OVERWEGING op de tweede zondag door het jaar [C]  16 januari 2022                                             

door Wim Vergouwen m.s.c.                                                    

Lezingen:  Jesaja 62, 1-5;   1 Kor. 12, 4-11  en  Johannes 2, 1-12.

Het evangelie van de bruiloft in Kana is een bijzonder verhaal, dat alleen in het evangelie van Johannes voorkomt. Het beschrijft het eerste van ‘de tekenen’ die Jezus deed. Johannes gebruikt nergens het woord ‘wonderen’, maar noemt het ‘tekenen’ : want het zijn wonderlijke daden, die duidelijk tonen wie Jezus is en wat zijn opdracht is. We moeten dus naar de betekenis van dit verhaal zoeken en trachten te begrijpen, wat achter de woorden te lezen staat.  

In het voorgaande (eerste) hoofdstuk heeft Jezus een begin- ontmoeting gehad met Johannes de Doper. Hij heeft ook de eerste leerlingen voor zich gewonnen – een groep die met Hem op pad is gegaan. Ze zijn te gast op een bruiloftsfeest in Kana. Ook de moeder van Jezus is er. Misschien moeten we er wel aan wennen, dat Jezus ooit op ’n vrolijk feest als een bruiloft is geweest. Jezus’ moeder Maria ziet als eerste dat er nood is. Als moeder, die wij hier bijzonder vereren als Onze Lieve Vrouw  van het heilig Hart, speelt Maria de noodsituatie meteen door naar haar Zoon die aanvankelijk wat afwijzend reageert.  Hij spreekt haar wat afstand nemend aan met ‘vrouw’. De evangelist maakt hiermee duidelijk dat het niet gaat om wat familie of vrienden willen, maar dat het gaat om wat God van Jezus vraagt. Hij handelt niet op eigen initiatief maar volbrengt hier de wil van de Vader. “Doet maar wat Hij u zeggen zal” zegt Maria tegen de bedienden – en het is Jezus,  die hen de opdracht geeft de zes stenen kruiken  –  elk van ongeveer 100 liter – met water te vullen. Dat blijkt later overheerlijke wijn te zijn geworden. Het valt op dat alleen de bedienden én de lezers van dit verhaal precies weten waar de goede wijn vandaan komt. Maar het bruidspaar en de gasten weten van niets. Alleen de reactie  van de leerlingen lezen we.

Johannes tekent op: “Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met de tekenen en openbaarde zijn heerlijkheid. En zijn leerlingen geloofden in Hem”.                      Zó komt het verhaal tot bij ons! Dit is de eerste ervaring van de leerlingen met Jezus. Ze hebben zijn heerlijkheid gezien en geloven in Hem. Jezus doet niet alleen wat strikt noodzakelijk is, maar Hij bewerkt in Kana een wonder van overvloed. Bij Johannes is een wonder op de eerste plaats een teken dat ons duidelijk maakt, wie Jezus is en wat Hij voor ons kan betekenen. En dát is, wat Johannes ook bij óns wil oproepen: geloof in Jezus en zijn opdracht.                                                                                               

Het verhaal van de bruiloft in Kana brengt overvloed en grote vreugde. Het spoort ons aan tot blij optimisme in de overtuiging dat God ons allen geven zal wat we nodig hebben om gelukkig te zijn. En daaraan is eigenlijk maar één voorwaarde verbonden, namelijk wat Maria aan de bedienden als goede raad geeft: “Doe maar alles wat Hij u zegt”. Als wij naar zijn woorden luisteren – zoals we vandaag hier ook weer dóen – en ze ook in praktijk brengen, zijn we goed bezig – en bouwen we met God sámen aan het verbond dat Hij met ons sloot.

Leave a comment