Tilburg -Notre Dame-, 29 juni feest 2026 “Petrus en Paulus” lezingen: Hand.12,1-11 // 2 Timoteüs 4,6-8.17-18 // Evangelie: Matteüs 16,13-19. – Door: A.Egging msc-
Twee onwaarschijnlijke getuigen nemen het voortouw in de verkondiging van het evangelie: de een verloochende Jezus, de ander vervolgde Hem. Twee personen met hun menselijke zwakheden. Petrus, een stoere visser en Paulus soms hard in woord en daad. Toch zag Jezus wel wat in deze Petrus en Paulus en gaf ze elk een eigen taak. Uiteindelijk is op hen onze kerk gegrondvest. Vandaag gedenken we deze twee apostelen, samen, op deze zomerse dag.
OVERWEGING
We bevinden ons nu in de tijd na Pinksteren, dus ná de uitstorting van de Heilige Geest in Jerusalem. Een belangrijke gebeurtenis, want Pinksteren betekent ook de geboortedag van de kerk. Het is de dag waarop deze kerk aan haar zending voor de wereld begon. De twee meest in het oog springende apostelen, die de jonge kerkgemeenschap zullen leiden, structuur geven en tot groei brengen, zijn Petrus en Paulus. Het is dank zij hun getuigenis en inzet dat zij de belangrijkste bouwstenen van deze jonge kerk zijn geworden. Zo zijn ze samen twee sterke steunpilaren. En daarom herdenken we hen vandaag op één dag, op 29 juni samen,
Beide apostelen stierven in Rome de marteldood. Hun verdienste voor de kerk, verspreid over de hele wereld, is voor ons van fundamentele betekenis. Zij vulden elkaar aan en daarom horen ze ook bij elkaar. Dat ze niet op dezelfde dag als martelaar gestorven zijn, doet niets af aan de betekenis van hun afzonderlijk martelaarschap. Beide hebben de beker des Heren gedronken en zijn vrienden van God geworden. Dit wordt volgens een eeuwenoude traditie op dezelfde dag gevierd,
Het zijn de broers Romulus en Remus die als de biologische stichters van Rome worden gezien en daarom beschouwt men in de kerkelijke traditie Petrus en Paulus als de geestelijke stichters van het christelijke Rome.
Petrus en Paulus waren geen broers van elkaar en hadden zelfs niet eenzelfde levens- achtergrond, géén gedeeld verleden. Ook wat karakter betreft, verschillen de apostelen Petrus en Paulus nogal van elkaar. Wat geleid heeft tot heftige discussies.
Over het verleden van Paulus, oftewel Saulus, is het een en ander te vertellen. Hij, Saulus, was van streng joodse afkomst, opgeleid met het gedachtengoed van de Farizeeërs en hij beschouwt daarom de eerste christenen als vijanden, scheurmakers binnen het jodendom, die vervolgd en uitgeroeid moeten worden. We herinneren ons nog wel zijn plotselinge bekering in Damascus. Daar wordt Saulus aangesproken door Jezus zelf: “Saul, Saul waarom vervolg je mij”. Dit is dan het moment dat hij tot inkeer komt. Verdubbeling van de naam bij een aanroep komt in de bijbel meer voor (Abraham Abraham, Moses Moses, Samuel Samuel e.d.) en dit wijst dan vaak ook op een urgentie, een bijzondere roeping of radicale verandering. Saulus van Tarsus was weliswaar van Joodse afkomst, maar omdat hij Romeins staatsburger was, kan hij ook zijn Romeinse naam gebruiken. Deze naam is Paulus, wat ‘de geringe, de kleine’ betekent. Omdat zijn zendingsgebied in de Grieks-Romeinse wereld is d.w.z. vooral onder niet-joden, gebruikt hij voortaan als apostel de naam Paulus. Deze wisseling van naam had dus enkel een kulturele reden. Het was Saulus in de synagoge en het was Paulus in het contact met de Latijns-Griekse wereld.
De naam Paulus komt bovendien goed van pas met hoe hij zichzelf benoemt in zijn brieven, namelijk als “de minste der apostelen” en ook omdat hij wil benadrukken dat hij zichzelf klein wil maken om Christus groot te maken. Een andere reden waarom hij de naam Saulus ook niet meer gebruikt is omdat die naam verwijst naar de ‘grote’ koning Saul.
De voorgeschiedenis van Petrus is echter heel anders. Petrus hoort bij de vaste leerlingen van Jezus. Hij heette eigenlijk Simon. De naam Kefas (in het Aramees) of Petrus -wat rots betekent- , kreeg hij echter rechtstreeks van Jezus en het is meteen zijn levensopdracht: “Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen”. Petrus is van huis uit een visser die door Jezus geroepen wordt om mensenvisser te worden. Petrus wordt onze eerste paus in Rome en primus inter pares, de eerste onder de apostelen, en richt zich aanvankelijk vooral op de Joodse gemeenschap. Hij krijgt van Jesus de zeggenschap dat wat hij op aarde bindt ook in de hemel gebonden zal zijn. Petrus houdt zich bezig met de interne structuur en eenheid van de kerk en haar traditie. En dankzij Paulus heeft de leer van kerk een sterke theologische onderbouwing en een mondiaal karakter.
Met het samen vieren van Petrus en Paulus geeft de kerk een krachtig signaal af dat traditie en vernieuwing onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en we samen één kerk vormen. AMEN.