Overweging 30 januari 2022 4C 2022 Ton Zwart

Een provocerende Jezus komen we vandaag in het evangelie tegen en we kunnen ons af-vragen : was het nu werkelijk nodig om de confrontatie aan te gaan en zijn dorpsgenoten zo tegen zich in het harnas te jagen? Hadden ze niet wat meer tijd moeten krijgen om er aan te wennen dat één van hen, die ze dachten te kennen als een heel gewone mens, in feite hoog boven hen uitstak? Had Hij hun moeilijkheid om Hem als heel bijzonder te zien niet wat meer tegemoet moeten komen? Waarom meteen die harde uitspraak over de profeet die overal erkend wordt behalve in zijn eigen vaderstad? En waarom dan nog die verhalen uit de Bijbel erbij halen? Verhalen waarin de eigen mensen, de eigen landgenoten, op de tweede plaats lijken te komen?
De reden voor die harde opstelling is wel de voorkeursbehandeling waarop de inwoners van Nazareth recht menen te hebben. Naar hun gevoel moeten ze toch van Jezus op z’n minst evenveel gunsten ondervinden als de andere plaatsen in de omgeving, liefst ietsje meer als zijn dorpsgenoten. Maar mensen kunnen zich tegenover Jezus geen enkel recht toe-eigenen. Jezus handelt hier namelijk als profeet van God, als een geroepene, als iemand die gezonden is naar het hele volk van God en niet alleen naar Nazareth. God heeft voor-keuren, maar niet de voorkeur van afstamming of geboorteplaats. Bij God gaat het om de kleinen, de zwakken, de kwetsbaren, de mensen die om een of andere reden niet aan hun trekken komen en toch evenzeer kind van God zijn als alle anderen. Degenen die achter-gesteld worden die moeten juist naar voren worden gehaald. Of, zoals de Bijbel het vaak zegt: de eersten moeten de laatsten zijn en de laatsten de eersten.
Dit beginsel is blijkbaar moeilijk te verteren. De inwoners van Nazareth pikken het in elk geval niet en zeker niet dat hun wordt ingewreven dat een voorkeursbehandeling er niet in zit. Ze worden zelfs gewelddadig en willen zich van Jezus ontdoen door Hem van hun hooggelegen woonplaats de afgrond in te storten. Iemand die weigert hun zin te doen, is niet meer welkom en moet verdwijnen, het liefst definitief . Maar zo staat er: „Hij ging mid-den tussen hen door en vertrok“. Blijkbaar was zijn tijd nog niet gekomen en had Hij nog veel te doen en te zeggen, reden voor ons, lezers van het evangelie, om Hem te blijven volgen op zijn tocht door het leven.
Het dramatische verhaal van de inwoners van Nazareth laat zien dat profeten rekening moeten houden met afwijzing en verwerping. Dat was toen het geval en nu nog altijd. We kunne zelfs stellen dat onze tijd een slechte tijd is voor profeten. Waarom is dat het geval? Het is al vaker opgemerkt: onze tijd is aan het verharden. De tegenstellingen tussen men-sen nemen toe, het onbegrip tussen volksdelen wordt steeds groter: tussen stedelingen en platteland, tussen hoogopgeleiden en laaggeschoolden, tussen mensen met een goedbe-taalde baan en mensen die amper de eindjes aan elkaar kunnen knopen. De economische tegenstellingen worden dan nog eens op scherp gezet doordat ook etnische achtergronden een rol spelen. Het gevolg is een grote kansongelijkheid tussen de nieuwkomers van buiten en de gevestigde bevolking.
De gevoelens kunnen hoog oplopen, tussen Groningers en Den Haag, tussen boeren en de milieubeweging, tussen migranten en populisten. Wat al deze tegenstellingen gemeen heb-ben is dat het steeds om twee kampen gaat die elkaar fel bestrijden en buitenstaanders min of meer dwingen voor een van de twee partij te kiezen. Neutraliteit wordt niet opprijsge-steld. Neutraliteit wordt gezien als onverschilligheid. Je moet je bij een van de beide partijen aansluiten of tenminste je sympathie betuigen. Alleen maar toekijken wordt niet gewaar-deerd.
Deze situatie maakt het profeten moeilijk. Een profeet is iemand die spreekt in de naam van God, de God van hemel en aarde, de God van alle schepselen die op aarde leven, de God die zich verbonden voelt met alles wat Hij heeft gemaakt, de God die als bron van al-les, in alles wat bestaat een spoor van zichzelf heeft achtergelaten, die niets verwerpt van wat Hij in het bestaan heeft geroepen. De God van hemel en aarde die niets uitsluit maar alles insluit.
Een profeet van deze God zal mensen oproepen naar elkaar te luisteren, echt te luisteren, niet met de bedoeling om de zwakke punten van de ander te ontdekken en hem daarop aan te vallen, maar echt te luisteren om zo het eigen gezichtspunt te verbreden en vanuit een andere invalshoek te bezien. Dat luisteren is dialogeren en geen debatteren. Het gaat niet meer om het eigen gelijk maar om er samen uit te komen. Dit kan alleen maar als de wil er is om het wantrouwen jegens elkaar, gebaseerd op de slechte ervaringen uit het verleden, op te schorten en de stap te wagen elkaar dichterbij te komen. Dit kan heel moeilijk zijn, een waagstuk van jewelste. Het is gemakkelijker om de profeet, die oproept tot luisteren met een welwillend oor, voor naieveling uit te maken en met grapjes voor gek te zetten.
In de tweede lezing van vandaag houdt Paulus een lofrede op de liefde. Hij zegt daar onder meer dat de liefde niet vergaat. Al het andere is vergankelijk maar de liefde blijft voor altijd. Liefde in onze tijd kan wel eens betekenen dat we partijzucht achter ons laten, de verleiding om ons in onze eigen bubbel terug te trekken, en ons inspannen om het andere, het vreemde, het onwaarschijnlijke tot ons toe te laten.
Amen.

Leave a comment