5e Zondag van Pasen (2026) Preek door Ton Zwart msc
Hoe moet het nu verder? Het is een vraag, die we ons allemaal wel eens gesteld hebben. Een gezin, waar een vader of een moeder wegvalt en de kinderen kunnen nog niet voor zichzelf zorgen. Hoe moet het nu verder? Een bakkerij, die draait om de meesterbakker en juist die sleutelfiguur wordt door ziekte geveld. Hoe moet het nu verder? De stichter van een onderneming, de initiatiefnemer van een organisatie, de dragende kracht van een beweging, de persoon die onmisbaar leek en onvervangbaar. En toch is hij of zij opeens weggevallen. Hoe moet het nu in hemelsnaam verder? Er is een leegte ontstaan en je hebt geen idee hoe die leegte gevuld kan worden.
Het is dat gevoel dat de apostelen bekruipt in het evangelie van vandaag. Jezus vertelt hun dat hij hen gaat verlaten, dat hij terugkeert naar zijn Vader. Vanaf dat moment staan ze er dus alleen voor en ze hebben geen idee hoe ze dat moeten klaarspelen. Ze voelen zich in de steek gelaten. Ze willen helemaal niet verder zonder Jezus die hun inspirator en leider was. Ze willen verder zoals het tot nu toe gaat.
Jezus zegt dan: “Laat uw hart niet ontsteld worden. Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij”. Het zijn woorden die aan de ene kant raak zijn. Jezus verwoordt precies, zoals de apostelen zich voelen: ontsteld, in de war, niet wetend hoe ze zonder hem verder moeten. Maar in wat daarop volgt lijkt Jezus aan hun gevoelens, hun wensen en verlangens voorbij te gaan. Ze moeten in hem geloven en dan zullen ook zij terechtkomen waar hij heengaat. Als ze maar in hem geloven, dan zullen ze zelfs grotere dingen doen dan hij heeft gedaan.
Een scepticus – en misschien zijn we dat allemaal op z’n tijd – denkt dan bij zichzelf: Is geloven echt wel genoeg? Kun je door alleen maar te geloven grote dingen tot stand brengen? Dat werkt zo toch niet!
Blijkbaar hebben de apostelen ook hun twijfels. En het is Tomas, die sympathieke, ongelovige Tomas, die als hun woordvoerder optreedt. Hoe moeten zij Jezus volgen, als hij uit het zicht verdwijnt? Hoe moeten zij hem achternagaan, als zij niet weten welke weg hij gevolgd heeft?
Het antwoord van Jezus is typisch voor het evangelie van Johannes. Het is een antwoord, niet op het niveau van het gewone dagelijkse leven, waarin wij met schoenen of laarzen aan langs wegen en paden lopen. Maar het is een antwoord dat boven het gewone dagelijkse leven uitstijgt. Het is een antwoord dat verwijst naar een dieper niveau, een niveau dat onder de oppervlakte ligt, een niveau waar een verbondenheid tot stand kan komen, zelfs zonder lijfelijke aanwezigheid.
Jezus zegt: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven”. Als je mijn manier van doen, als je mijn manier van denken, als je mijn manier van bidden, als je mijn manier van met mensen omgaan, als je mijn manier van optreden tegen de autoriteiten, mijn manier van opkomen voor de kleine, verdrukte of zieke mens. Kortom als je dat alles in je opneemt en eigen probeert te maken, dan ben je goed op weg, dan dwaal je niet af van het juiste pad, dan kom je terecht waar je aan wilt komen, dan zul je echt leven.
De weg, de waarheid en het leven. Het is niet zozeer een leer, een theorie, een gedachtespel. Het is allereerst iets dat gedaan moet worden. Het is een praktische handleiding voor het doen. Jezus is het grote voorbeeld dat ieder van ons geroepen is om na te volgen, elk op onze manier, maar zonder hem ooit uit het oog te verliezen.
De apostelen krijgen te horen dat zij zelfs grotere dingen zullen doen dan Jezus zelf. Je vraagt je af wat dat kan zijn. Zelf zie ik het graag zo: Jezus bleef in zijn optreden beperkt tot zijn eigen vaderland. Hij maakte wel eens kleine uitstapjes daarbuiten, maar hij vond toch dat zijn roeping allereerst zijn eigen landgenoten betrof. De apostelen deden wat dat betreft iets groters. Zij trokken uit over de hele wereld en slaagden erin om overal mensen tot leerlingen van Jezus te maken. Het christendom werd en is de grootste godsdienst ter wereld.
Leerling van Jezus zijn, het klinkt niet spectaculair. Maar het kan wel iets groters zijn dan die ongelovige Tomas aanvankelijk vermoedde.
Amen.