24 oktober 2021
Jan Jetse Bol MSC
Lezing 1: Jeremia 31, 7-9
Lezing 2: Hebreeën 5, 1-6
Markus 10, 46-52
Vandaag is het wereldmissiedag… Het jaar waarin het “Beraad Missionarissen in Nederland” zegt – terecht of niet terecht – “West-Europa is in religieus en spiritueel opzicht vermoeid en gedesoriënteerd.” Het jaar ook waarin Paus Franciscus zegt: Ik moedig iedereen aan om mee te werken aan onze gemeenschappelijke missie: “Het evangelie verkondigen en de kerk wereldwijd steunen”. Vandaag vertaal ik dat, met woorden vanuit het MST, Missionair Servicecentrum Tilburg: “We moeten ‘present’ zijn.
In Nederland worden dit jaar de schijnwerpers gericht op de kerk in Guinee… Guinee is een tamelijk onbekend land aan de westkust van Afrika. Er komen niet veel toeristen. Het land telt niet echt mee in de wereld. Het is een land zes keer groter dan Nederland met twaalf miljoen inwoners. Van hen is 90 % moslim en 7% christelijk. In 1967 – meer dan vijftig jaar geleden – moesten alle buitenlandse missionarissen het land uit en werden de kerkelijke bezittingen genationaliseerd. Maar die kleine kerk bleef leven, door de leken. Dat gebeurde vooral in kleine christelijke gemeenschappen die zich inzetten voor onderwijs, caritas en gezondheidszorg. Een kerk, niet in het centrum van de macht, een kerk in de marge van de samenleving. Maar een levende kerk…
Het evangelie van vandaag, missiezondag, begint met een mens die langs de kant van de weg zit, hij kan geen kant uit. Het is een mens zonder naam, zonder eigen naam. Als ze het over hem hebben zeggen ze: “de zoon van…”, de zoon van Timeüs, Bar-Timeüs. Hij is blind, een bedelaar die langs de kant van de weg zit. Een mens in de marge, hij wordt niet gezien, hij telt niet mee.
Het verhaal speelt zich af in Jericho. Jericho is de stad waarvan verteld wordt dat daar het onmogelijke mogelijk werd: De Israëlieten belegerden Jericho, wilden de stad binnenkomen, Maar Jericho bood weerstand, was te sterk… Ze liepen zeven dagen rond de stad met bazuingeschal en gejuich en op de zevende dag gebeurde het: de muren van de stad stortten in. De weg is vrij, het onmogelijke wordt mogelijk…
Jericho is ook de plaats waar Zacheüs de tollenaar woonde. Hij klom in een boom om Jezus te zien. Maar Jezus ziet hem, ziet naar hem om. Zacheüs vindt en kiest een ander, een nieuw leven.
En toen Jezus later met zijn leerlingen naar Jeruzalem ging, kwamen ze ook door Jericho – Misschien als een voorbode van zijn dood en verrijzenis…?!
Terug naar de blinde in Jericho, in hoofdstuk 10 van Marcus: Een mens in de marge, een mens zonder naam, de ‘zoon van Timeüs’. Is het een wonderverhaal: een blinde die ziende wordt…? Het is in ieder geval meer dan een anekdote… Het is niet toevallig, denk ik, dat die blinde Jezus aanspreekt als: “Zoon van David, heb medelijden.” Door Jezus zo te noemen komen in het verhaal messiaanse verwachtingen in beeld. Kennelijk is er meer bedoeld dan een blinde die opeens kan zien…. Er is een mens, die van zich laat horen, die luidkeels roept, die gezien wordt, die zijn mantel afwerpt, die overeind springt, een mens die gelooft in de opstanding, die nieuw leven vindt. Marcus 10 raakt aan de messiaanse verwachtingen van heel het joodse volk: Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Niet alleen de blinde mens in de marge, de zoon van Timeüs, kan zien… Er is veel meer!
En wij, hier in de kapel, of waar dan ook, wij mensen in deze tijd, wij hoeven ons niet aan te sluiten bij ‘de velen’, die de blinde toesnauwen; “Zwijg!” Wij kunnen zijn als die ene blinde, die zijn mond opent: “Heb medelijden!” En die daarna, met open ogen door het leven gaat, samen met anderen. En ook wij kunnen onze ogen openen, voor onze wereld, voor moeder aarde, voor het milieu, het klimaat, voor nu en voor de tijden die gaan komen. Dan hoeven ook wij niet stok-stijf aan de kant te blijven zitten, maar kunnen we overeind springen en ons, net als de ‘zoon van Timeüs’, aansluiten bij mensen die (stap voor stap) de weg van Jezus gaan, ‘want ons geloof heeft ons genezen’. Dan kunnen wij ons inzetten voor onze missie: want ‘we moeten wel spreken over wat we gezien en gehoord hebben.’ Ook hier. Het zij zo. Amen.