningen en hogepriesters die Israël toen leidden waren slechte herders.
In de tweede lezing beschrijft Paulus hoe de Verrezen Heer als een koning verwikkeld is in een felle strijd met de machten van de wereld, een strijd die Christus aan het eind der tijden zal winnen. Dan zal hij zijn koningschap overdragen aan God zijn Vader, de God van liefde, die dan alles in allen zal zijn.
In de evangelielezing beschrijft Mattheus hoe Jezus, de Mensenzoon, als een Koning plaats neemt op zijn troon van glorie, omringd door engelen, om alle volkeren te oordelen. Maar in dat oordeel gebeurt er iets merkwaardigs. In de overweging kom ik daar aanstonds op terug.
Laten wij ons nu toevertrouwen aan de barmhartige ontferming van de Heer, die ook nu als Koning en Herder, in ons midden is.


Overweging
In de evangelielezing, die wij zojuist gelezen hebben op dit feest van Christus Koning, doet Jezus iets ongebruikelijks. Hij noemt zichzelf twee maal “koning”. Maar toen ze Jezus na de wonderbare brood vermenigvuldiging, koning wilden maken, liep Hij weg. Ook zijn leerlingen drukte Hij op het hart niet te heersen over anderen, maar te dienen.
In de meeste landen is de tijd van koningen voorbij. Ook hier in Nederland is de koning praktisch alle macht ontnomen. Maar in het Oude Testament was dat totaal anders. En wat wij het Oude Testament noemen was voor Jezus DE Heilige Schrift, zijn bron van inspiratie, waaruit Hij leefde. Ten tijde van het Oude Testament verwachtte men in Israël heel veel van een koning. Een van de psalmisten bidt bijvoorbeeld:
“Geef, o God aan de koning uw gerechtigheid. Moge hij uw volk rechtvaardig besturen. Moge hij recht doen aan de zwakken, redding bieden aan de armen. Wie arm is en om hulp roept, zwak is en geen helper heeft, zal hij bevrijden. De koning ontfermt zich over weerloze en armen. Leve de koning!” (psalm 72: 1-2, 12-13).
In het oude Israël verwachtte men van een koning, dat hij een goede herder zou zijn voor zijn volk Zo wilde Jezus ook koning zijn, niet als een machthebber, maar als een goede herder.

De evangelisten noteren dat Jezus het goede nieuws over Gods koninkrijk verkondigde en allen die bij Hem werden gebracht omdat zij ergens aan leden of gekweld werden door ziekte of pijn, genas Hij, zonder vragen of voorwaarden te stellen. (Mat 4:23-24).

Denk ook aan die dag in Nazareth toen Jezus zijn missie aankondigde met woorden van de profeet Jesaja: “De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd (zoals een koning gezalfd werd) om aan armen het goede nieuws te brengen. Hij heeft mij gezonden om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om aan onderdrukten hun vrijheid te geven. “ (Lucas 4: 18-19). Het was in deze geest dat Jezus koning wilde zijn, niet als aanvoerder van een leger, maar als een goede herder.

Maar, in de evangelielezing van vandaag, gebeurt er iets bijzonders. Tijdens het laatste oordeel dat ons te wachten staat, vindt er een verwisseling van rollen plaats. Jezus noemt zich zelf koning, maar wanneer Hij ons oordeelt, vraagt Hij ons in hoeverre wij als koningen hebben gehandeld. Hij draait de rollen volledig om en zegt eigenlijk: Ik heb als koning en herder gehandeld, maar wat deden jullie, toen jullie iemand hongerig zagen of dorstig, onderdrukt, in armoe of in de gevangenis?

Zo vaak bidden wij op aansporing van Jezus in het “Onze Vader”: “Uw Rijk kome”, “Uw Koninkrijk kome,” maar alleen bidden is volgens Jezus kennelijk niet voldoende. Hij stelt ons mede verantwoordelijk voor de komst van het Koninkrijk van God hier op aarde. Wanneer wij de Koning, die ons oordeelt vragen: “Heer wanneer hebben wij U hongerig, dorstig, als vreemdeling, ziek of in de gevangenis gezien?” met andere woorden, “Wanneer waren wij in de gelegenheid U als koning te dienen?
Dan antwoordt Koning Jezus: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de geringsten van mijn broeders of zusters, hebben jullie voor Mij gedaan.” (Mat 25: 35-40).

In zijn laatste encycliek “Fratellii Tutti” (“Wij zijn allemaal broeders en zusters van elkaar”), over broederschap en sociale vriendschap, geeft Paus Franciscus een uitgebreid commentaar op de Parabel van de Barmhartige Samaritaan. (n. 80-84). Jezus vertelde deze parabel als antwoord op de vraag: “Wie is mijn naaste?”

Niet alleen in de samenleving van Jezus’ tijd maar ook in onze tijd ontmoeten wij mensen, die alleen hulp willen geven aan mensen van het eigen ras en de eigen nationaliteit. Denk maar aan de politieke leuzen “America first” of “de Nederlander weer op een”. Maar, zegt de Paus, uit de parabel van de Barmhartige Samaritaan en ook uit het evangelie van vandaag blijkt dat Jezus deze benadering volledig afwijst. Aan het begrip “naaste” geeft hij een nieuwe betekenis. Onze naasten zijn niet de mensen, die dichtbij ons staan, onze familieleden en landgenoten. Wij zelf zijn naaste voor iedere mens, wie dan ook, die onze hulp nodig heeft.

Jezus .daagt ons uit om alle verschillen opzij te zetten en om mensen, die een beroep op ons doen, alle aandacht te geven, naar hen te luisteren en zo mogelijk uit de nood te helpen. Dat is de zending die de Koning van het heelal ons geeft.

Hij zegt als het ware: Wees voor je hulpbehoevende medemens als een koning of een koningin, die tegelijk een goede herder is: overstijg alle bekrompen eigen belangen en word de naaste van iedere mens, die op jouw weg komt en jouw hulp nodig heeft.

Paus Franciscus probeert op allerlei manieren aan deze oproep te beantwoorden. Hij presenteert de Kerk bijvoorbeeld als een veldhospitaal, dat zijn tent opzet op het slagveld van een gewonde wereld en openstelt voor alle mensen, die hulp nodig hebben. En op het eind van zijn Encycliek “Fratelli Tutti”, herhaalt hij de gemeenschappelijke verklaring die hij samen met de Imam Ahmat Altayeb, een Islamietische leider, heeft uitgegeven. Daarin roepen zij samen alle aanhangers van godsdiensten op om de koninklijke weg te gaan van vrede, gerechtigheid, wederzijds begrip, dialoog en dienstverlening. En dat doen zij uit naam van God en van alle armen, noodlijdenden, wezen, weduwen vluchtelingen, slachtoffers van oorlogen en krijgsgevangenen,

Jezus Christus is Koning van het heelal, Koning van de hele mensheid, niet als machthebber, maar als Goede Herder, die zorg heeft voor iedere mens die hulp nodig heeft, niemand uitgezonderd, zonder voorwaarden te stellen, niet zonder ons, maar met ons.