Overweging 22C. Door Ton Zwart
Een gevoel van superioriteit, van ik ben beter dan jij, ik sta een treedje hoger dan jij, heeft onze wereld ontzaglijk veel kwaad berokkend, en dat niet alleen in huiselijke kring maar ook op wereldniveau. De rassenleer van Nazi-Duitsland heeft miljoenen mensenlevens gekost en het westerse superioriteitsgevoel heeft ons het kolonianisme opgeleverd. Maar er is nog meer aan de hand. Het superioriteitsdenken heeft ook ons mensen geplaatst boven alle andere schepselen die er op de wereld rondlopen. Wij zijn de intelligentste, de knapste en wij mogen daarom alle andere wezens aan ons ondergeschikt maken. Dit soort denken ligt aan de basis van wat de industriële uitbuiting wordt genoemd, het respectloos omgaan met de wereld om ons heen, een gebruiksvoorwerp, meer niet.
Wat het superioriteitsdenken met een mens doet is dat hij zijn plaats niet meer weet, dat hij zichzelf hoger inschat dan hij in feite is en dan als vanzelfsprekend een hogere positie voor zichzelf opeist dan waar hij aanspraak op kan maken. En daar mag niets of niemand tussen komen, want dan hebben we de poppen aan het dansen.
Het superioriteitsdenken is zo on-Bijbels als maar zijn kan. Het evangelie van vandaag laat dat nog eens zien. Het gaat over een maaltijd. Het zou een gelegenheid tot verbroedering moeten zijn, maar wat gebeurt er? Een aantal van de genodigden zijn opdringerig bezig: ze eisen de beste plaatsen voor zich op en daarmee de veronderstelde eerste keuze uit het aanwezige voedsel. De anderen komen pas na hen, ze zijn tweederangs.
Jezus heeft hier geen goed woord voor over. Deze zogenaamde superieure mensen kennen hun plaats niet. Ze moeten niet voordringen maar gewoon achter aansluiten. Ze zijn niet beter dan de anderen.
Waarom eigenlijk niet? Is het superioriteitsdenken alleen maar een leugen, een illusie, een inbeelding die niets met de werkelijkheid van doen heeft? Of steekt er ook een kern van waarheid in? Mensen die het, zoals dat heet, gemaakt hebben, die goed geld verdiend hebben en veel gepresteerd, beroepen zich vaak op hun harde werken. Hun prestaties zijn niet uit de lucht komen vallen, ze hebben er dag en nacht voor geploeterd en er alles voor over gehad om te komen waar ze nu zijn. Ze hebben hun huidige positie vooral aan zichzelf te danken.
In zekere zin is dat correct, maar er wordt ook iets vergeten, namelijk dat zij talentvol waren om mee te beginnen, dat zij een goede opleiding genoten hebben, dat zij een goed netwerk om zich heen hadden, dat zij gunstige omstandigheden toegeworpen kregen om zich te ontplooien. Niemand wordt rijk, niemand wordt beroemd op zijn eentje. Het is altijd door en met anderen dat iemand in staat is om te schitteren. Hij heeft zijn bijdrage geleverd, maar hij mag nooit vergeten dat het maar een bijdrage is. Achter aansluiten dus, de anderen horen er evenzeer bij.
Jezus gaat nog een stapje verder. Wat als je inderdaad een positie hebt opgebouwd die boven de anderen uitsteekt, als je terecht een treedje hoger staat? Dan, zegt Jezus, moet je solidair zijn, hij noemt met name met wie: de armen, de gebrekkigen, de kreupelen en de blinden. Je moet ze uitnodigen om bij jou aan tafel te komen zitten. Je moet met hen tafelgemeenschap hebben, dat wil zeggen je moet met hen één samenleving vormen. Dan pas ben je helemaal eerlijk tegenover jezelf, tegenover je medemens en uiteindelijk tegenover God.
Hoogmoed, superioriteitsdenken, is in wezen oneerlijk. Dat geldt niet alleen voor de hoogmoed op kleine schaal maar ook voor de arrogantie op wereldniveau. Om me tot het milieu te beperken: De mens heeft niet alleen de wereld naar zijn hand gezet, maar hij heeft die wereld ook vervuild en voor de opwarming van de aarde gezorgd. Ook heeft hij de biodiversiteit aangetast. De westerse mens heeft hier het grootste aandeel in gehad. Dat wordt wel niet ontkend, maar wanneer het aankomt om beschermende maatregelen te nemen, wordt er keihard onderhandeld over de kosten. Solidariteit met de minder bedeelden is dan ver te zoeken.
In het koninkrijk van God, waarvoor Jezus zijn leven heeft gegeven, heerst er gemeenschapszin, saamhorigheidsgevoel, respect voor alles en iedereen. Geen hebzucht en geen heerszucht. En de reden is de erkenning dat wij allemaal, levende wezens en dingen, ons ontstaan te danken hebben aan een bron die buiten onszelf ligt. We hebben altijd meer ontvangen dan gepresteerd. Dat is een waarheid die alle superioriteitsdenken moet ontzenuwen. Een waarheid die bescheiden maakt en solidair.
Amen.