OVERWEGING. Door Ben Verberne msc.
De leerling ging het graf binnen,
“Hij zag en geloofde” –
Zien en geloven, dát is Pasen.
En toch viel er weinig te zien:
een lege grafkamer, een paar doeken op de grond.
Meer niet, maar hij zag en geloofde.
Het lege graf is een teken, een symbool,
dat spreekt voor zich.
Leegte duidt op verlies en …
leegte kun je ervaren op veel manieren:
o ‘Het is zo leeg als ik thuiskom’,
zegt een vrouw die haar man verloor.
o Leegte is er ook na de sluiting van een kerk:
‘Het gebouw staat er nog.
Maar als ik er langs fiets, geeft dat een leeg gevoel’.
Leegte is nódig,
zonder leegte kan er geen nieuw leven ontstaan.
Het evangelie van zojuist is de korte versie van het paasevangelie.
Het mag allemaal niet te lang duren, vindt de uitgever van ons liturgieboekje.
Daar heeft hij natuurlijk gelijk in.
Maar in die korte versie horen we alleen dat het graf leeg was en de leerlingen gaan naar huis.
Maria Magdalena blijft. Buiten. Wenend.
We zijn dan halverwege het verhaal en we lezen verder vanaf het moment waar we zojuist zijn opgehouden:
In haar weeklacht buigt Maria zich naar het graf. Op de plaats waar Jezus’ lichaam gelegen had, ziet zij twee in het wit geklede engelen zitten,
één aan het hoofdeinde en één aan het voeteneinde.
Zij spreken haar aan: “Vrouw, waarom deze weeklacht?”
“Zij hebben mijn Heer weggenomen”, antwoordt ze, “en ik weet niet waar zij Hem hebben neergelegd.”
Ze keert zich om en ziet Jezus staan, zonder te weten dat hij het is.
“Vrouw, waarom deze weeklacht?” zegt Jezus. “Wie zoek je hier?”
Zij denkt dat het de tuinman is en zegt:
“Heer, als ù hem hebt weggehaald, zeg dan waar u hem hebt neergelegd,
zodat ìk Hem op mìjn beurt kan weghalen.”
“Maria!”, zegt Jezus haar.
Zij keert zich om en antwoordt Hem in het Hebreeuws: “Rabboeni!” – dat wil zeggen: Meester!
“Houd mij niet vast”, zegt Jezus tot haar, “want Ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader.
Ga naar mijn broeders en zeg tot hen: Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.”
Als Maria Magdalena dan bij de andere leerlingen aankomt, verkondigt ze hen: “Ik heb de Heer gezíen.”
Maria weent.
Zij is Jezus kwijt. Zij mist hem.
Dat is oprecht en authentiek.
Dan helpt Jezus haar omhoog uit het verdriet waarin zij gevangen zit.
En zij staat op.
Hoe dat gebeurt?
Allereerst doordat Jezus haar zíét:
‘Waarom ween je? Wie zoek je?’ vraagt hij bezorgd en hij noemt haar naam: ‘Maria’.
‘Rabboeni, meester!’, is haar spontane antwoord.
Dat woord en wederwoord – ze vormen de kern van het paasverhaal.
Willem Barnard (misschien hebt u wel eens van hem gehoord;
deze week hebben we veel liederen van hem gezongen): hij was dichter en dominee tegelijk.
Hij vertelde ooit dat hij dit ene vers nooit kon lezen zonder ontroerd te raken:
‘Hier houdt alles op, zei hij, én hier begint alles.’
En dan gaat het verder: ‘Maria kijkt om, ze draait zich om’.
De verrijzenis gebeurt in ontmoeting, in omzien naar …
In deze ontmoeting op paasmorgen komt Maria, en komen ook wij tot leven
en begint er een nieuwe toekomst, of beter: begint de toekomst opnieuw.
Ontmoeting, opstanding –
het kan plaatsvinden in het leven van iedere mens.
Ook wij kunnen de tuinman tegenkomen, –
in wie wij de Levende, de Verrezen Christus, herkennen.
En ook bij ons kan het even duren voordat de herkenning werkelijk plaatsvindt:
zo gaat dat in paasverhalen, ook bij de Emmaüsgangers.
Ook zij herkennen Jezus eerst niet.
En áls ze hem eenmaal herkennen aan het breken van het brood,
dan verdwijnt Hij weer uit hun ogen.
De leerlingen – ook Maria Magdalena –
kwamen tot het besef dat zij Jezus niet konden vasthouden,
hoe graag ze dat ook wilden
en Maria Magdalena gaat naar de leerlingen om te verkondigen: ‘Ik heb de Heer gezien!’
Het verhaal van de Verrezen Christus – sámen mogen wij het voortzetten.
Allereerst op plaatsen waar menselijkerwijs geen toekomst meer mogelijk is:
waar mensen de dupe zijn van de oorlog, van klimaatrampen.
Die slaan wonden, ze brengen leegte en dood
en slepen anderen daarin mee.
Pasen is dan: niet wegkijken bij lijden, maar blijven omkijken naar anderen
en naar elkaar.
Juist dan. Juist nu.
Niet omdat dit de gemakkelijkste weg zou zijn, maar omdat wij, keer op keer,
daarvoor kiezen en blijven kiezen.
Pasen is: samen blijven bouwen aan een wereld die leefbaar blijft. Of wordt.
Want de wereld, dat zijn wij.
Pasen is het scheppingsverhaal opnieuw:
daarom begin het evangelie vandaag met die mysterieuze woorden van het eerste begin:
‘Vroeg op de eerste dag … toen het nog donker was’, waar mensen omzien naar elkaar, daar begint de wereld begint opnieuw, daar komt de verrezen Christus tot leven!
Zalig Pasen!