Preek 2e zondag van de Advent

7 dec 2e zondag van de advent Jesaja 11,1-10 Psalm 72 Romeinen 15,4-9 Matteüs 3,1-12

  1. Niet wegkijken

In de brief uit 2022 waarin Franciscus het jubeljaar aankondigt, roept hij op om niet weg te kijken van de ten hemel schreiende armoede waar miljoenen mannen, vrouwen, jongeren en kinderen in verkeren, vooral de vluchtelingen die van hun geboortegrond zijn verdreven. De weg van de hoop betekent: hen zien als onze broeders en zusters en hen herstellen in hun recht op toegang tot de vruchten van de aarde. Maar zo geven de Nederlandse bisschoppen de instelling van het jubeljaar in 2025 niet weer. Zij schrijven: “Dagelijks horen mensen om zich heen veel negatieve en sombere verhalen over oorlogen, vluchtelingen, sociale ongelijkheid en allerhande crises dichtbij en veraf. Je zou er pessimistisch van worden. (…). Daarom roepen we iedereen op om in dit komende Heilig Jaar de schijnwerpers te richten op plekken van hoop, op hoopvolle gebeurtenissen in de samenleving en op mensen die hoop uitstralen”.

Natuurlijk is het heel goed om ook te kijken naar de goede dingen die gebeuren, van een onverwacht vriendelijk menselijk contact, zomaar op straat, tot solidaire strijd voor groepen die worden achtergesteld. Maar deze woorden kunnen overkomen als: laten we die negatieve verhalen maar niet zo serieus nemen, we moeten optimistisch zijn. De bisschoppen gebruiken zelfs het versleten beeld van het glas dat nooit halfleeg, maar altijd halfvol is.
Alsof het wel meevalt met de moordpartijen in Palestina en Soedan, met de opvang van asielzoekers in Ter Apel, met de groeiende kloof tussen arm en rijk in ons welvarende land (de rijkste 1 procent bezit 30 procent van het totaal, laat recent onderzoek zien). Nee, het valt niet mee. Het getuigt van ontstellende ongerechtigheid.

  1. Hoop versus optimisme

De bisschoppen verwarren hier hoop met optimisme. Hoop is de verwachting van het goede tegen de omstandigheden in. Optimisme is de zaken van de zonnige zijde zien. Dat lijkt een subtiel onderscheid maar Johannes de Doper laat zien dat het een wereld van verschil is. Hij trekt de woestijn in om de aandacht te vestigen op de woestenij die de wereld geworden is. Zoals hij tekeergaat tegen de religieuze en politieke leiders van zijn tijd (“Adderengebroed!”) – in onze tijd kun je je aanstelling als informateur dan wel vergeten. Hij verzet zich tegen een beroep op etnische afkomst – een zoon van Abraham zijn, bij ons: een autochtone Nederlander zijn. Voor God betekent dat helemaal niets. Voor zelfvoldane schijnheiligen ligt de bijl al aan de wortel.
Nee, een optimist is hij niet, Johannes de Doper. Het glas is niet halfvol. En toch is er hoop. Hoop breekt als het ware van buitenaf in op de werkelijkheid en hoop zet ertoe aan om die werkelijkheid om te vormen in de richting van waarop gehoopt wordt.

  1. Hoop breekt in

Hoop komt van boven, net als liefde en geloof. Het is geen uitvergroting van de positieve aspecten van de werkelijkheid, maar een geheel ander perspectief op de werkelijkheid.
Dat laat Jesaja zien: nu leven we in een tijd van kaalslag, maar “een twijg ontspruit aan de stronk van Isaï”. Hij die komt zal een geest van rechtvaardigheid doen waaien en vreedzaamheid zal neerdalen over de aarde. In zijn profetie wordt het voortduren van het leed uitgebreid verkend, maar met een onverwoestbare hoop aan de horizon. Het is midden in het ontzagwekkende kwaad, dat de kracht doorbreekt van de hoop op recht, herstel, verzoening, kiemen van nieuw leven. Wie onverschillig is, hoopt niet. Wie het allemaal wel best vindt, hoopt niet. Wie onder ogen ziet hoe de zaken ervoor staan, hoopt.

  1. Hoop zet aan tot actie

Ook zet hoop aan tot actie. Als je gelooft in waar je op hoopt, blijf je niet afwachten, maar loop je vooruit op je verwachting. Je gaat je gereed maken. En daartoe roept Johannes op met een metafoor uit de wereld van het wegbeheer. “Maak zijn paden recht”, want de Heer komt eraan. Dat betekent heel eenvoudig, terug naar Jesaja’s beeld van de boom: goede vruchten voortbrengen. In ons leven zoals we dat leiden.

  1. Hoop gaat over het nu

Dit laat zien dat hoop niet zozeer over de toekomst gaat in de zin van het al dan niet accuraat voorspellen van wat later het geval zal zijn. Hoop gaat over het heden, het hier en het nu. Vanuit welke grondhouding we de werkelijkheid waarin we leven tegemoet treden, hoe de tijden ook zijn. Die grondhouding is er één van openstaan en van respons. De veerkracht van de hoop stelt in staat om met de nodige soepelheid te reageren op ontwrichtende en ontregelende situaties. Wanhoop zet de mens vast, hoop zet in beweging.

Het begrip veerkracht is populair geworden in zorg- en coachland, en het heeft zeker te maken een innerlijke gesteldheid, maar in de Bijbel is de veerkracht van de hoop ook collectief en strijdbaar. Er komt een nieuwe wereld aan waarin recht wordt gedaan aan de verworpenen der aarde en dat verschaft ons nù de geestkracht om het goede te doen in een wereld die pijn doet.

  1. Op hoop van zegen

In Nederland worden mensen zonder de juiste papieren opgejaagd, arbeidsmigranten uitgebuit, en vluchtelingen opvang ontzegd. In de landstreken van Jesaja en Johannes heerst de razernij. Het houdt maar niet op: het verjagen, uithongeren en vermoorden van kinderen, vrouwen en mannen. Het is verbijsterend. Brengen we het nog op om het goede te verwachten? Ik vind bemoediging in het werk van de godsdienstpycholoog, mijn voormalige collega, Rein Nauta: “Hopen veronderstelt een ervaring van twijfel, vrees, wanhoop, de angst voor illusie en zelfbedrog. Als er geen werkelijkheid was die aanleiding gaf tot wanhoop, zou er ook geen reden zijn om te hopen”.

Maar zijn we niet te lang en te zwaar teleurgesteld? Nauta zegt ook: hopen is niet gericht op een specifiek object. Het is niet goed mogelijk te hopen op een concrete gebeurtenis of een directe oplossing. Het is een existentiële conditie van het subject. We moeten blijven hopen, hoe dan ook. Paus Franciscus schreef: hoop roept op om tekenen van hoop te stellen die recht doen aan de verworpenen der aarde. Op hoop van zegen dan.

Amen
Kees de Groot
Tilburg, 7 december 2025

Leave a comment